Falafelverslaving

Helaas ben ik de volgende dag toch de hele dag beroerd gebleven. Ik was vreselijk duizelig en het toilet was mijn beste vriend. Die dag hebben we geslapen, gelezen en rondgehangen op ons balkon, maar naar buiten zijn we niet gegaan. 's Avonds sneuvelt ook nog het slot van de deur, wat niet zo een probleem is als wij in de kamer zijn, maar wel als we de volgende ochtend weer fris zijn en nog even de stad in willen. 

 

Ik app de verhuurder van onze kamer, gelukkig reageert hij vrij snel. Zelf is hij niet in de buurt, maar hij zal zijn nicht langs sturen. Ze probeert allerlei oplossingen voor onze bagage te bedenken, maar mij gaat het niet om die tassen vol vuile onderbroeken, maar zodat hun spullen niet gepikt worden. Uiteindelijk komen we er met wat handen en voetenwerk wel weer uit, het boeit niet, laat die deur lekker open en we gaan er maar van uit dat er niets gepikt wordt. Niet veel later trekken we de deur achter ons dicht en wandelen naar de overkant van het water. 

 

 

We waggelen naar Beni's Falafel, wat hoog staat aangeschreven op alle beoordelingssites. Ik moet toegeven dat de falafel echt heerlijk is, maar zo veel kool! Gijs vindt het allemaal maar flauwekool (sorry ik heb echt heel kort geslapen) en schept het van zijn broodje af. Ik wilde graag calamansi drinken, waar we van onze Buhay Isla collega's veel over hadden gehoord. Ik ben blij dat ik aangegeven heb dat ik er suiker in wil, man wat is dat zuur! Ik ben er geen fan van, maar mogelijk is het beter met een flinke scheut drank er in. Voor mij is het daar voor de verandering eens te vroeg voor. 

 

Nadat we ons volgepropt hebben gaan we op zoek naar een taxi. Dat is nog best een opgave. Als we er eindelijk eentje te pakken hebben zucht hij even flink "it's so far". Uhm, ja daarom willen we ook een taxi... Maar na 40 minuten staan we bij de kathedraal van Manilla. 

Ik kan er niet helemaal aan wennen, een kathedraal in Azië, het spijt me. Wel spotten we nog een bruidje en een bruidegom, heel leuk om te zien. Helaas staat er een horde toeristen het paar op de foto te nemen. Dat vind ik toch een beetje ongepast ofzo. 

 

We zijn nu in de wijk Intramuros en deze bevalt me wel. Het is de oudste wijk van de stad en de naam betekent letterlijk "tussen de muren". Er hangt een fijne sfeer, het voelt er rustiger ondanks dat er meer toeristen zijn. We lopen naar Fort Santiago en betalen 75 pesos per persoon om naar binnen te komen. Fort Santiago is een oud verdedigingswerk uit de tijd dat de Filippijnen een Spaanse kolonie was. We wandelen over de oude muren en bekijken een lego tentoonstelling (ik moest hier heel erg om gniffelen, sta je in een oud fort naar lego te staren). 

We lopen wat rond, drinken een koffie en genieten van de rust. Dan gaan we verder met het verkennen van Intramuros. We verkennen wat achterafstraatjes en drinken wat biertjes. Omdat we niet echt vroeg op pad zijn gegaan, vliegt de dag voorbij. We pakken een taxi voor een belachelijk bedrag (600 pesos), met als excuus rush hour. Het zal allemaal wel... Met horten en stoten die mij hoofdpijn geven brengt de chauffeur ons naar Corner Tree Café. De beste man rijdt ook nog eens verkeerd en wil ons daar ook nog extra voor laten betalen. Dat gaat niet gebeuren en we geven hem de 600, wat ook al te veel is. Na een 'oh my god' die vergezelt wordt door een paar rollende ogen scheurt hij weg. Wat een flapdrol! 

 

In het restaurant is het lekker rustig en al het eten is vegetarisch. Het is niet per se fantastisch eten, of misschien kies ik gewoon voor de verkeerde opties. Ik kies voor de lasagne en Gijs kan geen genoeg krijgen van falafel vandaag, dus die gaan voor de falafel sandwich. 

 

Na het eten lopen we op ons gemakje terug naar het verblijf en pakken onze tassen in. Onze sokken, truien en lange broeken komen tevoorschijn en onze slippers, korte broeken en t-shirts verdwijnen in de rugtas. Je zou bijna vergeten dat het januari is en keihard aan het vriezen is in Nederland. 

 

We slapen kort en laten ons al vroeg naar het vliegtuig brengen. Nadat we nog een keer met de nationale sport van de Filippijnen meedoen en 45 minuten in de rij staan om in te checken ben ik er echt aan toe om naar huis te gaan. 

 

We hadden gehoopt dat we in Seoul, waar we weer een lange tussenstop hebben, een tour konden doen, maar die zaten allemaal vol. Zo jammer want daar keek ik best naar uit. Toch gaat de tijd die we hier moeten wachten wel snel en voor we het weten zitten we alweer in het vliegtuig naar Amsterdam. Nog geen twee maanden later zouden we in lockdown gaan vanwege corona en mijn blogwritersblock begon. 

0 Berichten

Welcome to Manilla

Ik heb heerlijk geslapen, maar nog wel wat last van zeebenen. Voor het eerst in lange tijd weer een warme douche, ik kan er bijna niet onder vandaan komen. Braaf gaan we bij de ingang zitten wachten op onze transfer. En wachten, en wachten, en wachten. Er zitten meer mensen, dus ik heb wel de juiste tijd aangehouden, maar het duurt wel echt heel lang. Ik kan maar niet wennen aan die Filipino tijd, altijd minimaal een half uur te laat. Uiteindelijk komt er een busje aan. In één oogopslag zie ik al dat we echt niet met al deze mensen in dat busje gaan passen. Gelukkig zitten wij dichtbij en schuiven snel de auto in. De chauffeur staat even te kibbelen met de dame van het verblijf, pleegt wat telefoontjes en dan is het eindelijk tijd om te vertrekken. Zorg dus dat je echt ruim op tijd een transfer boekt, het duurt altijd veel langer dan je verwacht.

Het is niet ver rijden naar het vliegveld, ik schat zo een 25 minuten vanaf Kokonuss. Hier staan we natuurlijk weer in de ene rij na de andere, maar volgens mij begin ik er aan te wennen. Dit vliegveld is klein en mega onduidelijk. De omroeper is niet te verstaan en we snappen niet waar en hoe laat we mogen boarden. Even denk ik dat het aan mij ligt, maar dan zie ik nog een stuk of 100 mensen verdwaasd om zich heen kijken. Uiteindelijk staan we dus allemaal in de verkeerde rij! 

 

We stappen het kleine vliegtuigje van Cebu Pacific in en het duurt voor de verandering niet lang voor ik in slaap val, zelfs nog voor we zijn opgestegen. Tussendoor schiet ik even wakker en geniet van het mooie uitzicht. De heldere zee, eilandjes en zandbanken schieten onder ons door. Na ongeveer anderhalf uur zie ik de wolkenkrabbers van Manilla verschijnen.

Als we met onze bagage weer op onze rug een taxi (ik mis de tricycles nu al) willen pakken komen we weer terecht in een draaikolk van verwarring. Er zijn iets van 3 taxistandplaatsen, die allemaal een ander soort taxi aanbieden. Ik snap er geen reet van en het is bloedheet. Natuurlijk staan we in de verkeerde rij. Er komt maar geen taxi en de chauffeurs die langs rijden lijken ons uit te lachen (of beeld ik me dit in??). Dan storm ik maar naar de andere rij, waar we binnen vijf minuten in een auto kunnen. Ik snap het verschil nog steeds niet. Iets met coupons ofzo. Voor zover ik weet worden we ook niet genaaid en voor 250 filipijnse doekoes worden we naar het hotel gebracht. 

 

De weg er naartoe is een hel, het is spitsuur en om de paar seconden staan we weer stil. Gijs en ik komen er steeds vaker op terug dat we misschien niet zo van grote steden houden, uitzonderingen daar gelaten. Na ruim 50 minuten!! Komen we aan bij Tivoli Hotel, een appartementen complex aan de rivier. Daar zijn we weer helemaal in de war, er zijn een paar hoge torens die allemaal een andere naam dragen. Uiteindelijk komen we uit bij de receptie, maar het is geen hotelreceptie. Het is gewoon iemand die ons de sleutel geeft. Zoek zelf maar uit waar je heen moet. Ik ben moe, heb het warm en ben het zat.

We gaan naar de lift, waar we moeten uitpuzzelen hoe die werken. Serieus, het is echt vaag! De ene lift gaat naar bepaalde verdiepingen en de volgende weer naar andere. En we weten ook nog eens niet op welke verdieping we moeten zijn. We vragen het aan de vrouw met haar armen vol tassen met boodschappen die met ons de lift in stapt. Ik denk, gezien het nummer van het appartement, dat we op de zesde verdieping moeten zijn, maar zij zegt neeeeee volgens mij 21. Holy shit, dit gebouw heeft gewoon 41 verdiepingen. Niet normaal. We zoeken ons rot op de 21ste verdieping, duizelen even bij het uitzicht, maar besluiten toch dat dit niet de goede vloer is. We gaan weer naar beneden en na wat speuren vinden we inderdaad ons appartement.

Het is hermetisch afgesloten, met een hekwerk en sloten. Het is een super chill verblijf. Goed bed, een bankje, fijne badkamer en een eigen keuketje met apparatuur. Er is een koelkast, waterkoker en magnetron. Het balkon kijkt uit op het basketbalveld op het dak, dat veel in gebruik is. Ik heb hier al zo veel mensen zien basketballen, het is hier echt populair. Wel vraag ik me af wat er gebeurt als de bal over de muur gaat en van zo een hoogte naar beneden stuitert…We gaan naar beneden, vlak voor de receptie zit een klein winkeltje. Hier halen we snacks en drinken en chillen even in het verblijf, we hebben ook nog niet gegeten. Eigenlijk heb ik helemaal geen zin meer in Manilla, terwijl ik er eerst naar uit keek. Ik denk dat het door de drukte komt, na die paar dagen op de boot met Buhay Isla. Toch besluiten we ergens te gaan eten.

 

We steken het water over en lopen langs de drukke autoweg, het is gelukkig niet meer zo druk als toen we naar het hotel reden, maar toch moeten we nog regelmatig scooters, of zelfs auto’s ontwijken die de stoep gebruiken om in te halen. Ik moet zeggen dat ik wel had verwacht dat het hier een stuk chaotischer en om heel eerlijk te zijn, smeriger, had verwacht. In mijn hoofd generaliseer ik alle aziatische hoofdsteden. Jakarte was een puinbak, Yangon gewoon hysterisch, maar hier valt het echt nog mee.

 

Bij Greenbar, een vegan tent, gaan we zitten. Het is een echte hipstertent en ik voel me gelijk thuis. We drinken een lokaal gebrouwen biertje, een bak nacho’s (dat MOET ik bestellen als ik het zie staan) en een burger. Gijs neemt Hail Seitan (geniale naam). Het eten is goed, maar op de één of andere manier voelen we ons allebei niet lekker. Ik denk ergens dat het door het biertje komt, misschien staat dat er al te lang ofzo. Geen idee, maar we lopen gelijk terug naar het verblijf. Natuurlijk komen er precies nu twee mensen uitgebreid met ons kletsen. Echt stom, ik voel me zo aso, maar ik kan echt niet gezellig doen. Terug in het verblijf blijf ik me beroerd voelen. Als ik me morgen nog zo voel, dan ga ik naar de dokter….


0 Berichten

Bye Bye Buhay

 Dag 15: 8 januari 2020 - Ergens tussen El Nido en Coron

Ook hier begint er een haan al vroeg te kraaien, rond vijf uur ben ik klaar wakker en voel me uitgerust. Ik ga me opfrissen voor de rest wakker is en gebruik de rust om de schade van een paar dagen niet schrijven in te halen. Ik ben een beetje droevig (serieus) omdat onze dagen op de boot en onze expeditie al voorbij zijn. Ik had gewoon voor die 5-daagse tour moeten gaan! 

 

Als langzaam iedereen ontwaakt is het tijd voor ontbijt. Gijs is weer opgeknapt en eet als een bouwvakker om de schade in te halen. We pakken snel onze spullen weer in en worden met de kano door het enge kwallen-water weer terug naar de boot gebracht. We varen naar onze eerste stop, een strand (Dipalan) waar we heen kunnen snorkelen. Het waait hard wat het zwemmen zwaar maakt. Dan zie ik ook nog eens creepy vissen in holletjes tussen het zeegras. Ze staren me aan en hebben een ‘boos mondje’. Ik krijg last van aanstelleritis en raak helemaal in paniek van de rare dieren. 


Nadat ik bij ben gekomen op het strand en wat heb rondgelopen, zwemmen we weer terug naar de boot. Natuurlijk probeer ik de enge grasvissen te ontwijken, maar op de één of andere manier zwem ik weer precies over ze heen. Volgens mij ben ik in recordtijd terug bij de boot. 

 

Het volgende strand waar we stoppen is echt prachtig, ik denk wel het mooiste tot nu toe, Ditaytayan. Hier kunnen weer zwemmen, snorkelen en chillen op het strand. Het is zonde dat er best veel afval ligt, dit heb ik eigenlijk verder nergens gezien. Om de hoek ligt onze lunch spot, bij een zandbank die uit een film lijkt te komen. De zon is super fel en ik heb nog nachtmerries van ons vorige avontuur op de zandbank bij El Nido, dus ik besluit om onder het afdakje bij de boot te kijken. Zoals elke keer als ik een stop ‘oversla’ heb ik hier achteraf weer veel spijt van. 

 


We maken het beste van de tocht naar ons eindpunt Coron en slaan de flessen rum die we nog hebben achterover. We doen goed ons best en moeten zelf nog even onderhandelen met een andere boot waar er frisdrank geruild wordt voor meer rum. Deze keer doe zelfs ik mee met de drankspelletjes, een unicum. 

 

Bij de haven van Coron voel ik me timide, alsof dit al het einde is van de hele vakantie. Onze bagage wordt uitgeladen en er komt een heuse drugshond om onze spullen te besnuffelen. Het is de schattigste drugshond ter wereld. Een ieniemienie jack russel die meer geïnteresseerd lijkt in knuffelen dan in onze tassen. Natuurlijk vind hij niets, maar mag nog wel een oefening doen waarbij de drugs tussen onze tassen wordt verstopt. Iedereen juicht voor het diertje als hij hierin slaagt. Het is zo schattig! 

 


 

We nemen afscheid en er wordt een groepsfoto gemaakt. Dan gaat iedereen zijn eigen weg. Gijs en ik pakken een tricycle naar ons verblijf Kokonuss. Het is een superfijn verblijf, met een zwembad en restaurant. Jammer genoeg blijven we hier maar één nacht. We frissen ons op en gaan naar het restaurant voor spaghetti en bier. We regelen alvast een transfer voor de volgende ochtend om naar de luchthaven te komen, voor we in onze zachte bedjes duiken en dromen over de toffe trip die we gemaakt hebben. 

 


0 Berichten

Expect the Unexpected

We worden gewekt door de luidruchtige hanen die rond scharrelen in het kamp. Ik heb heerlijk geslapen, misschien wel het beste van deze hele vakantie. Het ontbijt staat al klaar als ik  de hut uit kom en het ziet er weer fantastisch uit! Pannenkoekjes, toast, ei en fruit. Nadat we onze buikjes vol gepropt hebben is het tijd om onze spullen weer in te pakken. Onze tassen worden in gigantische dry bags geladen en met de kano terug naar de boot vervoerd. Wij zwemmen terug en strijken neer op het dak. 

 

Onze eerste stop is een snorkelplek bij een super mooi strand, Cagdanao. De stroming is hier zo sterk, gelukkig ben ik best een goede zwemmer, maar een aantal mensen hebben het echt zwaar. Een deel van de groep gaat volleyballen. De onderwaterwereld is hier zo gaaf! Ik spot de nare zeester die het koraal in de Filipijnen aan het vernielen is, al heb ik het op dat moment niet door. Ik weet wel een gave foto van de creep te maken. 


De tweede stop van de dag is bij Doble Nueve waar we kunnen van een klif kunnen springen. . Gezien mijn uitgebreide cv aan lompe ongelukken besluit ik lekker op de boot te blijven. Gijs  gaat wel en klautert langs de klif omhoog. Als je er eenmaal boven staat lijkt het een stuk hoger dan van de zijlijn. 

 

Het is wel een hele mooie locatie, met mooie kliffen, inhammen en helder water. Nadat iedereen uitgesprongen is het tijd voor de lunch, wederom fantastisch lekker. Ik ontdek okra en snap niet dat ik dit niet eerder heb gegeten. Gijs voelt zich ineens niet goed en gaat beneden op één van de bankjes liggen. 

Onze laatste stop van vandaag is weer een snorkelspot, dit keer bij een  mangrove (Araw Beach). Het water is ondiep en ik ben bang dat ik het koraal raak met mijn lompe gespetter. Ik heb het hier niet zo naar mijn zin als bij andere snorkelplekken. Ik ben een beetje paniekerig als ik grote stekelige dingen zie en heb ook nog een paar bijna botsingen met kwallen. Gijs en een aantal andere worden geprikt. Er zitten hier super mooie zeesterren, ze lijken haast nep. En een Lionfish!!!

Dan gaan we naar ons kamp voor de nacht, kamp Nilay. Hier mogen we niet naar toe zwemmen want hier zitten moordlustige kwallen. Met de kano worden we naar het strand gebracht. Daar vist één van gidsen zo een smerig ding uit het water, gewoon met zijn blote handen. Okay het zijn natuurlijk de tentakels die gevaarlijk zijn, maar toch vind ik het maar dapper. Hij legt uit dat de dingen moeilijk te doden zijn. Als ze uitgedroogd zijn kunnen ze weer gaan leven als ze in aanraking komen met water. Als je ze doormidden hakt, dan gaan ze gewoon als twee nieuwe dieren door het leven. Verbranden schijnt wel effectief te zijn. Creeps. 

 

Gijs gaat op bed liggen en laat zich de rest van de avond niet meer zien. Hij voelt zich nog steeds beroerd en wil niets eten. En laat dit nou het beste eten zijn wat we tot nu toe hebben gehad! Arme jongen. Natuurlijk wordt de rum weer rijkelijk geschonken en er worden weer drankspelletjes gespeeld. Ik vermaak me wel, maar voel me wel een beetje lullig omdat Gijs ligt te creperen in de hut. Ik sta wat te kletsen op het strand en dan zie ik een paar vuurvliegjes. Ik hou van vuurvliegjes <3

 

0 Berichten

Buhay Isla Expeditie

 

 Dag 13: 6 januari 2020 - El Nido, Palawan 

Eindelijk is het tijd voor onze Buhay Isla Expeditie! Hier heb ik al vanaf het boeken zo naar uit gekeken! We hebben onze spullen verdeeld in dagtassen, avondtassen en spullen voor in het ruim van de boot. We zijn er al vroeg klaar voor, maar we moeten dan ook nog het nodige kopen in het centrum van El Nido. 

 

We checken uit en pakken een tricycle naar het andere deel van de stad. Het begint te regenen. Als dolle stieren halen we de laatste items die we nog nodig denken te hebben voor de trip, plus het belangrijkste, wat biertjes. Rond 8.45 zijn we in de haven en zien we bekende gezichten van de mensen die we gisteren bij de briefing hebben gezien. 

Om 9 uur lopen we naar onze boot, een prachtig blauw exemplaar met de typische drijvers. Ik stuntel met mijn spullen over de loopplank en ik zie het al helemaal voor me dat ik het water in donder, maar gelukkig blijf ik droog. Het schip heeft een binnenruimte, een hutje voor de kapitein, een verstopte keuken, een toilet en een terras op het dat met bankjes en een overkapping. 

 

In de binnenruimte gaan we (nog wat awkward) zitten voor een briefing en krijgen zwemvesten in onze handen geduwd die we braaf aantrekken. Naar de maten wordt niet gekeken, zo verzuip ik in de mijne en lijkt die van één van de Amerikanen meer op een crop top. Gids Darryl houdt een praatje als we wegvaren uit de haven. De crew wordt voorgesteld en bestaat uit 2 ankermannen, 2 gidsen, 1 mechanic, 1 kapitein en heel belangrijk de chef kok. 

Als El Nido uit het zicht verdwijnt trekt de lucht open en schijnt de zon weer. Dit is een goed voorteken. Het duurt niet lang voor de eerste zwemvesten weer uit zijn en al snel komen we aan bij onze eerste stop: Pasandigan Beach. Dit strand is bekend van één van de seizoenen van Expeditie Robinson en daarom worden alle Nederlanders wild van deze locatie. Het is ook echt prachtig. 

 

We krijgen de instructie om niet naar de hutjes aan de linkerkant van het strand te gaan, die zijn van concurrent TAO. We springen het water in met onze snorkels (die kun je ook bij Buhay Isla lenen, maar wij hebben onze eigen meegebracht). Als we bij het strand aankomen zitten er twee honden op een bijzonder intieme manier aan elkaar vast. Het ziet er super zielig uit, maar gelukkig weten ze uiteindelijk van elkaar los te komen. 

Tussen de krabbetjes lopen we wat rond en Gijs vind het maar onzin dat die mensen van Expeditie Robinson nooit wat te eten kunnen vinden, hij ziet overal wel iets eetbaars... Als er op een grote schelp/hoorn geblazen wordt weten we dat het tijd is om terug te gaan naar de boot. Als een school vissen snorkelen we met de hele club weer terug naar de boot. De zwemvesten worden nu door iedereen compleet genegeerd. In de ‘hut’ drinken we oploskoffie (erg heftig) en eten een rijscakeje. Ik kan hier wel aan wennen. 

 

Het weer wordt weer slechter, het is best fris en er zijn hoge golven. Mijn irreële angst voor zeeziekte speelt weer op. We zijn onderweg naar onze lunchplek. Het is weer ontzettend mooi, bij een eilandje met voor de kust een scheepswrak. Dan krijgen we de lunch voorgeschoteld en het is fantastisch. Bakken vol vis, vlees, groente en salades. En het belangrijkste de rijst; oftewel PHILIPINO POWERRRR. Het is een beetje hysterisch opscheppen, maar er blijft genoeg over voor ons twee vegetariërs. Het is echt heerlijk! 

 

Ik heb het zo koud gekregen en ben eindelijk weer een beetje opgedroogd, dus ik sla deze snorkelbeurt over (okay ik heb er achteraf echt spijt van), maar Gijs neemt wel een duik. Het ligt helemaal vol met blauwe zeesterren, maar het water is te troebel om goede foto’s te nemen. Waarschijnlijk door het slechte weer. 

 

Thnx voor de foto Judith!
Thnx voor de foto Judith!

Onze laatste stop wordt gecancelled, het weer is te slecht geworden. Heel jammer, maar ik ben ook best verkleumd ondertussen door de miezer regen. We varen naar ons kamp voor de nacht; Dayo. Het is idillysch. We waren gewaarschuwd dat het back to basic zou zijn, maar dat valt 100% mee. Er is licht en er zijn zelfs wc-potten. Ik duik snel een douchehokje in waar ik met de handdouche het zoute water van me af spoel. Het water is zelfs lekker warm geworden door de zon. Ik voel me gelijk een stuk beter. 

 

Het hutje is simpel, van bamboe met een matrasje erin en een klamboe, meer niet, maar meer heb je toch ook niet nodig. Er is een overkapping die dient als gemeenschappelijke ruimte met een grote tafel en bankjes en stoeltjes. Daar wordt al snel de sprite, cola en rum tevoorschijn getoverd. De sprite en rum combi was mij nog onbekend, maar het is echt een chill drankje. Ook gevaarlijk want het is net limonade.

 

Er wordt gekletst, er worden drankspelletjes gespeeld en we krijgen de primeur van de vuurshow van Darryl. Hij zegt dat het de eerste keer is dat hij zo een showtje weg geeft, maar het is duidelijk één van de beste die ik heb gezien (alsof ik een vuurshow expert ben...). Het blijkt dat wij de enige zijn die zelf bier hebben meegenomen en nu voel ik me echt een alcoholist. Maar als ik met mijn koude blikje bier bij het kampvuurtje sta ben ik er toch wel blij mee. Als ik slap begin te ouwehoeren besluit ik dat het tijd is om mijn hutje in te duiken. Het was een mooie eerste dag.

0 Berichten

Tour B

Dag 12: Zondag 5 januari 2020

Het is bewolkt als we wakker worden. Als we ons aan het klaar maken zijn om wat te gaan eten komt er een dame van Thumb’s Up Tours aanlopen. Tour C is gecancelled door het slechte weer, het zou te hard waaien en er is geen kustwacht om ons te redden als we in de problemen komen. Vind ik toch best een goede reden om de tour niet te doen. Tour B gaat wel door en als we willen kunnen we mee. Apart want gisteren was deze nog vol. Maar goed we vinden het prima. 

 

Bij de receptie vragen we naar de Environmental Fee die we nooit gehad hebben. Weer wordt er druk gebeld en gesmst. Als we zitten te eten komt er iemand van het verblijf naar ons toe. Het is eindelijk duidelijk wat er met onze kaartjes is gebeurt. Per abuis zijn die op naam van de vorige bewoners van onze kamers komen te staan. Het maakt niet uit zegt het mannetje van de receptie, je kan ze gewoon gebruiken. Nou ik vind het best, het scheelt ons in ieder geval weer wat geld. Ik app Roger van de Tour Agency dat het is geregeld.

Kijk die clownfish heeeelemaaaaal rechtsonderin!
Kijk die clownfish heeeelemaaaaal rechtsonderin!

We wachten bij de receptie tot we worden opgepikt, deze keer is ons vertrekpunt bij strand Zuid en kunnen we er gewoon heen lopen. Weer staan we lang te wachten tot we vertrekken. Ondertussen maken we kennis met onze tourgenoten. Twee chickies uit Barcelona, een Canadees en jawel, de eerste Nederlander die we tegenkomen. Ze zijn niet onaardig, maar er hangt een beetje een awkward vibe. 

 

Onze eerste stop is een snorkelplek, wat weer fantastisch mooi is. Het is wel echt slechter weer dan gisteren, het is een stuk guurder. We zouden eigenlijk ook naar een grot gaan, maar daar kunnen we door de hoge golven niet bij in de buurt komen. Onze tweede stop is een zandbank, die als een slang door de zee loopt, vandaar de naam Snake Island.. Heel gaaf, echt een plaatje. Als je de andere toeristen weg kan denken. Het klaart hier wat op en in de zon slenteren we door het zand. We beklimmen de rotsen in het water, waar ik wat van de as van mijn moeder uitstrooi. Daarna halen we een biertje en drinken die op terwijl we genieten van het fantastische uitzicht. In mijn hoofd hoor ik het deuntje van Jurassic Park. Of is Gijs het nou gewoon de hele dag aan het neuriën?


In de boot krijgen we de fantastische lunch voorgeschoteld. Ook de honden die hier rondlopen zijn het daar mee eens. Ze zwemmen naar de boot toe, wat er super schattig uit ziet, en klimmen het trappetje naar onze boot op. Natuurlijk ben ik te laat met foto’s maken en worden ze al snel door de crew verjaagd. Doodleuk zwemmen ze naar de volgende boot om het daar te proberen. 

 

 De volgende stop is de kathedraal grot, die me eerlijk gezegd een beetje teleur stelt. Het is een inham in een rots, waar we niet bij in de buurt kunnen komen door het slechte weer. En het weer is nu ook echt een stuk slechter geworden. Het miezert en het is best koud.

 

We skippen snel door naar onze volgende stop, een één of andere zandbank met niets te doen. De zon is inmiddels weer te voorschijn gekomen. De dames die hier topless lagen te zonnen vluchten snel als ze ons zien aankomen. We worden hier gedropt en mogen een uur lang chillen, in de brandende zon. We lopen wat rond, dobberen kort even in het water en kijken hoe de mensen van een ander bootje hun lunch hier geserveerd krijgen.

 

Ik ben niet echt content en ben keihard aan het verbranden, hoe hard ik ook smeer met mijn factortje 50. Ik vlucht dan ook snel terug naar de schaduw van de boot en strijk neer tussen de slapende bemanning.

 


 

We dachten dat de de zandbult onze laatste stop van de dag zou zijn, maar er staat ons nog een snorkelspot te wachten. De mooiste spot tot nu toe. We blijven hier dan ook eigenlijk veel te lang hangen. Ik kan er geen genoeg van krijgen. De Canadees maakt er helemaal een potje van. Die komt gewoon niet met zijn hoofd uit het water en laat ons lang wachten. Uiteindelijk gaat iemand van de bemanning maar het water in om hem te halen. Gijs en ik zitten inmiddels op hete kolen. Wij hebben een date met onze groep van Buhay Isla. We gaan de komende 3 dagen op expeditie en krijgen vanavond een briefing. 

 

Als we weer bij El Nido aan komen zeggen we vlug vaarwel tegen de anderen en rennen terug naar het verblijf om ons even op te frissen. Ik zit nog onder het zout en zand als we voor het hutje staan, dat op honderd meter van ons verblijf af ligt. Ik ben een beetje nerveus over wat ons te wachten staat. Je zit de komende drie dagen opgescheept met de mensen die je vanavond zal gaan ‘ontmoeten’, straks zijn ze vreselijk…


We zijn er net op tijd. Snel trekken we ons schoeisel uit en gaan de trap op naar boven. Het kleine hutje zit al propvol. Als snel blijken het vooral Nederlanders te zijn. Ik had het al op internet gelezen dat deze expedities voor 80% uit landgenoten bestaat. Ik vraag me af waarom juist wij dit zo leuk vinden?

 

Een dame van Buhay Isla neemt het woord en stelt onze gids voor de komende dagen voor. Darryl is een jong jochie, maar lijkt er veel zin in te hebben. We vullen de nodige formulieren in en betalen de tweede helft van de prijs voor deze trip. De eerste helft hebben we bij de boeking al voldaan. 

 

Er volgt een kort voorstelrondje, waarbij ik natuurlijk niemands naam kan onthouden. We zijn in totaal met 18 personen, 2 Amerikanen, 2 Italianen, 2 Britten en maar liefst 12 Nederlanders. Dat is toch bizar? We krijgen door welke dingen we echt niet moeten vergeten, wat het plan is voor je bagage en waar we elkaar de volgende dag zullen ontmoeten. Ik zal nog een uitgebreider artikel in elkaar flansen met tips en tricks voor een expeditie met Buhay Isla!

 

We sluiten de avond af met veel te veel eten bij de Lions Bar, maken onze bagage klaar voor de volgende dag en duiken ons bedje in.


0 Berichten

Tour A

Vandaag gaan we op tour. En dan wel Tour A, van de welbekende ABCD-tours die je kunt doen in El Nido. Elke heeft zijn eigen toffe stops, ik zou ze het liefst allemaal doen, maar helaas hebben we maar beperkt de tijd. Om 8.30 Filipino tijd (dus 9.00) worden we opgepikt bij het hotel en in een tricycle gegooit. We gaan naar El Nido Noord, dat even verderop ligt en waar je veel meer restaurants, barretjes, winkeltjes etcetera hebt. 

 

Bij het punt waar we gedropt worden kun je waterschoenen huren. Wij hebben ze in Nederland al gekocht en ik ben hier zoooo blij mee. Je hebt deze echt wel nodig, zonder waterschoenen zou ik zonder voeten terug naar Nederland zijn gekomen. Hier kun je ook dry bags huren, maar ook die hebben we zelf meegenomen. Wat zijn die dingen ideaal! Ik had alleen gewild dat we ook nog een kleinere versie hadden voor de spulletjes die je snel even wilt pakken.


Niet veel later staan we op het strand met de andere touristen die dezelfde tour gaan volgen, een stel Amerikanen, Brazilianen en een zooitje Russen. We hebben nog snel een grote fles water gehaald, maar die moeten we weer inleveren. Veel van de plekken die we gaan bezoeken zijn beschermd en je mag er geen plastic mee naartoe nemen. Het voelt als nog een uur wachten voor we naar de boot lopen door de zee. 

 

Onze eerste stop is Seven Commando Beach, een prachtig wit strand omheind door grijze rotsen die er gevaarlijk scherp uitzien en versierd met palmbomen. Het is zo ontzettend mooi! Maar natuurlijk zijn we hier niet de enige. Het strand is druk, maar zeker niet overbevolkt. Er worden overal om ons heen pfotoshoots gehouden voor Instagram. Een schommel aan een palmboom is de topattractie. We halen wat drinken en strijken neer op het strand. We snorkelen wat en ik vergeet natuurlijk de camera mee te nemen.Gijs denkt hier gelukkig wel aan en weet wat visjes vast te leggen. Wel onthou ik om wat van de as van mijn moeder achter te laten op deze mooie plek.


Waarom 7 Commando Beach deze naam heeft gekregen is nogal mysterieus. Er zijn meerdere verhalen te vinden op het internet, maar ik heb geen officiële verklaring kunnen vinden, dus ik heb wat informatie op verschillende blogs en sites als Tripadvisor bekeken. Er zijn twee verhalen die eigenlijk overal opduiken. 

 

De ene vertelt dat de naam ontstaan is in de tweede wereldoorlog, toen er 7 commando’s op dit hier gestrand waren. En dat ze plannen aan het maken waren om El Nido over te nemen. Er staat een groot bord op het strand die deze versie van het verhaal laat zien. 

 

Het andere verhaal is dat er een bootje aanspoelde waar 7 commando’s in gekerfd stond. Dit is het verhaal dat de lokale bevolking zelf geloofd en dat lijkt me dan de meest realistische versie. Ook van deze versie is een relikwie te vinden op het strand.


De volgende stop is de Secret Lagoon, die in tegenstelling tot de naam echt absoluut geen secret is. We snorkelen het stuk naar het strand om vervolgens in de ontzettend lange rij aan te sluiten om de ‘geheime lagune’ te zien. Er staan wat mannetjes bij de ingang die zorgen dat het niet te druk wordt. Een aantal touristen per keer worden naar binnen gelaten. Je klimt over een rotspartij heen door een tunnel in de stenen. Dan kom je in de lagune. Ik vind er eerlijk gezegd niet zo veel aan. Het water is troebel en ik snap de heisa niet… we sluiten dan al snel terug aan in de rij om naar buiten te gaan en besluiten rond de boot nog wat te snorkelen.

 

Ondertussen vaart er een mannetje langs waar je drinken bij kunt kopen, heel grappig en Gijs besluit twee veel te dure biertjes te kopen. Ondertussen laat één van de Amerikaanse kinderen zijn telefoon (gelukkig in mini drybag) in het water vallen en duikt de crew een aantal keren het water in om hem te zoeken en de helden vinden het ding ook nog!


Dan is het tijd voor de lunch en worden we op een strandje tussen wat rotsen gedropt. Het is prachtig en iedereen zoekt een plekje terwijl het eten door de crew door het water naar het strand wordt gebracht. Er is zo veel lekkers op de tafel te vinden en het ziet er ook prachtig uit. Mooi gesneden fruit, salades (voor ons vega’s), vis, vlees en natuurlijk rijst.

 

Als we allemaal aan het smikkelen zijn zie ik iets in mijn ooghoek bewegen. Het is een gigantische varaan! Ik geef Gijs een por, want die roept elke vakantie dat hij er eentje in het echt wil zien. Hij sprint er dan ook gelijk heen om foto’s te maken, terwijl ik de rest van ons bootgenootschap vertel dat er iets te beleven valt. ‘Big animal!’... waarom kan je ineens geen Engels meer als het er op aan komt…Ik gok dat het een Palawan Monitor Lizard is.


Vervolgens gaan we verder en mogen we ergens snorkelen. Ik maak een hoop foto’s met de onderwatercamera en kan de lol er wel van inzien. Ik neem me voor om thuis uit te zoeken wat we nu allemaal voor zeeleven hebben gezien. Veel koraal is helaas dood en dit komt door verschillende oorzaken, de boten die hun ankers in het koraal gooien, toeristen die het kapot trappen, de zonnebrandcreme die veelvuldig gesmeerd wordt voordat men het water in gaat, maar ook door een dier.

 

Een soort zeester nog wel, de Crown of Thornes. Een awesome naam voor een klote beest. Er gaan geruchten dat duikers uit andere landen ze hier los hebben gelaten omdat het te veel met hun werkgebied zou concurreren. Dat ben je wel een echte eikel.

 

Later ben ik getipt dat dit verhaal onzin zou zijn. De monster zeester is gewoon één van de oorspronkelijke bewoners van de koraalriffen van de Filipijnen. Echter door overbevissing zijn de vijanden van de zeester verdwenen en kreeg het vrij spel om het koraal te verorberen.

Onze laatste spot voor de dag is de Big Lagoon, een beetje gek want we hadden aangegeven dat we naar de Small Lagoon hadden willen gaan, maar goed. De lucht betrekt een beetje, maar het is nog steeds lekker weer. We huren een gele kayak voor maar liefst 350 pesos, best een boel, maar ja je wil het natuurlijk doen zoals het hoort. De Brazilianen zijn rebels, die gaan zwemmen, maar het is best een eindje en met de kayak kan je nog een beetje van je omgeving genieten. 

 

We peddelen als een tierelier en zijn al snel een stuk verwijdert van de andere, heel veel andere, toeristen. De Big Lagoon is gaaf, hoge begroeide rotswanden om het heldere blauwe water. Dit is wel zoals ik me de Filipijnen had voorgesteld. Ik zie enorm veel zee-egels op de bodem, best freaky want die dingen zijn rete-giftig. Ineens horen we bladeren bewegen boven ons hoofd. We moeten even speuren, maar dan zien we een paar apen! Ik denk dat het de Filipijnse Langstaart Makaak is, maar ik heb er natuurlijk niet echt verstand van.

 

We blijven veel te lang naar de dieren staren en ineens zien we dat er niemand meer peddelt aan de andere kant van de lagune. We peddelen als een malle en zijn inderdaad de laatste die terug komen bij de boot. Ik vind dat altijd zo hinderlijk om mensen op mij te laten wachten… 

We varen terug naar El Nido en pakken voor 100 pesos een tricycle terug naar ons verblijf. We zijn zo enthousiast geworden van deze tour dat er morgen weer een willen doen. Helaas zijn alle tours bij het hotel al volgeboekt. We frissen ons even op en proberen het nog eens bij het toeristenstraatje aan de overkant. Bij Thumbs Up Tours hebben we gelijk Bingo. Een vriendelijke vent praat ons Tour C aan omdat Tour B al vol zou zitten. Dan komen we erachter dat we eigenlijk een bonnetje zouden moeten hebben van de Environmental Fee. Die hoef je in principe maar 1 keer te kopen voor 400 pesos en kun je tien dagen gebruiken. 

 

Ik weet zeker dat ik het bonnetje nooit in mijn handen heb gehad, maar keer toch mijn tas ondersteboven. Natuurlijk vind ik het niet. De man laat ons beloven dat we het navragen en anders betalen we morgen alsnog de fee. Prima, we gaan even terug naar de overkant en vragen bij de receptie van ons verblijf wat ze met onze tickets hebben gedaan. Er wordt gebeld en overlegd, maar het is niet duidelijk waar ze gebleven zijn. Ze zullen er morgenochtend op terug komen. Nou prima dan gaan wij even een hapje eten. 

 

Gisteren had ik het restaurant Lion’s Bar al gezien en nu is er nog live muziek ook. Onder het genot van een Bob Marley imitator eten we onze veggieburger en deze is serieus super goed! Het was een goede dag!


* Mijn programma om foto's te bewerken is er even mee gekapt, dus persoonlijk vind ik mijn foto's een beetje tegenvallen deze ronde, maar als die ongein weer werkt zal ik het updaten. 

Transfer & Tricycle Troubles

Dag 10: Vrijdag 3 januari 2020

We zijn weer vroeg uit de veren en wachten bij de receptie van Sheebang Hostel op onze transfer. Deze houdt, zoals we al hadden verwacht, de Filipijnse tijden aan en komt zo een 40 minuten te laat. We hebben geen haast gelukkig. Dan moeten we nog de halve stad door om overal wat mensen vandaan op te pikken. Oostenrijkers, Denen en Engelsen worden in het busje geladen. Het duurt zooooo lang voor we echt onderweg zijn.

 

De omgeving is weer prachtig en zo anders dan de andere eilanden waar we zijn geweest. Ik lees wat en kijk om me heen.Gijs ligt natuurlijk al snel te slapen. Eén van de Oostenrijkers kletst iedereen de oren van zijn hoofd, waar volgens mij niemand echt op zit te wachten. Ergens halverwege stoppen we bij een restaurant voor de lunch, natuurlijk staan hier ook weer verkopertjes die je proberen iets aan te smeren. In dit geval zijn het parels en zijn de verkopers kleine kinderen. Ik kan er niet aan wennen, maar ik heb wel een truukje om ze af te wimpelen. Ik kijk ze recht aan, niet ontwijkend want dan blijven ze het proberen, lach een beetje en schud duidelijk nee. Ik zweer dat het werkt!


Na een half uurtje gaan we weer terug het busje in. De chauffeur slingert wat en één van de dames naast hem geeft hem een por. Ze laat ons weten dat hij toch echt in slaap aan het dommelen is. Het is doodeng en ik zie de krantenkoppen al weer voor me: Nederlandse toeristen omgekomen bij eenzijdig auto-ongeluk. De mensen om hem heen doen er alles aan om de chauffeur wakker te houden. En aangezien we nog leven is dat gelukt. 

 

Rond 14.00 komen we aan in El Nido. Ik weet niet waarom maar ik voel me hier gelijk goed. We regelen een tricycle, die echt een paar honderd meter hoeft te rijden voor we bij ons verblijf aankomen. Als hij de oprit wil inrijden worden we aangereden. Een andere tricycle rijdt met een beste snelheid op ons in. Gelukkig worden Gijs zijn benen beschermd door het blauwe metaal van het bakkie, maar het is maar net goed gegaan. Dat had nog lelijk kunnen aflopen.


 

De chauffeurs zitten elkaar een moment dom aan te gapen en beginnen dan te mopperen in het Filipijns. Ik ben een beetje verbaasd dat ze ons niet vragen of alles in orde is. Ineens stopt de discussie tussen de mannetjes en mogen we de 100 pesos afrekenen. Boven op het balkon van ons verblijf hebben we door onze botsing wat publiek gekregen. Gijs heeft wat slechte recensies gelezen over deze toko en ik ben een beetje nerveus dat we in een horror hostel verblijven. 

 

Ik ben blij verrast. Novie’s Tourist Inn is een prachtig verblijf, met lieve personeelsleden. De hal wordt verbouwd, maar de rest ziet er super netjes uit. We hebben een kamer helemaal achterin de mooie tuin en heeft, terecht, de naam seaview. We hebben een ontzettend mooi uitzicht en ondanks dat ik nog maar weinig van El Nido heb gezien ben ik er al een beetje verliefd op. Ik heb eindelijk het eiland-gevoel waar ik op hoopte toen we de reis boekte.


We gooien onze spullen in de kamer, trekken zwemkleding aan en vertrekken richting strand. Tegenover het hotel ligt Pop’s District, waar je touragency’s, supermarktjes, restaurantjes en andere winkeltjes vind. Als je hier doorheen loopt kom je uit bij het strand. Het is zo mooi! Echt bizar. De groene rotsen die uit het water torenen, in de verte de eilandjes en dan de typische bootjes met hun drijvers aan de zijkant. Dit is het beeld wat ik had van de Filipijnen!

 

Het water staat laag en in plaats van te gaan zwemmen lopen we wat over het strand tot we een tentje tegen komen waar we op het terras aan het strand gaan zitten. Bij Bella Vita drinken we wat en eten we wat. Daarna gaan we Pop’s District weer in waar we nog wat drinken bij Booze & Belly. We bekijken de gespannen Jenga wedstrijd die een tafeltje naast ons wordt voltrokken. Jenga is hier volgens mij volkssport nummer 2, in de rij staan blijft de absolute nummer 1 natuurlijk. Bij het hotel boeken we een tourtje voor de volgende ochtend en chillen nog wat op het balkon voor we ons lekkere bedje induiken.


0 Berichten

Sheebang

Dag 9: Dumaguete naar Puerta Princesa, Palawan 2 januari 2020

Om 6.30 gaat ons wekkertje weer. We vertrekken uit Dumaguete en gaan naar Puerto Princessa op Palawan. Hier blijven we maar één nacht, we hebben met pijn in ons hart besloten om meer tijd in El Nido door te brengen. Soms moet je offers maken… 

 

Bepakt en bezakt staan we langs de weg en proberen een tricycle naar het vliegveld te krijgen. Op de één of andere manier wil dit weer eens niet lukken, ik weet niet wat we verkeerd doen, maar ze willen ons niet meenemen. 

 

Ik raak een beetje opgefokt, bang dat we onze vlucht zullen gaan missen, al zijn we ruim op tijd. Stampend ga ik weer terug naar Gabby’s Bed & Breakfast en vraag om hulp. Een jongetje uit de keuken komt ons assisteren. Serieus nog geen minuut later stappen we in een wagentje en nog voor een schappelijke prijs ook. Echt geen idee wat er mis ging.

 

Ik verwacht een hele lange rit naar een afgelegen vliegveld. Dat heb ik mis. Voor mijn gevoel echt midden in de stad slaan we een steeg in en rijden we het parkeerterrein van de luchthaven op. Het vliegveld wordt op dit moment verbouwd en het nogal onduidelijk wat er van je wordt verwacht. Door een security dude worden we tussen de mensen (en hun dozen met hanen) begeleid daar wat blijkbaar de juiste wachtrij is. Jaaaa ook hier hebben ze natuurlijk weer mega veel rijen. We checken in en hebben natuurlijk weer zeeën van tijd. We gaan nog wat rondstruinen buiten de incheckhal, maar daar blijkt eigenlijk maar weinig te beleven. Dan verdoen we onze tijd maar weer met eten in de gate.



We hebben een bizarre vlucht moeten boeken, voor ook niet echt een leuke prijs. We vliegen eerst helemaal naar Manila, moeten daar 3 uur wachten om vervolgens weer naar het zuiden te vliegen. Manila is horror. Niets staat normaal aangegeven, borden wijzen soms naar muren en we begrijpen er echt niets van. Ineens staan we in de aankomsthal, tussen de taxichauffeurs. Dat kan niet de bedoeling zijn. Door een vriendelijke dame van het vliegveld worden we de juiste kant op gewezen. Nog kost het ons moeite om bij de juiste gate te komen. Roltrappen slaan soms gewoon een verdieping over en meer van dat soort ongein. Natuurlijk komen we wel op de plek waar we uit moeten komen. Daar scoren we sandwiches en wachten nog zo een half uurtje tot we onze volgende vlucht weer mogen pakken.

Ik moet wel lachen om de stewardessen van de vliegmaatschappij Cebu Pacific. Tijdens de vlucht wordt er een quiz gehouden waarmee je prijzen kan winnen. Bijvoorbeeld een slaapmasker of sleutelhanger van de maatschappij. Helaas weet ik geen enkel antwoord op de vragen over de Filipijnen, ik heb me echt niet goed ingelezen. 

 

De vlucht en het ophalen van de bagage gaat soepel. Ik heb het idee dat mensen hier al chiller zijn, ik weet niet waarom ik krijg een goede vibe van dit eiland. Misschien komt het door onze relaxte taxichauffeur, of door  Bob Marley uit de speakers.

Het duurt niet lang voor we bij ons verblijf aankomen: Sheebang Hostel. Het ziet er supergezellig uit, met een bar, restaurant, veel zitplaatsen en tafeltennisende mensen. We checken in bij een vrolijke dame. Eigenlijk heb ik al gelijk weer spijt dat we morgen weg gaan. Toch regelen we de transfer naar El Nido gelijk bij haar, dan zijn we daar vanaf. Dan mogen we onze tassen in de kamer zetten. “I’m sorry we have to walk very far, dears’ zegt de blije dame. Lekker boeiend! Net 3 stappen later draait ze zich naar de deur van onze kamer en begint keihard te lachen. “Your room is here, in the middle of all the fun” zegt ze gniffelent. 

 

De kamer is prima, basic, maar de bedden zijn goed. De badkamer stelt niets voor en er is later op de avond nog een incident met een niet doorspoelend toilet waar ik het niet over wil hebben. De locatie van de kamer ‘in the middle of all the fun’ is wat minder fijn. We slapen slecht door de tyfus herrie om ons heen, van het super gezellige hostel. Ik raad dan ook aan dat als je in dit hostel wilt verblijven, dat je een kamer iets verder van all the fun vraagt. 

 

Maar voordat we ons bed in duiken hangen we rond in het verblijf, eten wat en drinken iets te veel piña colada’s. We maken het niet laat, we moeten ALWEER om 5.30 uur opstaan.


0 Berichten

Viva Valencia

Dag 6: Dinsdag 31 december 2020

Nadat Gijs vannacht bijna dood is gevroren van de airco en ik badend in het zweet wakker lag zitten we nu niet zo vredig aan het ontbijt bij Gabby’s Bed & Breakfast. We discussiëren knorrig over ons plan van aanpak voor die dag, maar laten het bij “we lopen wel gewoon naar de jeepney terminal”. Zo gebromd zo gedaan... We lopen richting de locatie die Google aangeeft, zodat we daar een kleurrijk busje naar het stadje Valencia kunnen pakken, dat even buiten Dumaguete ligt. 

 

We vinden een terminal met een hoop prachtige voertuigen en een bankje vol rimpelige oude mannetjes. We vragen of hier de jeepney naar Valencia vertrekt, maar ze schudden druk met hun hoofd. Ze proberen uit te leggen waar we dan moeten zijn, maar dit kan ik niet helemaal ontcijferen dus volgen we de richting van hun handgebaren. 

 


  Ons humeur wordt er niet beter op als we lang in de zon lopen zonder enig uitzicht op een andere terminal. Dan ben ik het zat en laat een tricycle stoppen. Ik vraag of hij ons naar de bushalte wil brengen, maar hij biedt aan om ons gelijk naar Valencia te rijden. Alhoewel ik eigenlijk heel graag in een jeepney had willen gaan, ben ik onze vertraging nu wel zat. Ik spreek af dat de vrolijke chauffeur ons voor 200 pesos meeneemt en iets opgewekter zit ik naast hem in de zijspan. 

 

Het windje doet ons goed en langzaam trekken we weer wat bij. We genieten van het uitzicht onderweg en Gijs vergelijkt dit terecht met Santo Antao, diepe groene dalen afgewisseld met heuvels. De drie eilanden die we tot nu hebben gezien lijken wel echt een andere persoonlijkheid te hebben. De chauffeur weet ons om te praten en ons voor nog eens 100 pesos naar Forest Camp te brengen. Geen idee wat  het is, maar ik neem aan dat een bewoner toch het beste weet wat tof is om te zien. 

 

Niet veel later, ik gok zo een twintig minuten, staan we op een parkeerplaats. Blijkbaar is Forest Camp een resort, waar je voor 120 pesos per persoon mag komen chillen. We lopen wat rond en het is echt wel heel tof! Er zijn ontzettend veel zwembaden, grote en kleinere, en je hebt er makkelijk eentje voor jezelf! Het is prachtig met de baden langs een riviertje tussen de begroeiing. We kiezen een pittoresk exemplaar uit en poedelen daar wat in rond. Dan drinken we natuurlijk nog even een biertje voor we terug gaan naar chauffeur Randy. 


 

Voor we de tricycle weer in gaan spreken we af dat hij ons voor 1000 pesos in totaal de hele dag zal gaan rondrijden door Valencia en omstreken. Ik heb gewoon geen zin meer om nu nog een andere chauffeur te gaan zoeken. Wij blij en Randy blij. Onze eerste stop is de Smoking Mountain. Dit zal wel als een verrassing komen, maar het is dus een rokende berg! 

 

Langs de weg ziet Gijs ineens kleine pluimpjes rook en damp uit de berg komen. Randy stopt de tricycle en we waggelen wat heen en weer langs de grote gele hekken. De geur van rotte eieren dringt mijn neus binnen, maar ik vind het niet zo smerig als ik had verwacht. Ik verwonder me er eerder over. We turen naar de kleuren van de berg en de belletjes die in de plasjes met heet water omhoog komen borrelen. Ik hou van dit soort gekke natuurverschijnselen. 

 

 


 

 

 

Next stop: Red Rock Hot Springs! Opnieuw is het tijd om het water in te gaan. Onderweg rijden we al langs rode rotsen waar de naam van de attractie vandaan komt. Midden tussen deze rotsen lijkt onze tricycle opeens te overlijden. Hij sputtert, valt uit en maakt geluiden die ik nog niet eerder uit het wagentje heb horen komen. Ik kijk Gijs bezorgd aan, maar Randy krijgt het ding toch weer aan de praat (nadat Gijs de wagen een berg op heeft geduwd) en zet ons af voor de ingang van de Hot Springs. 

 

Voor 60 pesos per persoon stappen we het kuuroord in, dat ooit is opgericht door een familie om te ontspannen, maar nu ook voor toeristen open is. Het is helemaal niet druk, wat ik eigenlijk wel had verwacht. We kleden ons om en gaan het water in. Het is serieus heerlijk! We doberen (ja alweer) wat in het warme water en proberen te ontspannen. Dit lukt op zich aardig, maar ik ga me helaas nog al snel vervelen. Als ik ga douchen merk ik dat ik onder de rode vlekken zit… de mineralen in het water geven behoorlijk af! Gijs zijn zwembroek is ook verkleurd (na een keer of 80 met de hand wassen is het er nog niet helemaal uit). 

 

Tip #6: Let op welke badkleding en handdoek je meeneemt naar Red Rock Hot Springs.

Als ik me zo goed mogelijk onder de handdouche heb weten af te spoelen komt Gijs naar me toe. Hij heeft Randy gesproken en de tricycle is dus toch overleden terwijl wij hier lagen te chillen. Dat voelt wel rot, niet alleen voor ons maar ook voor Randy die vanavond met Oud & Nieuw zou gaan werken. Snel kleed ik me aan en gaan we samen terug naar het stuk schroot en onze chauffeur. 

 

Tip #7: Neem geen tricycle naar Red Rock Hot Springs, dan kunnen die dingen helemaal niet aan! Zorg dat je een sterker exemplaar huurt in Valencia, of een auto pakt!

 

Randy geeft aan dat hij geregeld heeft dat een vriend ons op komt halen. “Is okay to go on motorcycle?” vraagt hij bezorgd. Nou, ik heb wel vaker achterop een motor gezeten dus dat is op zich geen probleem, maar ik hoop dat er ook een helmpje meegebracht wordt, denk ik op dat moment nog. Uhm… dat was een beetje naïef. Ongeveer een half uur later komt er een motor aangereden, waar ik er drie had verwacht (ja… serieus). Ik kijk nog eens goed zie dat het achterstuk van de motor is verlengd met een soort zitje van metalen buizen. 

 

Het blijkt dus dat we met vier!!! personen op deze motor gaan. Ik snap nog steeds niet waarom, maar ik ben gewoon achterop gestapt. Ik ga achter de chauffeur zitten, Gijs achter mij en tot mijn verbazing gaat Randy bijna op schoot bij de chauffeur zitten. Hij schuift in een soort amazone-zit op de tank (of iets daar voor) tussen de armen van de bestuurder. Echt bizar… 

 

Eenmaal op weg houdt ik de eerste tien minuten mijn ogen stijf dicht, ik ben zo bang! Ik voel het achterste wiel met enige regelmaat wegglijden door de los zittende stenen die op het stoffige pad liggen. Waarom doe ik dit? Denk ik voor de tweede keer deze vakantie. Gijs maakt er ook een potje van en houdt zich naar mijn begrippen niet stevig genoeg vast en ik voel hem bij elke keer dat we remmen half naar achteren storten, of althans in mijn beleving. Het is pure horror, maar uiteindelijk doe ik toch mijn ogen maar weer open. Dan rijden we wel op een verharde weg en dat voelt toch wat beter. Behalve dan dat ik met vier mensen op een crappy motor, zonder helm en in mijn shorts en shirt zit. 

 


Ergens wil ik vragen of we kunnen stoppen, dan pak ik verder wel een tricycle, maar aan de andere kant doen mensen dit hier de hele dag en elke dag. Hele gezinnen en boodschappen voor een maand worden op deze dingen van hot naar her gereden, waarom zou het nu juist mis gaan. Toch verschijnen die krantenkoppen ook in mijn hoofd: ‘Twee domme Nederlandse toeristen overleden door ongeval met motor’. Tussendoor vraagt Randy nog even hoe het gaat. ‘It’s fucking scary!’ krijs ik in het oor van onze bestuurder. 

 

Afijn, aangezien je dit leest blijkt wel dat we heelhuids zijn aangekomen bij Gabby’s Bed & Breakfast. Okay niet helemaal ongeschonden, want ik mijn opluchting hops ik nogal enthousiast van de motor af en brand ik me aan de uitlaat. Lekker typisch weer… We bedanken Randy en de bestuurder en nemen afscheid. 

 

Even opfrissen en vieren dat we nog leven, het is oudjaarsavond! We zoeken ons rot naar een restaurant dat open is en ook nog eens iets zonder vlees of vis serveert. Na meer dan een uur lopen we naar binnen bij Neve’s Pizza waar ze nog hysterisch druk bezig zijn om volgens mij heel Dumaguete te voorzien van pizza’s. Het duurt dan ook verdomd lang voor we onze pizza’s hebben en nog langer voor we onze limonade hebben, echt belachelijk. Zo snel als we kunnen rennen we hier ver vandaan en strijken neer bij Hayahay aan de boulevard. 

 

Het is hier al een gezellige boel, maar ook hier zijn ze weer, die dikke, oude, witte mannen die we overal weer tegen het lijf lopen. Ik kan mijn ogen er op de één of andere manier niet vanaf houden. Zij en hun veel te jonge Filipijnse vrouwtjes en ladyboys intrigeren me. Ik probeer niet te veel te staren als ik samen met Gijs de ene na de andere Red Horse biertjes weg werk. 

 

We blijken een top locatie uitgezocht te hebben om het nieuwe jaar in te luiden, rond elf uur gaan de personeelsleden van Hayahay druk aan de slag om de hele boulevard vol vuurwerk te zetten. Volgens mijn telefoon en die van half Dumaguete is het al vijf minuten eerder 2020 dan hier bij Hayahay en dat zorgt ervoor dat we zelfs twee keer juichen, springen en iedereen een gelukkig nieuwjaar wensen. We staan onder de exploderende vuurpijlen en zien ook aan de overkant van het water allemaal vuurwerk de lucht in gaan. Het is echt supertof om te zien! Ik stuur al mijn lievelingsmensen berichtjes en gaan nog even los, voor we rond twee uur afdruipen terug naar het verblijf. Wat een dag! 

 

 

 

Manigong Bagong Taon!

 

0 Berichten

Duma-get-me

Dag 6: Maandag 30 december 2019

Met pijn in mijn hart neem ik afscheid van Native River House, Loboc en Bohol. We stappen in een taxi (die om Filipino tijd aankomt, dus een half uur te laat) en worden naar Tagbiliran gereden. Daar staan we weer bij de haven, om de ferry naar het volgende eiland te pakken: Negros.

 

Deze keer heb ik wel tickets en vol trots sluit ik aan in de rij om de haven binnen te komen. Hoezo had ik gedacht dat het zo makkelijk zou gaan? We worden weer terug gestuurd, we moeten eerste inchecken. Daar staat natuurlijk ook weer een rij. Ik begin er bijna aan te wennen. Het duurt gelukkig niet zo lang en we hebben expres ruim de tijd genomen. Even denk ik dat we nog een rij moeten pakken voor om één of andere harbour fair of iets te betalen, maar dat blijkt al in onze ticketprijs inbegrepen te zijn. 

 

We staan opnieuw in de rij om door de controle en naar binnen te mogen. Opnieuw worden we geweigerd. We hebben onze bagage nog niet ingecheckt. Het is is bijna grappig, maar nee, ik raak hierdoor best gefrustreerd. Het is ook zo onduidelijk wat er van je wordt verwacht... Maar goed we komen weer in rij (ik denk dat dit het meest voorkomende woord zal zijn in de artikelen over de Filipijnen) en geven onze grote rugtassen af. Nu hoef ik in ieder geval niet opgevouwen in de ferry te zitten. 

 

Poging drie lukt, we mogen door de controle en de wachtruimte in. Daar kun je weer wat drinken of snacks kopen. We halen wat bananenchips en vreten bijna de hele zak in één keer leeg, het is echt zo lekker! Dit gaat op de lijst om in Nederland ook in te slaan! Ineens zie ik mensen naar de muur wijzen, achter het 'winkeltje'. Er loopt een gigantische, en dan ook echt GIGANTISCHE, bruine spin over de muur. Dit is oprecht de meest reusachtige die ik ooit gezien heb. Zo ranzig dat ik er niet eens een foto van heb gemaakt. Het vrouwtje achter de balie haalt haar schouders op en glimlacht wat ongemakkelijk, maar laat zich niet wegjagen door het MONSTER. Maar even serieus, ik was echt onder de indruk van het gevaarte, hij was zeker zo groot als mijn hand, als het niet nog groter was. 


 

Even later mogen we de ferry op. Het is precies dezelfde soort als die van Cebu naar Bohol.  Vanmorgen was het prachtig weer, maar tijdens het wachten in de haven is dit omgeslagen. Storm is een groot woord, maar er zijn behoorlijk hoge golven. Ik ben altijd een beetje bang dat ik zeeziek, terwijl ik dat nog nooit ben geweest, het slaat echt nergens op. Ook dit keer heb ik nergens last van, maar ik heb het idee dat de mensen naast ons toch een beetje groenig worden. 

 

Ik kijk naar de film die op de tv speelt, Aladin, en val af en toe in slaap. Na twee uur hotsen en klotsen komen we aan in de haven van Dumaguete en nog steeds beweegt de boot als een malle. We lopen naar de uitgang, maar nu voel ik me toch beroerd worden. Gelukkig mogen we van de boot af. We  moeten wel geholpen worden aangezien de kade soms ineens een meter hoger ligt door de golven. Ik ben blij dat ik op het land sta en ik maak geen grap, het klaart direct weer op. We hebben serieus geluk met het weer deze vakantie. 

 

Een paar meter  verderop liggen onze rugtassen op ons te wachten. Gijs wil geen taxi pakken, maar op zoek naar een tricycle. Deze staan net even buiten de poorten van de haven te wachten op passagiers. En nu maken we voor het eerst echt een foutje... 


 

We geven de man het adres van Gabby's Bed & Breakfast, wat niet heel erg ver van de haven ligt, maar ik heb geen zin om met de tas te gaan lopen. Ik heb al het idee dat hij omrijdt, ik heb de kaart op zich in me opgenomen. Na een kwartier rijden zie ik straatnamen die ik herken, nu moeten we in de beurt zijn en inderdaad staan we ineens voor het verblijf. Meneer vraagt om 300 pesos! Dat is net zo veel als een rit van anderhalf uur in Cebu City in de spits! Het slaat echt nergens op. Hij geeft als reden dat de tassen ook plek in beslag nemen... 

 

Voor de eerste keer (en de laatste) zijn we vergeten om vooraf een prijs af te spreken als er niet op de meter wordt gereden. Tip #5 dus: Spreek altijd van te voren al een prijs af! De chauffeurs van de tricycles rekenen al tig keer zo veel voor toeristen als voor lokale bewoners en dat vind ik echt geen enkel probleem, maar laat je niet nog meer 'oplichten' dan nodig is. 

 

Gabby's Bed & Breakfast ziet er wel gelijk al leuk uit, al kreeg ik een ander beeld als ik naar de foto's op Booking.com keek. Het restaurantje ligt direct aan de weg en als we zijn ingecheckt bij de receptie gaan we met een trap naar boven, waar het hostel zelf ligt. 


 

Boven is een grote gemeenschappelijke ruimte met stoelen, tafels en meerdere banken en het ziet er super chill uit. Het is wel rustig, maar misschien ligt dat aan het moment van de dag. We lopen een lange gang door en vinden daar ons kamertje. Het is klein en we hebben twee aparte bedden,  dat was ik even vergeten. Je hebt bijna geen ruimte om te lopen of om je tassen kwijt te kunnen. 

 

Dat vind ik allemaal niet echt een probleem (wel een beetje jammer), maar wat ik echt zwaar kut vind is de badkamer. De schuifdeur gaat gewoon niet dicht en het toilet zit recht voor de deur. Totaal geen privacy...en weer lekker awkward. We blijven niet lang hangen en lopen terug naar de haven, wat ongeveer een kwartiertje duurt, dus hoe de tricycle zo lang over de rit heeft gedaan is me nog een raadsel. 


Bij het restaurantje Casablanca gaan we zitten langs de boulevard. Het eten is goed, althans ik heb de goede keuze gemaakt met mijn Oostenrijkse spätzle. De Filipijnse keuken heb ik een beetje opgegeven... Gijs heeft één of andere saaie curry.  Ik zit hier wel lekker en we drinken nog wat biertjes na het eten.

 

Het enige vervelende is dat er hier wel aardig wat bedelaars zijn die regelmatig aandacht komen vragen. Inmiddels ben ik een stuk beter geworden in het afwijzen van deze mensen. Ik blijf het moeilijk vinden, want het is vaak natuurlijk gewoon sneu. Maar mijn nieuwe trucje is ze aankijken en botweg nee zeggen. Met pijn in mijn hart, maar dan lopen ze wel door. Ik probeer nog ergens wel wat verontschuldigend te kijken, maar door de bedelaars geld te geven help je ze niet.

 

Vooral de kinderen moet je echt nooit iets geven, hoe tegenstrijdig dat ook voelt. Ze zien er zelf vaak niets van terug en worden door hun ouders ingezet om geld in te zamelen, in plaats van hen naar school te laten gaan. Ik hou maar in mijn gedachte dat ik ze eerder help door niets te geven. 


Als we besluiten terug te lopen naar het verblijf slaan we de verkeerde weg in. Ineens zijn er geen zijwegen meer en kunnen we nergens afslaan om weer op de goede route te komen. We keren weer om en lopen dezelfde weg weer terug. Ik moet ook enorm nodig plassen, dus we belanden weer in de buurt van de haven bij El Amigo. Het is een vage tent, met vieze toiletten, maar ik ben blij dat ik mijn blaas kan legen. Dan doen we nog maar een biertje voor we poging twee ondernemen. 

 

De tweede poging gaat een stuk beter en we komen veilig en wel weer bij Gabby's Bed & Breakfast aan. Gijs wil de smaak van de saaie curry wegwerken en bestelt een portie churros in de vorm van wafels met chocolade saus. Het is hier tot een uur of 11 open en er blijven ook gezinnetjes komen voor bordje wafels. We drinken nog wat bij de veranda op de bovenverdieping en duiken daarna onze eenpersoonsbedjes in. 


0 Berichten

Tricycle Tour

Dag 5: Zondag 29 december 2019

Het is tijd om meer van ons nieuwe favoriete Filipijnse eiland te zien. We regelen een tricycle (die ik stug tuktuk blijf noemen) en laten ons het eiland overcrossen. Het is krap, maar niet oncomfortabel. 

 

Onze eerste stop is de Tarsier Sanctuary. Onze gastvrouw heeft ons verteld dat er blijkbaar meerdere zijn en de ene is beter dan de ander. Ze zal zorgen dat wij naar de goede gaan. Maar wtf is nu eigenlijk een tarsier? 

 

Een Tarsier is een bijzonder primaatje dat voorkomt op een aantal eilanden in Indonesië, Maleisië en de Filipijnen. Het is een nachtdier en heeft enorme oogballen in vergelijking met zijn hoofd. De oogballen zijn net zo groot of soms zelfs groter dan zijn brein. De ogen kunnen niet bewegen, maar daarentegen kan hij zijn hoofd 180 graden draaien, exorcist-stijl. De Tarsier heeft een lange staart zodat hij zijn zware hoofd weer in balans kan brengen. Als je een Tarsier in gevangenschap houdt, dan zal hij proberen zelfmoord te plegen. Onder goede omstandigheden kunnen ze een jaartje of 25 worden. Bron: Wikipedia en de Tarsier Sanctuary


 

Na een kort ritje in de tricycle worden we door de chauffeur afgezet bij de ´goede´ sanctuary. Deze is bij het stadje Corella! Bij de kassa rekenen we 2 x 60 pesos af en krijgen vervolgens een briefing met wat informatie over de dieren. Ik zal eerlijk bekennen dat ik nerveus ben, straks vermoord ik zo een beest! Ik durf ook geen foto´s met mijn mooie nieuwe camera te nemen uit angst dat zo een diertje de boom uit pleurt en ik de dood van de bijzondere tarsier op mijn geweten heb...

 

Ondanks dat anderen dit wel doen en hun halve telescoop inzoomen op de wezentjes, hou ik het bij mijn crappy telefoon (maar ik ben wel een beetje jaloers op hun 'lef').  Bij voorbaat dus mijn excuses voor de slechte foto's, maar dit in het belang van de geestelijke gezondheid van mij EN van de tarsiers.

 

We betreden het gedeelte van de sanctuary dat is opgesteld voor publiek. Hier zien we een stuk of vijf beestjes, maar in de hele sanctuary zitten er een iets van honderd.  Er staan een aantal medewerkers die goed in de gaten houden wat er allemaal wat uitgespookt. Regelmatig klinkt er dan ook een 'sssst' als er toch gesproken wordt door de gasten, die toch duidelijk is gezegd dat ze hun waffel moesten houden zodat de tarsiers konden rusten, aangezien het nachtdieren zijn. 

 

Ik verwonder me over de grootte van de beestjes. Ze zijn zo veel kleiner dan ik me had voorgesteld. Echt niet groter dan je vuist. Verstopt tussen de bladeren en zich vastklampend aan een tak met hun lange fragiele vingertjes, zorgen ze dat ik heel hard 'awwww' en 'agossie' roep, maar wel alleen in mijn hoofd, zodat ik ze niet laat schrikken. Gijs en ik kijken elkaar regelmatig aan en proberen telepathisch aan elkaar te vertellen hoe awesome we ze vinden.

 

We blijven niet heel lang hangen, het is toch een beetje ongemakkelijk als je weet dat je de rust van de tarsiers kan verstoren. Natuurlijk werpen we een blik in de souvenirwinkel, maar ik mag van Gijs niet eens een fantastische tarsier pet kopen, zo flauw!


We komen hyper en high on tarsier weer bij onze tricycle aan. Onze volgende stop zijn de bekende chocolate hills, iets wat niet per se op mijn to do list staat, maar ach als we er dan toch zijn... Het is best een eindje rijden en Bohol is echt een super mooi, groen eiland. Bij een drukke parkeerplaats worden we gedropt door de tricycle man, hij gaat hier even chillen terwijl wij het laatste stuk omhoog lopen. Maar natuurlijk moeten we eerst langs een 'kassa'. Per persoon betalen we 100 pesos bij een chaotisch hutje en ik krijg een velletje zegels in mijn handen gedrukt. Ik begrijp niet gelijk wat het is en vraag dit aan de verkoper. Dit irriteert hem schijnbaar zo dat hij de zegels weer uit mijn handen pakt en aan Gijs geeft. Die stelt geen vragen en een beetje verbaast lopen we verder. 


Het begint behoorlijk warm te worden als wij de berg op moeten. Langs ons rijden busjes die wel omhoog kunnen rijden. Gelukkig is het een kwartiertje lopen en hebben we ook vanaf hier uitzicht op de maffe heuveltjes. 

 

Volgens geologen is het een verschijnsel dat voortkomt uit de verwering van kalksteen en erosie. Nee, ik heb geen idee wat daarmee wordt bedoelt. Maar de lokale mythen vertellen dat het de tranen zijn van een reus, die intens verdriet had om de dood van zijn geliefde vrouw. Beter toch? 

 

Als we eenmaal boven zijn is het een grote chaos. Busjes rijden rond, overal staan mensen, verkeersregelaars proberen wat orde te scheppen, maar het is niet te doen. We beklimmen de laatste trappen omhoog en komen bij het plateau met het mooiste uitzicht. Ik moet toegeven dat ik het toch niet had willen missen. Het is echt een maf gezicht. 

 

We moeten een beetje vechten voor een plekje langs het hekwerk om ook wat foto's zonder mensen hun kruin te maken, maar op zich valt het gedram mee en zijn de mensen geduldig. Dat is een nieuwe ervaring! Meestal geven we het op en knip ik de mensen maar van mijn foto's af... 

 


Even tussendoor, check het verschil in kleur tussen de eerste foto (van mij) die genomen is met mijn oude toestel en de kleuren van mijn nieuwe awesome wannabe-bakbeest!!

Zoals wel vaker probeert onze chauffeur ons onderweg nog allerlei andere plekjes te laten zien. 'Butterfly garden? Wildlife park? Ziplining?'. Meestal is het antwoord nee, maar deze keer hoor ik mezelf keihard 'yes' zeggen op de laatste optie. Ik weet niets van deze zipline, ik heb niet kunnen googlen hoeveel mensen er naar beneden zijn gestort, helemaal niets. Maar op de één of andere manier ben ik niet eens nerveus, en als je me in het 'echt' kent dan weet je dat ik normaal gesproken drie weken van tevoren al hysterisch zou zijn. 

 

We slaan af naar het Loboc Ecotourism Adventure Park. Het park is op tripadvisor te vinden, maar ik heb niet echt een eigen website kunnen vinden. We kopen de kaartjes voor 490 pesos per persoon halen we een kaartje, krijgen een nummertje en lopen de heuvel op naar de 'wachtkamer' waar een stuk of twintig mensen voor ons zitten te wachten. Het wachten gaat best snel. Ik ben een sukkel en vergeet mijn camera mee te nemen en kijk jaloers naar de mensen die een gopro in hun hand hebben. Die gaat toch maar op mijn verlanglijstje. 

 

Na een kwartiertje zijn wij aan de beurt. Onder het gezang van kerstliedjes,  terwijl kerst toch echt voorbij is, krijgen we een helm op en een harnas aan. 'Drop' roept een medewerker tegen me. Ik snap hem niet en kijk verdwaasd. 'Are you scared?' vraagt hij aan me. Ondertussen beginnen die zenuwen eindelijk te gieren en ik kan volmondig ja zeggen. Met 'drop' wordt blijkbaar bedoelt dat ik door mijn knieën moet en me voorover moet laten vallen. 

 

Gijs wordt naast me aan zijn eigen lijntje vast geklikt. Ineens ziet de zipline er fucking lang uit. Op mijn buik bungelend wacht ik tot we weg zoeven en ineens zie ik Gijs al gaan. Een paar seconden later schiet ook ik vooruit. De helm zakt steeds over mijn ogen. 'Waarom doe ik dit?' denk ik bij mezelf als een soort mantra, tussendoor afgewisseld door'Dit is best gaaf, oh wat mooi!'. We zippen hoog boven de bomen in een dal en ineens zie ik de blauw/groene Loboc rivier. Dat is wel echt gaaf! 

 

Als we bij de overkant aankomen worden we hard afgeremd. Bij mij gaat het goed, maar bij Gijs ging het wel heel erg hard en zijn hals doet wat zeer. Best dom, maar ik kom er nu pas achter dat we ook nog eens terug moeten zippen. We hadden ook met het kabelbaantje kunnen gaan, maar ik weet niet of ik me daar beter bij had gevoeld. Met niet al te veel nervositeit gaan we weer in de korte rij staan. Deze keer zien we ook de river cruise bootjes over de Loboc River glijden, heel gaaf! Het kutst is de helm, die is zo groot dat ik moet voor mijn ogen weg moet houden...


Dan worden we door de tricycle man weer bij River Native House gedropt. We besluiten nog een keer hier te eten. Nu nemen we ook loempia's. Die zijn goddelijk, ik zweer het! Het zijn de lekkerste die ik ooit heb gegeten en ik baal dat ik er nu pas achter kom. Anders had ik als ontbijt, brunch, lunch, tussendoor, diner, late night snack loempia's gegeten. We kletsen wat met de eigenaresse, die samen met haar duitse vriend de boel hier allemaal regelt. Dan is het tijd om onze spullen weer in te gaan pakken, want morgen gaan we hier weer weg. Gelukkig heb ik net de ferry tickets voor de toch van Bohol naar Negros ontvangen via 12Go Asia. 

 

Ik ben benieuwd naar Negros en de stad Dumaguete, maar ik vind het ook heel jammer om al weg te gaan van Bohol. Als ik alle tijd van de wereld had gehad, dan had ik ook het strand wel willen zien. Alona beach bijvoorbeeld op het eiland Panglao en dan gelijk even kijken bij de Hinagdanan Cave. Of Anda beach,  Al heb ik ook gehoord dat die laatste is overspoeld door vakantie vierende Koreanen. 

 

Op Bohol was ik in ieder geval nog niet uitgekeken en het was een verademing na Ceby Shitty City! Dus hierbij tip #4: Neem de tijd op Bohol. Er is zat te doen! 

 

 


0 Berichten

Pireplies

Dag 4: Zaterdag 28 december 2019

Om 5 uur ben ik klaar wakker, volgens mij omdat onze kamergenoot de gecko op de klamboe is gelazerd, maar ik kon hem niet meer vinden. Ik heb heerlijk geslapen! 

 

Ook Gijs wordt niet veel later wakker en we schuiven om 7.30 uur aan bij het ontbijt, het restaurant is pas rond die tijd open. Het wordt toast met een ei, thee en een banaantje. Vandaag moeten we even naar het stadje zelf om een ATM te zoeken. Hier hoeven we niet ver voor te lopen. We komen er aan de noordkant van de rivier al eentje tegen, maar we lopen toch nog even verder. Bij een straatje aan de zuidkant komen we een tweede tegen, maar die doet toch een beetje gek en we annuleren onze transactie.

 

Het is al vroeg bloedheet, maar ik wil toch wat van de stad zien.Er blijkt niet heel veel te doen en dan gaan we toch maar weer terug naar Riverside Native House. Er zijn wel wat restaurantjes bij andere resorts, maar je loopt er niet zomaar tegenaan. Ik zou aanraden om eerst te googlen en dan met een missie ergens heen te lopen in plaats van rond te struinen. 


Als we weer terug zijn bij Riverside Native House besluiten we een kajak te huren. Het is ons totaal ontgaan wat we hier uiteindelijk voor hebben betaalt. Riverside telt alle kosten bij elkaar op, het eten en drinken, de tourtjes en het huren van scooters, bootjes en dat soort ongein. Bij het uitchecken betaal je dan de hele bups in één keer. 

 

Afijn even later zitten we, dik ingesmeerd met zonnebrand, in de kajak. De zon schijnt vandaag bijzonder fel en in plaats van druk met de zware houten peddel in de weer te gaan laten we ons meevoeren met de stroming en genieten we van het uitzicht. Wat is deze omgeving mooi! De rivier verandert continu van kleur, de ene keer lijkt het diepgroen, de volgende keer turquoise en dan al die bomen en planten op de oever... het is gewoon paradijselijk. Gijs is helemaal in zijn element, dit is zijn favoriete natuur, veel groen, water en bergen. 


Nadat we rond hebben gedobberd, vogeltjes hebben bekeken en ons hebben verbaasd over de photoshoots die op een hangbrug plaatsvinden, vind ik het tijd om terug te peddelen. Het is wat gaan waaien en nu moeten we tegen de stroom in. Het is een flinke klus om terug te komen, maar gelukkig wordt de stroming even verderop minder erg. We krijgen de geniale tip van een SUP-er: "You should go the other way, it's easier". Ja doos, maar je moet toch een keer de andere kant op om terug te komen. Ik denk dat ze zich een beetje schaamde want ik hen nog nooit een SUP-er zo snel zien peddelen. 

 

Als we weer bij Riverside aankomen heb ik last van mijn nek en schouder, niet alleen van het peddelen, maar ik ben verbrand ondanks het vele smeren. Maar het was het zeker waard. We drinken wat biertjes en googlen restaurants in de buurt, we moeten toch meer proberen dan alleen ons eigen verblijf. Ondertussen maken we vrienden met de Riverside katten; Plus en Kareltje II. Kareltje II heet eigenlijk Boris, maar dat doet me niks. 

 


We besluiten weer naar 'southside' te lopen om een ander restaurant te proberen. Het ligt bijna tegenover ons verblijf, maar omdat er om de één of andere reden bijna geen bruggen over de rivier zijn moeten we toch een eindje lopen. Onderweg wordt ons een tour aangeboden: "You want to watch pireplies tonight?". Ik  moet even denken wat hij bedoelt, maar dan valt het kwartje, hij wil ons een firefly-tour aansmeren. Toevallig hebben we die net geboekt bij ons eigen verblijf, maar ik moet wel heul erg grinniken om de pireplies. 

 

Gijs heeft Food & Fables  uitgezocht, een restaurant dat bij resort Fox & Firefly hoort. Het oogt wel wat fancy, maar al snel zitten we helemaal in onze comfortzone met een piña colada in ons hand. 

 

Ik verwacht dat we fantastisch eten voorgeschoteld krijgen, maar dat valt me vies tegen. Ik heb voor een chinees gerecht (Chopsuey) gekozen met kool, maar dat eigenlijk smaakloze kool met rijst is, geen kruiden niets. Erg saai... We hadden beter bij Riverside kunnen eten. 

 

We lopen terug naar het verblijf en drinken nog een biertje. Rond 19.15 uur komt de boot aanvaren bij Riverside en over de wankele steiger lopen wij, en nog twee stelletjes, naar de boot. Met een kapitein, een gids en iets van een hulpje varen we over de rivier. In het donker is het gelijk een heel ander gevoel. In mijn verbeelding varen we tussen de gevaarlijke beesten, terwijl het 's middags nog een veilig watertje was. Boven ons zien we zo ontzettend veel sterren, volgens mij heb ik er nog nooit zo veel gezien. Ik herken de sterrenbeelden niet eens meer.

 

Onderweg zien we her en der een verloren vuurvliegje, ik hoop maar dat het uiteindelijk een wat groter spektakel is. En ik wordt niet teleurgesteld. Als we bij de 'moederboom' uitkomen zit deze vrij vol met de gloeiende dieren die druk zijn met knipperen en signalen afgeven aan elkaar. In stilte bekijken we het magische tafereel, het is echt een gek gezicht. Ik kan weer wat van mijn bucketlist afstrepen. In het donker dump ik wat van de as van mijn moeder in het water onder de boom (pas terug in het licht zie ik dat dit de halve voorraad as is die ik in mijn ketting had zitten). 

 

De gids vertelt ons over de beestjes, terwijl de kapitein van de longboat het water in gaat om er eentje voor ons te vangen. De vuurvliegjes kiezen alleen bepaalde mangrovebomen uit om in te 'wonen' gedurende de 30 dagen die ze leven. De kapitein kruipt terug de boot op, met het beestje in zijn handen. Het is een raar gezicht, het is een vrij grote vlieg met een gloeiende kont. Hij legt het beestje in mijn handen en ik ben zo geobsedeerd dat ik het bijna vergeet door te geven. Natuurlijk zijn we erg voorzichtig, zodat we hem niet beschadigen. De kapitein heeft zijn vleugels nat gemaakt zodat hij niet weg vliegt, maar als deze zijn opgedroogd kan het diertje zich weer bij zijn pulserende familie voegen. 

 

Na het avontuur op het water, die overigens 500 pesos per persoon kostte, zitten we nog even na te genieten in het restaurant en baal dat het me niet is gelukt om een foto of filmpje te maken. Ik ben serieus onder de indruk van de kleine pireplies en nu weet ik zeker dat ik fan ben van Loboc... 


0 Berichten

Behold Bohol

Dag 3: 27 december 2019

Voor de wekker ben ik al wakker, ik heb rot geslapen door de loeiende airco. Snel pakken we de zooi weer in. Zoals je misschien al begreep uit het vorige artikel zijn ik en Cebu geen vrienden geworden en ik ben blij dat we naar het volgende eiland gaan: Bohol! 

 

Gisteren heb ik online kaartjes gekocht voor de ferry van Cebu naar Tagbiliran, de havenstad van het eiland Bohol. Ik heb ze nooit binnen gekregen... Heel irritant! Als ik de website 12Go: Asia nog eens goed doorneem zie ik dat er voor tickets van de maatschappij Oceanjet de enige zijn waarbij ze binnen 48 uur worden bevestigd, in plaats van de gebruikelijke 24 uur. Gelukkig is 12Go: Asia een fijne organisatie en binnen een mum van tijd heb ik het geld voor de kaartjes die ik nooit heb ontvangen weer op mijn rekening staan. Ik ben er wel een tikkeltje cranky van. 


Opnieuw moeten we lang wachten voor er een taxi bij het verblijf kan komen en dan duurt het nog eens een uur in het drukke verkeer om bij de haven te komen. Als we hier gedumpt worden ben ik even gedesoriënteerd. Het is al warm en ik voel me niet lekker worden. 

 

Aangezien we dus nog geen tickets hebben gaan we op zoek naar de balie. Deze ligt buiten de poorten van gate 1 en als we hier aankomen hoop ik maar dat de enorm lange rij ook voor andere bestemmingen is. Niet dus! In rijen staan is de favoriete bezigheid van Filipijnen en volgens mij ook volkssport nummer 1. We ergeren ons anderhalf uur, ja serieus anderhalf uur, aan de trage vorderingen die we maken. Het is echt niet normaal. We missen hierdoor maar liefst 2 boten. Dit is niet zo goed voor mijn mentale toestand. 

 

Uiteindelijk hebben we de tickets in onze handen  en gaan we op weg naar de volgende rij... om binnen te komen in de haven. En de volgende rij... om door de security te mogen. 


Dan wacht er nog een verrassing op ons. We moeten ook nog inchecken. Het meisje bij de balie doet het lekker op haar gemakje, maakt nog even een kletspraatje met haar collega's terwijl er zo een twintig mensen op haar staan te wachten. Door dit geleuter missen we nog bijna de volgende boot ook. Als je het echt goed wilt doen, dan kun je nog een rij pakken, namelijk om je tassen in te checken. Hier hebben wij echt geen tijd meer voor. We slaan nog wat snacks in en gaan naar de boot. 

 

Tip #3: Boek je ferry tickets minimaal 48 uur van te voren. Dan kan je in ieder geval 1 rij overslaan!

 

Doordat we de tassen niet hebben ingecheckt ben ik nu gedoemd om met de rugtas tussen mijn benen te zitten, niet echt comfortabel, maar van de bootbaas mogen we de tas niet op één van de lege stoelen leggen. De boot is voor meer dan de helft leeg... maar ik moet onthouden It's more fun in the Philippines!

 

Mijn humeur slaat wel om als we eenmaal aan zijn gekomen in Bohol, het voelt hier gewoon anders, of althans, dat gevoel heb ik. We pakken een taxi voor 1000 pesos naar Loboc. We proberen nog om meer passagiers mee te lokken, maar iedereen lijkt naar de stranden van Anda te gaan. Ongeveer 3 kwartier later rijden we het plaatsje binnen.


 

Op een modderig pad worden we gedropt en gaan op zoek naar de receptie. We zien de gave huisjes al staan die we ook op Booking.com zagen, tussen de palmbomen en langs de turqoise rivier. Het is echt heel mooi! We vinden de receptie even verderop. Ze lijken haast verbaast dat we er zijn, maar als ik het boekingsnummer geef (voor het eerst!) is het toch in orde. 

 

Een vrouwtje breng ons naar het hutje voor de komende drie dagen. Het hutje is van hout/bamboe met een rieten dak. De badkamer is netjes en het bed is fijn. We hebben een balkonnetje met een rieten hangmat, waar Gijs natuurlijk gelijk induikt. Boven in de nok van het dak woont een Gecko, die 's nacht volgens de dame van de receptie nog wel eens wil krijsen. Prima, dan weet je dat je in Azië zit! 

 


Ik voelde me al vanaf die ochtend niet goed, dus ik besluit even te gaan liggen, iets wat ik niet heel vaak doe. Een uurtje later voel ik me dan ook een stuk beter en we gaan naar het restaurant dat ook aan het water ligt. Ik neem een pasta en Gijs een curry, ze hebben hier ook vegan opties! We drinken wat biertjes en gaan terug naar ons hutje waar we nog wat lezen voor we zitten te knikkebollen. Inderdaad  hoor ik de gecko roepen voordat ik in slaap val, ik ben zo blij dat ik in Bohol ben...


0 Berichten

Cebu Shitty City

Dag 2: donderdag 26 december 2019

We hebben goed geslapen, maar we waren ook behoorlijk uitgeput van de heenreis. Ik weet wel dat ik niet per se fan ben van airco, die dingen staan volgens mij altijd overal veel te koud. Ik had de wekker om 9 uur gezet, maar we zijn er dwars door heen geslapen. 

 

Het is tijd om Cebu te verkennen. Ons verblijf ligt wat afgelegen in Lapu Lapu op het eiland Mactan, voor de kust van het eiland Cebu en het duurt lang voor de taxi er is. We rijden de drukte in en de brug naar het 'echte' Cebu City in.

 

Bijna drie kwartier later worden we afgezet bij Plaza Indepedencia. Ik ben nog niet onder de indruk van wat ik onderweg van de stad heb gezien, maar ik moet altijd een beetje wennen aan een nieuwe  omgeving, dus ik wil niet gelijk een oordeel klaar hebben. 

 

Onze dag in Cebu City begint bij Fort San Pedro, het oudste bewaarde fort van de Filipijnen. De eerste versie stond al in 1565 en is sinds die tijd telkens versterkt. Het is toch een beetje gek om zo een Spaans fort te bezoeken in Azië. 

Voor een habbekrats (30 pesos = ongeveer 50 cent) gaan we naar binnen en lopen wat rond over het binnenplein en over de muren. Er zijn wel wat andere toeristen, maar de drukte valt me echt heel erg mee. 

 

Er zit ook een klein museum in het fort, dat vertelt over de geschiedenis van het gebied. Er liggen oude Spaanse voorwerpen en er hangen schilderijen van de oude bewoners. Vooral meneer Lapu Lapu is best een held. Hij was de grote baas van het eiland Mactan, waar de ontdekkingsreiziger Magalhães de bewoners graag wilden bekeren tot het Katholieke geloof. Hier was Lapu Lapu het niet zo mee eens en in de Slag van Mactan. Tijdens deze fittie legde Magalhães het lootje en hierdoor werd de Spaanse overheersing in dit gebied (het eiland Mactan, maar liefst 40 jaar uitgesteld. Lapu Lapu wordt de eerste Filipijnse held genoemd, alhoewel zo een beetje de hele bevolking nu Katholiek is. Er zijn standbeelden van hem te vinden en hij wordt vertegenwoordigt op één van de peso-muntjes.  


Onze volgende bezienswaardigheid is het Magalhães kruis een paar straten verderop. Dit zou een heilige plek zijn, omdat de eerste Filipino's hier zouden zijn gedoopt in 1521. Na een korte zoektocht vinden we het mini-kapelletje. Hier is het wel een stukje drukker en echt rustig rondkijken is er niet bij. We gaan toch even naar binnen om wat foto's te maken. 

 

Het schijnt dat het oorspronkelijke kruis verstopt zit in het kruis wat er nu staat. Dan zou het veilig zijn voor boefjes die het ding graag willen hebben vanwege het heilige gebeuren. Op het plafond van het kapelletje is een schildering te zien die de geschiedenis uitbeeld. 

 

Dan struinen we verder door de stad, op zoek naar een gezellig café of restaurant. Er is niets... Het is druk, vies en er is serieus niets leuks te vinden. We snappen er niets van. We zitten bij het havengebied, waar een aantal toeristische trekpleisters zitten en er zit gewoon geen enkele toko waarvan ik denk dat het me leuk lijkt om er even een biertje of whatever te drinken. 

 

Het enige dat ik kan waarderen vandaag (behalve het fort en het kapelletje) zijn de kerstversieringen. De Filipino's zijn verzot op kerst en we zien meerdere winkels die zelfs op tweede kerstdag, die hier niet bestaat, nog volledig gewijd zijn aan kerstlampjes. Het is echt een ding hier. Op het nieuws kondigen ze halverwege de zomer al aan hoeveel dagen het nog is tot kerst, vanaf september wordt de versiering opgehangen en alle boranguay (stammen) nodigen elkaar uit voor het eten, waardoor de bewoners iets van een week lang bij elkaar langs moeten om te eten. 

 

Na wat voor mijn gevoel uren duurt, besluiten we naar een telefoonshop te gaan om toch maar een simkaart te kopen. Het is even pielen, maar uiteindelijk hebben we internet op Gijs zijn ontzettend trage, krakkemikkige toestel. De mijne kan niet zomaar open, echt heel handig bedacht van de fabrikant. 

 

We vinden een straatje, iets noordelijker, waar wel wat gezelligheid te vinden zou moeten zijn. We laten het drukke stadsdeel achter ons en lopen in een minuut of twintig naar General Maxilom Avenue en duiken een Irish Pub in.

 

Ik weet niet waarom, maar overal lijken we wel in een Irish Pub te belanden en deze keer is het die van ene Marshall. Even bijkomen met een Red Horse biertje. Door het groene licht zien we er uit als Shrek en Fiona, maar we zitten wel lekker en besluiten ook een hapje te doen. Ik heb zo geen zin meer om verder te lopen in deze stad.

 

Wat me al eerder op viel is de grote, echt serieus grote, hoeveelheid oude witte mannen die de stad rijk is. Eigenlijk dacht ik er niet verder over na, maar nu we even stil zitten en ze kunnen observeren gaat het lampje branden. Het zijn van die oude dudes op zoek naar Filipijnse liefde. En er zijn blijkbaar best van dames en (veel te jonge) meisjes die zichzelf aanbieden. Ik ben in shock. Ik wist dat dit speelde, maar ik had echt niet verwacht dat het zo in het openbaar zou zijn. Nu ben ik helemaal klaar met dit dorp en ik wil terug naar het verblijf. 

 

Tip #2 van deze reis: Skip Cebu (Shitty) City. Er zijn zo veel prachtige eilanden om uit te kiezen. Ik zou willen dat ik gelijk zou zijn doorgereisd, of iets van de omgeving had gezien in plaats van deze stad. 

 

We pakken de taxi terug naar het hotel, die verkeerd rijdt, waardoor we gigantisch omrijden en het dubbele moeten afrekenen. Zie tip #1, zorg dat je internet en google maps op je telefoon hebt, zodat je de chauffeurs de weg kunt wijzen. Als we dan eenmaal weer terug zijn bij MB Garden Inn drinken we daar nog een biertje om Cebu City te kunnen verwerken en gaan daarna naar bed. 

 

Morgen verlaten we Cebu en gaan alweer door naar het volgende eiland: Bohol! Ik hoef denk ik niet te zeggen dat ik er naar uitkijk om hier weer weg te gaan!

 


0 Berichten

It is more fun in the Philippines

Dag 1: woensdag 26 december 2019

Na een tocht van bijna 24 uur zitten aan een Red Horse biertje in ons verblijf in Lapu-Lapu, Cebu. Het is een gek idee dat het kerst is, terwijl ik me hier kapot zweet. De filipino's houden wel van kerst, overal hangt versiering en ze maken er een hoop werk van. Helaas hebben we van de feestdag zelf niets mee gekregen, maar waarschijnlijk zal er toch een hele hoop gesloten zijn. 

 

25  december 2019

Gisteren zijn we rond een uur of 4 op pad gegaan. Met het openbaar vervoer gaan we richting Schiphol, wat gelukkig soepel gaat. Ik maakte me nog wel zorgen over de Tyfoon Ursula, die besloten heeft over de Filipijnen te trekken. Eerder waren er vluchten en ferry's gecanceld en ik hou continu het nieuws in de gaten. Een aantal eilanden zijn wel flink de pineut, Borocay zit bijvoorbeeld al dagen zonder stroom en zijn veel daken van de huizen geblazen en er schijnen delen onder water te staan... 

 

Na wat wraps en sandwiches gaan we inchecken. Voor we het weten zitten we bij 'Tastes from the Low Lands Café' aan de reuzenbiertjes. Een fijne tent en hier blijven we dan ook veel te lang hangen en uiteindelijk komen we op het laatste moment aan bij het boarden. Dit keer vliegen we met Korean Air, voor het eerst. Ze hebben de meest geweldige veiligheidsvideo met een K-pop boyband. Swingend leggen ze je uit wat je moet doen mocht er iets mis gaan, maar uiteindelijk gaat dit zo hysterisch dat je niets wijzer wordt.  We hebben van te voren aangegeven dat we graag vegan eten willen, maar ik weet niet of ik dat de volgende keer weer zou doen. Ik heb nog nooit zo vies gegeten in het vliegtuig. 

25 december 2019

Nadat ik de Lion King eindelijk heb gezien (fan-tas-tisch!) probeer ik een beetje te slapen en dat lukt ook zo af en toe. Tot er een kind begint te huilen, wat voor mijn gevoel uren doorgaat, en ik ga maar weer films kijken (Spiderman: Far from home, leuk leuk leuk, en Godzilla King of the Monsters).

 

Om 16.00 lokale tijd (8 uur later dan in Nederland) komen we aan op Seoul voor een transfer. Ook hier is het kerst en dat vind ik echt een gek idee. Er staan kerstbomen en zelfs de mega awesome wegwijsrobot, ja serieus, heeft een kerstmuts op! We struinen wat rond, halen wat drinken en lokaliseren onze gate. Gelukkig hoeven we hier niet zo lang te wachten. Op de terugweg is dit wel een ander verhaal. Dan zitten we bijna 10 uur vast in de hoofdstad van Zuid-Korea. 


Het laatste stuk naar Cebu City gaat soepel. Wel reizen we weer een uur terug in de tijd, waardoor we nu 7 uur  later leven dan in Nederland. De Filipijnen zijn dol op rijen. Het is niet normaal. Bij de paspoortcontrole staat een rij waar we drie kwartier in staan. Wat mensen zo lang bij de balie doen snap ik niet, want bij de ene duurt het vijf minuten, bij ons nog geen minuut. Erg bijzonder. Gelukkig komt onze bagage wel gelijk de band oprollen en kunnen we op zoek naar een ATM en taxi's. De man van de security heeft geen zin meer en laat ons zonder check naar de aankomsthal lopen. 

 

Van tevoren had ik al gelezen dat je bij de meeste pinautomaten niet meer dan 10.000 pesos kunt pinnen, wat neer komt op ongeveer €170. We pinnen gelijk met 2 verschillende kaarten, omdat we ook nog wat verblijven moeten betalen. En sinds we in het verleden nog wel eens zonder geld hebben gezeten (Myanmar en de Gili's in Indonesië) ben ik toch een beetje angstig. 

 

We lopen naar de taxi standplaats waar we een coupon of iets krijgen voor een van de wagens. Ze zijn overigens erg verbaasd als blijkt dat we geen internet hebben. Dat is tip #1 van deze vakantie: Zorg dat je internet hebt! Vooral in de taxi is dit nodig, want zelf verdomme ze het om hun gps aan te zetten. 


Ons verblijf, MB Garden Inn, is ongeveer een kwartiertje rijden vanaf het vliegveld. Ideaal voor als je laat aankomt. Het ligt verborgen in een lange steeg en een deel van het verblijf is gereserveerd voor motoren van volgens mij een bijhorende motorclub. Er staan hele gave motoren geparkeerd. 

 

Ik had het verblijf al laten weten dat we erg laat aan zouden komen, maar het valt uiteindelijk toch nog mee. We staan er rond 23.45 uur op de stoep. De simpele kamer ligt aan het restaurant, heeft een bedje, airco en een badkamertje. Prima voor twee nachten. 

 

De tassen gooien we neer en ondanks dat de bar eigenlijk al dicht is maken ze voor ons een uitzondering. We drinken twee Red Horse biertjes en gaan naar bed. Het was een lange, lange reis...

0 Berichten

Praktische Informatie Filipijnen

Land:

De Filipijnen is een archipel in Zuidoost-Azië die uit 7641 eilanden bestaat. De Filipijnen liggen dicht bij de 'Ring of Fire' en is daardoor gevoelig voor tyfoons en aardbevingen. De Filipino's zijn over het algemeen aanhangers van het katholieke geloof. Ik vond het land redelijk schoon en de bewoners spraken over het algemeen super goed Engels. 

 

Visum:

Je hoeft van te voren geen visum te regelen. Dit doe je op de luchthaven bij aankomst. Dit visum is 30 dagen geldig. 

 

Geld: 

De Filipijnen zijn lang een Spaanse kolonie geweest en dat merk je ook aan de valuta. Ze betalen er met pesos. Wij hebben overal goed kunnen pinnen, alleen in El Nido zat er geen in de buurt van ons verblijf, maar de stad zelf zit er vol mee. Onze Visa- en Mastercard hebben we overal kunnen pinnen. Hou er wel rekening mee dat je vaak maar 10.000 pesos per dag kunt pinnen. 

 

Vaccinaties

Sinds kort is er een polio-uitbraak in de Filipijnen en is een vaccinatie verplicht als je langer dan vier maanden in het land bent. Je moet dan ook een vaccinatiebewijs op zak hebben. 

 

Aangeraden: 

Een noodpakket voor malaria (dit is altijd Malarone) wordt aangeraden, maar van wat ik heb gehoord is Dengue een groter probleem. Er is geen vaccinatie voor , maar ik zou aanraden je er wel in te verdiepen.  

 

DTP (Difterie, Tetanus, Polio). Als je deze als kind al eens gehad hebt, dan ben je met één prik gelijk tien jaar veilig. Anders worden er drie prikken aangeraden.

 

Hepatitus A (geelzucht), met de eerste prik ben je een jaar veilig, maar als je na (minimaal) een half jaar de tweede prik haalt, dan ben je in ieder geval dertig jaar klaar. Vermoedelijk zelfs levenslang, maar dit is nog niet onderzocht. 

 

 http://www.ggdreisvaccinaties.nl/

 

Reizen: 

Op zich is de route die wij hebben genomen makkelijk te 'bereizen'. Hou er wel rekening mee dat boten regelmatig niet kunnen uitvaren vanwege slecht weer. Een dag voordat wij aankwamen waren de ferries van Cebu naar Bohol (en andere plekken) bijvoorbeeld nog gecanceld. En de dag nadat we vanaf Manilla vlogen spuwde de Taal-vulkaan zoveel rook richting de stad dat er vluchten geannuleerd werden. Dat is het risico van reizen naar de Filipijnen, maar misschien is het prettig om een plan B te hebben, mocht je niet kunnen reizen. 

 

Wat ik wil adviseren is het regelen van ferry-tickets en dan meer dan 48 uur van te voren. Bij ons ging dit mis, waardoor we een halve dag bezig zijn geweest met in de rij staat in een bloedhete haven. Dit is gewoon zonde van je tijd. Via 12GO Asia kun je tickets boeken. 

 

 

 

0 Berichten

Adeus Kaapverdië

De terugreis is weer aangebroken, maar ik vind het niet echt erg. Kaapverdië was leuk, maar er was voor mij te weinig te beleven. Misschien had ik meer eilanden moeten bezoeken, of in ieder geval meer verschillende steden. Ik had gerekend op meer gezelligheid, meer terrasjes, restaurantjes en dat soort geneuzel. We pakken in ieder geval onze tassen weer in en nemen afscheid van hotelkat Bubbles, terwijl Gijs nog even wat download voor in het vliegtuig. 

 

Op het vliegveld eten we wat kaas sandwiches en kijken naar de mensen. Vooral een stel dat blijkbaar hun paspoort in het hotel vergeten is zorgt voor vermaak. Hysterisch worden de koffers leeg getrokken en gaat manlief terug naar het hotel, waar de paspoorten bij de receptie blijken te liggen. Het lijkt me zo kut als dat je overkomt. Gelukkig is Gijs altijd geobsedeerd door de tickets en paspoorten, tot het irritante aan toe (15 keer per uur vragen of IK alles wel bij me heb...). Als de rust weer terug is gaan we door de douane, waar Gijs natuurlijk weer grondig gecontroleerd wordt. 

We krijgen te horen dat er vertraging is, maar gelukkig blijkt dit mee te vallen. Hoogstens 20 minuten later dan gepland stappen we het kleine, maar nieuwe vliegtuig in. Het TUI personeel is hier nogal verrukt over en kondigt luidkeels aan wat er allemaal verbetert is aan dit nieuwe toestel. 

 

Een aantal dagen later stort één van deze exemplaren, de Boeing 737 Max, neer in Ethiopië, waarop de modellen weer aan de grond moesten blijven. Wat een bizar idee... 

 

In het vliegtuig zitten al mensen, die als eindbestemming Sal hebben. Dit zorgt natuurlijk voor verwarring, omdat mensen niet op hun aangewezen stoel kunnen zitten. Er wordt 100 keer gezegd dat ze na Sal op hun 'eigen' stoel kunnen plaatsnemen, maar het kwartje valt niet. 

 

Na een vlucht van volgens mij nog geen half uur landen we alweer op het platte, zanderige Sal. Ik denk dat ik ook hier niet heel erg gelukkig was geworden, maar toch speelt mijn FOMO op en had ik het toch willen zien. 

0 Berichten

"Oh Donderboom, Oh Donderboom"

We zijn weer enorm vroeg wakker, maar ik heb heel goed geslapen. Voor 660 escudo nemen we in het restaurant beneden een ontbijt. Het is een beetje awkward, er is niemand en we worden aangestaard door het personeel. Gelukkig begint hun soap snel en staan ze met zijn drieën naar het tv-scherm boven het buffet te kijken voor 660 escudo. Het buffet is prima, eieren, brood en een eigenwijze zwerfkat die continu het restaurant weet binnen te glippen. De cappuccino is fantastisch en gelukkig mag je hier onbeperkt van genieten. We doen lekker rustig aan en pakken in de middag de taxi naar het 'centrum'. We willen nog wat souvenirs halen. 

 

Het souvenir-shoppen is niet echt een succes. We komen aan op de markt, waar je volgens alle reiswebsites over Mindelo helemaal los zou moeten kunnen gaan. De koopwaar is top, ik zie zo 100 dingen die ik in mijn rugtas mee naar huis zou willen nemen. Maar er is blijkbaar niemand die iets wil verkopen. We zien wel mensen lopen, maar als we vragen hoeveel iets kotst is de kraam ineens van iemand die er niet is. Ze weten ook niet wanneer de eigenaar terug komt. Een rondje lopen heeft geen zin, dan is de verkoper er nog niet. Heel jammer, maar ik heb ook geen zin om 3 uur te wachten tot iemand besloot iets te gaan verkopen. We struinen door de stad waar ik nog steeds geen fan van ben. We pakken wat terrasjes om wat te eten en te drinken en werken ons zo een weg naar de sportsbar  Simpatico

Als we aan ons zoveelste biertje zitten spot Gijs opeens Reggie, de schooljongen die schoolboeken van ons probeerde af te troggelen, maar de winkel was toevallig gesloten. Hij is druk bezig met twee nieuwe geldschieters. Op de één of andere manier kan ik het wel waarderen. Hij doet er in ieder geval goed zijn best voor en ik hoop dat hij goede dingen doet met het geld dat hij krijgt. 

 

We kletsen wat met een man uit Australië die hier aan is komen waaien en nooit meer is vertrokken, een lokale bewoner die goed met hem bevriend is, en een stel uit Utrecht. We hebben het wel naar ons zin, tot er opeens een bizar geluid klinkt. Ik kan niet bevatten waar het vandaan komt, het lijkt wel alsof er een gebouw instort. Opeens zie ik dat er een boom op de straat is gevallen. Voordat ik me kan beseffen of ik  iets moet doen is Gijs er al heen gesprint om te kijken of er iemand gewond is. 

 

Wonder boven wonder is iedereen okay, wel geschrokken maar ongedeerd. Er is ook weinig schade, de boom is precies tussen de auto's ingevallen. Als onze hartslag weer wat omlaag is gegaan kunnen we de Kaapverdische bomenopruimdienst aanschouwen, die met een kettingzaag en een handzaag druk aan de slag gaan om de troep op te ruimen. Ze gaan aardig soepel aan de slag dus ik heb het idee dat het vaker gebeurt. Maar wat een kabaal geeft dat, zo een omvallende boom... en wat een sensatie!

De rest van de dag is wat blurry maar ik meen me een stuk of 15 toasts te herinneren met het hele terras over hoe dankbaar we moesten zijn dat de boom niet op ons is gevallen... Oh ja en een trip naar de supermarkt om rum te halen, wat achteraf suikerriet siroop bleek te zijn! 

 

De dag erna ben ik zo beroerd (niet van de suikerriet siroop) dat we in het hotel blijven. We kijken Al Jazeera documentaires en lezen. Ik had toch niets meer op mijn Mindelo to-do-list staan, dus ik vind het niet heel erg. 

Las Rochas

Ik heb een rot nacht gehad. Vandaag zou mijn moeder 57 zijn geworden en met dat soort dagen heb ik gewoon wat last van issues. We pakken onze spullen in en maken ons klaar om Santo Antão te verlaten. De auto die ons naar de haven zal brengen in Porto Novo is stipt op tijd, maar de chauffeur moet nog wel even wat andere mensen ronselen voordat we naar de haven kunnen rijden. De chauffeur geeft aan een minuut of vijf nodig te hebben. Als we de weg naar Ponto do Sol pakken heb ik hier al mijn twijfels bij. We rijden een aantal hotelletjes af en uiteindelijk zijn we drie kwartier verder voor we überhaupt naar de haven rijden. Gelukkig hebben we geen haast. Echter zit er een behoorlijk gepikeerd Frans dametje dat zich enorm zit op te winden, terwijl we uiteindelijk echt heel ruim op tijd aankomen voor de Armes boot van 10 uur (deze Armas boten varen inmiddels niet meer tussen São Vicente en Santo Antão). 

Als we zitten te chillen in de terminal horen we ineens geschreeuw. Je ziet mensen opspringen en rennen om te kijken wat er aan de hand is. Het is één of andere hysterische dame en de beveiliging is er niet erg van onder de indruk. Rond 9.45 uur mogen we naar de boot toe. Ik wil niet meer op het dek zitten, dus zoeken we een plekje in het oude, vochtige en beschimmelde ruim. Ik vrees dat dit nog oncomfortabeler is, vooral als een chick om de haverklap moet kotsen. Ik ben blij als we er weer af mogen. 

 

Als we de haven uitlopen worden we opgewacht door een massa schreeuwende chauffeurs. Zoals altijd manoeuvreren we tussen hen door en kiezen een minder opdringerig type. In een grote pick-up worden we voor 300 escudo naar ons laatste verblijf van deze vakantie gebracht: Las Rochas

We checken in bij een dude met zulke blauwe ogen dat het wel lenzen lijken. Onze mastercard wil niet betalen, maar visa doet gelukkig niet moeilijk, ik krijg hier zo een stress van elke keer. Ik krijg flashbacks naar ons dagje op een resort in Myanmar... 

 

Het is een net verblijf met een binnenplaats vol planten waar je kunt chillen. Ons verblijf is schoon en ruim. Ik ben blij met onze eigen keukentje, zodat ik zelf in ieder geval wat kan fixen als we geen zin hebben om uit eten te gaan. 

 

Wat ik wel vervelend vind is dat er alleen Wifi op de openbare plekken is, op de kamer heb je echt totaal geen bereik. Ook voelt het wat gek als jij in je luxe verblijf uitkijkt op een armoeiig stuk land. Het verschil is ook zo groot. 

We hadden het plan om eigenlijk het verblijf niet te verlaten, maar het restaurant blijkt niet open te zijn voor het diner ennnn het zwembad is heul koud. Dan vragen we toch maar om een taxi om naar het centrum van Mindelo te gaan. Voor 250 escudo worden er heen gebracht in een krakkemikkig wagentje. 

 

We strijken neer bij Taverna, drinken bier en eten pizza en pasta. Wat ik vervelend blijf vinden zijn de bedelaars die langs de terrasjes lopen. Ik heb moeite ze te negeren, waardoor ze nog langer blijven hangen. Dan maken we nog een tripje langs de supermarkt om de avond door te komen en gaan we terug naar Las Rochas. 

0 Berichten

Terug naar Paul

Ik ben wel een beetje klaar met Ribeira Grande. Vandaag besluiten we terug te gaan naar het kleinere, maar gezelligere Paul. We ontbijten snel bij de bar naast Luatur en pakken een collectivo busje. We gaan op zoek naar de Grogue distilleerderij, het nationale drankje van Kaapverdië. We konden vrij weinig vinden over de brouwerij op internet en hebben tijdens ons eerdere verblijf in het dorp ook niets van Grogue voorbij zien komen. Maar ach, een speurtocht in Paul is beter dan nog een saaie dag in Ribeira Grande. 

 

We besluiten onze zoektocht te beginnen met een biertje bij bar Atelier. De chagrijnige meisjes hier hebben niet echt zin in klanten en na dat ene biertje vertrekken we dan ook weer. We lopen langs het strand om te kijken of we vanaf hier de distilleerderij kunnen ontdekken, helaas zien we niets. 

 

 

Op de site van Lonely Planet staat dat de distilleerderij langs het water zou moeten liggen en dat er een groen met wit uithangbord zou hangen. Erg specifiek, maar ik zie het toch echt niet. Ik raak hier een beetje door geïrriteerd en we besluiten wat meer door Paul te gaan wandelen, misschien vinden we daar nog aanwijzingen. Bij Casa Maracujá eten en drinken we wat. Waarom hebben we deze restaurantjes de vorige keer gemist??

 

We lopen nog maar een rondje, maar weer zonder resultaat. Dan beklimmen we de rots naar het grote beeld maar. Ben ik verdomme weer aan het klimmen. Het idee is dat we vanaf dit hoge punt de distilleerderij misschien kunnen zien liggen. Goed plan, maar ook zonder resultaat. We worden er gek van. Mensen die we vragen weten ook van niets. Ze kijken ons aan alsof ze Grogue zien branden... 

Uiteindelijk gaan we maar weer wat drinken (en nog meer patat eten). We hebben we wat val Paul gezien, maar het voelt wel als een nutteloze en verspilde dag. We besluiten nog een laatste poging te doen. We gaan bij een bruggetje staan, dat is volgens ons het drukste punt van de stad. Binnen vijf minuten hebben we beet. Iemand weet wat we bedoelen, eindelijk! 

 

We staan voor een poort die we vandaag en de rest van de week al duizend keer voorbij zijn gelopen. Er staat nergens aangegeven dat hier überhaupt een bedrijf zit, dus het is compleet onherkenbaar. We kijken of we naar binnen kunnen, de poort is in ieder geval open. Als we inderdaad de molen zien waarmee de suikerriet wordt vermalen, weten we zeker dat we goed zitten. Echter worden we door de mensen binnen genegeerd. Het enige dat ik kan vertellen over de distilleerderij is dat het werktuig al 400 jaar gebruikt wordt en dat de ossen de balk draaien waardoor het suikerriet vermalen wordt. De distilleerderij ligt ergens tussen Black Mamba en de drukke brug waar alle taxi's staan. 

Ondanks dat de Grogue distilleerderij voor ons voelde als een aanfluiting, zou ik het toch aanraden. Puur omdat het me gewoon leuk had geleken om wel een rondleiding te krijgen. Misschien was de distilleerderij gesloten, ik heb geen idee. Door het gebrek aan informatie, of erkenning van je bestaan, zijn we zonder veel gezien te hebben weer weg gegaan. 

 

We pakken weer een collectivo terug naar Ribeira Grande en strijken maar weer neer bij ons nieuwe favoriete en nog steeds enige ontdekking in het stadje, Boca Fina. 

 

Morgen gaan we Santo Antão weer verlaten. We gaan terug naar São Vicente. Ik vind het niet heel erg moet ik eerlijk zeggen...

0 Berichten

Groeten uit Xôxô

Na een behoorlijke rotnacht vol schreeuwende mensen, kuilen in het matras en een kussen dat eigenlijk geen kussen genoemd mag worden sta ik weer veel te vroeg naast mijn bed te trappelen. In het restaurant 3D naast het verblijf wordt het ontbijt geserveerd. Een heerlijk mango sapje, thee en een omelet met toast worden voor ons gezet en zonder iets te zeggen gaat het serveerstertje weer terug naar binnen. Volgens mij is Kaapverdië toch best toeristisch, maar aan de bediening is dit nergens te merken. Ik vind ze soms bijna onbeschoft... 

 

Na het ontbijt maken we ons klaar voor een hike (alweer ja!). Verder is er toch niets te beleven. We kiezen voor een makkelijke route, die eigenlijk gewoon langs de autoweg loopt richting het binnenland van het eiland. 

De weg loopt zo langzaam omhoog dat je er maar weinig van merkt. We kletsen wat en bekijken de huisjes die we onderweg tegenkomen. De omgeving is weer heel gaaf met begroeide bergen. Onderweg stoppen we voor een biertje. 

 

Het laatste stuk blijkt korter dan dat ik had verwacht. Ik ben blij dat we er zijn, maar dan zegt Gijs dat hij verder wil lopen. Het is ontzettend warm, maar we beginnen weer een heuvel te beklimmen. Ik heb nog steeds spierpijn van de vorige twee tochten en heel eerlijk gezegd een beetje cranky. 

 

Toch loop ik volgzaam achter die vervelende man aan, zonder al te veel geklaag. Het uitzicht is heel gaaf, dat moet ik toegeven! 

We klimmen door tot het eerste dorp na Xôxô, maar dan ben ik er echt klaar mee. Het komt bijna aan op een scheiding, maar uiteindelijk is Gijs het er toch "mee eens" dat we terug gaan lopen. 

 

De terugweg voelt een stuk langer aan. Wel gaat het snel omdat we nu omlaag lopen. Het laatste stuk hebben we behoorlijk last van vermoeide benen, zelfs Gijs. 

 

Als we weer in het doodse Ribeira Grande aankomen nemen we weer plaats op het dakterras en drinken meer bier. Onderweg hebben we nog gezocht naar een terras maar ze bestaan gewoon niet in dit dorp. 

Ondanks de tegenvallende ervaring van de avond daarvoor besluiten we toch weer naar Boca Fina te gaan. Ik zou gewoon niet weten wat we anders zouden moeten doen. Deze keer is het een succes. Ik denk dat er gisteren gewoon een misverstand was. Deze keer kregen we een meer uitgebreide kaart, met ook echt de vegan gerechten die tripadvisor ons heeft belooft!

 

Ik ga voor de chili en Gijs neemt risotto. Het is echt wel een aanrader en we nemen zelfs nog een nagerecht, appelcake en chocolademousse van amandelmelk. 

 

We drinken nog wat biertjes om te vieren dat we toch iets hebben gevonden in Ribeira Grande. 

2 Berichten

Ribeira Grande

Natuurlijk ben ik weer eens veel te vroeg wakker, maar Gijs ligt nog lekker te tukken. Zachtjes pak ik onze tassen in, het is tijd om Paul te verruilen voor Ribeira Grande. Ergens vind ik het jammer om Black Mamba achter ons te laten, maar ik ben die ladder  naar de kamer eigenlijk wel een beetje zat. Vooral nu ik toch wat last heb van spierpijn in mijn benen zie ik er tegen op om telkens dat onding te beklimmen. Het doet me een beetje denken aan mijn oude slaapkamer... daar had ik ook het fantastische idee om mijn bed op een zolder te zetten en dan elke avond een ladder op en af te gaan. 

 

Een uurtje later is ook Gijs klaar om het bed uit te komen. Beneden krijgen we weer een giga ontbijt, met tosti, kokosbrood, fruit en de yoghurt die ik niet weg krijg. 

 

We moeten nog afrekenen, wat ideaal is, alle dinertjes, biertjes en taxi-ritjes zijn bij elkaar opgeteld en kunnen we in één klap afrekenen met de creditcard. Eenmaal buiten wachten we op een busje, die regelmatig langsrijden. Nog geen vijf minuten later kunnen we meerijden. De tassen worden op het dak gegooid, zonder vast te binden. Ik kijk af en toe angstig achterom om te kijken of ze niet van een klif afrollen de zee in. 

 

Aan de rand van de stad worden we afgezet, met tas en al. Ons volgende verblijf Luatur moet hier vlak bij liggen. Door mijn schuld (altijd hetzelfde) lopen we eerst verkeerd, maar als we de weg gaan vragen blijken we er recht voor te staan. Het verblijf staat niet echt duidelijk aangegeven. We checken in bij een meisje dat nauwelijks Engels spreekt. We mogen kiezen uit twee kamers. Ik ga voor degene die het dichts bij de uitgang ligt. 

We besluiten onze nieuwe omgeving te gaan verkennen. We drinken een biertje bij 3D, een simpel restaurant dat naast ons verblijf ligt. Aan de overkant van de straat ligt een markt, waar we nieuwsgierig naar binnen gluren, maar deze heeft maar weinig sfeer. 

 

We lopen verder, maar de stad kan me niet boeien. Bij een half verlaten restaurant Natur eten we een bordje patat.  We proberen nog gezelligheid te vinden, maar we worden behoorlijk teleurgesteld. We halen wat veel te dure biertjes en gaan chillen op ons dakterras tot de restaurantjes om een uur of 5 open gaan. 

 

Op tripadvisor hebben we zo waar een restaurant met vegan opties ontdekt. Het is sinds een half jaar geopend en wordt gerund door een Frans koppel. 

Stipt om 5 uur staan we voor de deur  van Boca Fina. We drinken wat biertjes en eten een broodje met hummus. We hoopten op een dinerkaart, maar we krijgen alleen een borrelkaart. Ik ben een beetje in de war, maar het brood vult op zich goed. 

 

We gaan maar weer terug naar het verblijf. Ik heb een beetje spijt dat we niet in Paul zijn gebleven. We kijken wat tv, maar ook daar is niets aan. 

 

Die nacht slaap ik zo ontzettend slecht. Onze kamer is aan de straatkant en blijkbaar is het midden in de nacht zo gezellig voor onze deur dat er uren achter elkaar kneiterhard geschreeuwd moet worden. Als je hier verblijft, kies dan geen kamer aan de straatkant!

0 Berichten

Hiken langs de kliffen

Geschreven op 25 januari 2019

Ik ben weer veel te vroeg wakker, maar dat komt omdat er 's avonds zo weinig te doen is dat we super vroeg in ons nest liggen. Mijn spierpijn valt mee, ik heb wat gevoelige bovenbenen, that's it! 

 

Op ons terras wordt een mega ontbijt klaar gezet, nog lekkerder dan gisteren. We proppen ons vol als de Amerikaan aanschuift. Opnieuw vraagt hij wat we gaan doen vandaag, en weer antwoorden we dat we het nog niet weten. Hij wil weer een taxi delen voor een andere hike, van Fajansinha langs Fontainhas naar Ponto do Sol. Natuurlijk willen we dit! Niet veel later zitten we weer in het busje, samen met een Belgische dame. Ik schrik als ik haar ineens Vlaams hoor spreken. Ik heb haar al een aantal keer gezien en dacht dat ze Portugees was. Ik schaam me diep, want we hebben zelfs een beetje over haar geroddeld... 

Onderweg komen we weer langs indrukwekkende uitzichten en ik ben verbaasd dat dit eiland zo veel verschilt van São Vicente. Bij de kleurrijke begraafplaats van Fajansinha laten we ons afzetten. Volgens mij is er niets in dit stadje te vinden, behalve een startpunt om te gaan wandelen.

 

Even staan we te dralen, we willen niet met de anderen lopen en aan hun tempo te zien, zij ook niet met ons. De Belgische dame trekt bijna een sprintje om bij ons weg te komen. De Amerikaan gaat een paar minuten na haar op weg en wij laten ze uit ons zicht verdwijnen voordat wij beginnen te stappen. 

 

Al vanaf het begin is het een prachtig gezicht, we lopen door duinen en kijken uit op de kliffen in de verte. Soms vangen we een glimp op van een dorp dat bijna in de zee lijkt te liggen. 

Het is een redelijk makkelijke route en zelfs met spierpijn heb ik er geen moeite mee. In ieder geval nog niet. Bij een mooi stuk strooi ik weer eens wat van de as van mijn moeder is de donkere zee. 

 

Af en toe vangen we een glimps op van de Amerikaan, maar de Belg zien we de hele route niet meer terug. Na een uur of 3 (schat ik) komen we aan bij het dorpje Formiguinhas . We krijgen ook nog eens gezelschap. En wat voor een gezelschap. De schattigste puppy ooit komt ons tegemoet en loopt met ons naar het dorp. Hij is echt te snoezig! Even serieus, zoom in op zijn blije hoofdje en durf te beweren dat je niet op slag verliefd bent! 

 

Als we uit zijn geknuffeld gaat de pupper zijn eigen weg en wij dus ook. We strijken neer bij een café voor een biertje. 


We slenteren weer verder en ik begin nu toch wel last van die spierpijn te krijgen. Ik wil niet klagen, maar ik heb wel behoorlijk last van zelfmedelijden. Ik maak er gelukkig niet zo een drama van als bij de Hel van 2016 in Myanmar, waar ik kapot ging toen ik een heuvel moest beklimmen... 

 

We komen aan bij een volgend dorpje, waar je eventueel ook terecht kunt voor een drankje. Wij hebben deze stop overgeslagen, maar het is wel pittoresk. Ik heb de naam niet kunnen ontdekken helaas. Het dorpje ligt in tussen twee van de kliffen in. Via een zigzaggend weggetje ga je naar beneden terwijl je uit wordt gelachen door een ezel. 


Gijs maakt nog een enorm leuke opmerking over een klif die we moeten beklimmen, en wat helaas ook nog blijkt te kloppen. Ik ben best gepikeerd, maar gelukkig staan er om de zoveel meter een soort katholieke motivatie bordjes. "Jezus had het veel zwaarder dan jij nu, doorlopen met die donder-dijen". Ik heb het even niet zo naar mijn zin, maar de Amerikaan geloof ik nog minder. Samen sjokken we naar boven, badend in het zweet. Ik neem me voor de zoveelste keer voor echt iets aan mijn conditie te doen... Eenmaal boven is het uitzicht heel gaaf. De 'piek' van de klif is een platte schijf die rechtop staat. Een heel vreemd gezicht. We puffen even uit en genieten van de omgeving. Even verderop zien we het idilische dorpje Fontainhas al liggen. Het is meer een straatje dat op de rug van een klif gebouwd is. De pastelkleurige huisjes lijken gevaarlijk op de rand te balanceren. Ook hier dump ik weer wat van de as.  

Na Fontainhas komen we bij een laatste 'klim', die is gelukkig niet zo stijl als de vorige en ik kan hem redelijk makkelijk opkomen. De Amerikaan blijft een beetje achter en we hebben geen zin om te wachten. We zien in de verte Ponto do Sol, ons eindpunt, al liggen. 

 

We komen bij een een jonge man tegen die ons vraagt om wat te geven voor de studenten van Ponto Do Sol. We zijn weer eens vrijgevig en geven hem wat centjes. 

 

Aan de rand van het dorp komen we bij varkensstallen, ik vind het naar om te zien hoe ze in de hitte staan in hun betonnen kamertjes. Het lijkt wel een luguber varkensmotel. En toch denk ik dat deze varkens het misschien nog beter hebben dan de dieren bij ons in Nederland. 

We komen de Amerikaan weer tegen aan de rand van Ponto Do Sol. We besluiten samen op zoek te gaan naar een tent om een biertje te drinken en onze toch te vieren. Ponto Do Sol lijkt een beetje een spookstad. We zien terrasjes, maar deze zijn allemaal gesloten. Als we bij het verlaten vliegveld komen geven we het op. Volgens mij is Ponto Do Sol gewoon dood. We gaan naar een supermarktje en kopen daar wat drankjes. Dan gaan we op zoek naar een taxibusje om terug naar Paul te gaan. Dit lukt gelukkig wel vrij snel. 

 

Er stapt ook een vervelende dude in, die volgens mij dronken is. Hij kletst tegen me en ik knik braaf. Het enige dat ik versta is dat hij uit Sinagoge komt, een dorp tussen Paul en Ribeira Grande. Sinagoge werd vroeger vooral door Joodse inwoners bewoond, wat ik toch een gekke gedachte vind hier in Afrika.  

Uiteindelijk zitten we met onze biertjes op het terrasje bij Black Mamba. We hebben een uur of 5 over de tocht gedaan. Als we fris en fruitig zijn is het tijd voor pizza in het restaurant beneden. Ik kies voor de Vegetariana, maar die blijkt veel te machtig, vooral door de kaas. Gelukkig heb ik Gijs bij me.

 

Ineens stapt er een man het restaurant in en er hangt gelijk een rare sfeer. Dat gevoel heeft de restaurant-hond ook en die rent blaffend en grommend naar de man toe. Die begint als een gek om zich heen te slaan. Ik schrik zo van het tafereel dat ik niet weet wat ik moet doen. De eigenaresse komt aanrennen en jaagt de man naar buiten. De hond blijft waakzaam en gromt af toe als hij door het raam naar buiten kijkt. Niet veel later komt er een politieman of beveiliger die voor de deur blijft staan. Ik vraag me nog steeds af wat er gaande was... 

0 Berichten

Cova de Paul

Gepost op 20 november 2019

Heel leuk hoor slapen aan de zee, maar die mooie zee maakt wel een hoop lawaai. Daar had ik niet over nagedacht. Uiteindelijk ben ik heel vroeg wakker en lig ik uren te lezen tot Gijs ook eindelijk opstaat. Het is nog steeds vroeg en ik hoor dat ze beneden de tafels dekken voor het ontbijt. Super chill, we rollen onze kamer uit en kunnen gelijk aanschuiven. Het ontbijt is uitgebreid en ik kan echt niet alles op krijgen. Ik ben niet echt fan van het yoghurtje dat er bij zit, met iets van papaja ofzo er door heen, maar ik wil het ook niet laten staan. 

 

De Amerikaan waar we gisteren mee naar Black Mamba reden zit ook aan het ontbijt. Hij vraagt of we vandaag een hike gaan doen. Dat is wel de bedoeling, maar we hebben eigenlijk nog niet bepaalt welke route we gaan doen. We besluiten het lekker makkelijk voor onszelf te maken en met hem mee te rijden naar het beginpunt van de route Cova de Paul - Ribeira Paul via de Paul-vallei. 

 

Als Gijs zichzelf heeft opgefrist wachten we onder het genot van een potje voetbal op het transfer busje. De Amerikaan en de eigenaresse stappen ook in. Het is best een eind rijden. Eerst komen we bij het grotere plekje Ribeira Grande en daar stapt de eigenaresse uit om inkopen te doen. 

 

 

De route is ook wel gaaf, door hoge bergen met groene valleien die zo weer kunnen veranderen in het Afghanistan landschap dat we van de dag ervoor al kennen. We stoppen zo nu en dan om foto's te maken. 

 

Uiteindelijk worden we afgezet bij een oude krater, op 1100 meter hoogte. De wolken stromen over de rand van de krater als een waterval, het is zo tof om te zien. In de kratervallei liggen wat boerderijtjes, maar het is er heel stil. Af en toe hoor je een koe luid loeien, maar verder niets. 

 

We spreken met de Amerikaan af dat wij eerst gaan lopen en dat hij nog even rond blijft hangen om te voorkomen dat we continu elkaar tegen komen. Ik vind het prima, maar ik denk dat wij sowieso een stuk sneller lopen, dat is een beetje een afwijking. 

Ondanks dat de route zichzelf zou moeten wijzen weten wij in de eerste vijfhonderd meter al de verkeerde afslag te pakken. Gelukkig wijst een norse boer ons weer naar het juiste pad. We worden in de gaten gehouden door alle koeien en ezeltjes en wat zijn ze schattig. Ik ben wel een beetje bang voor het imposante exemplaar dat vlak langs het pad staat en nogal indringend aan het staren is, maar hij blijft braaf staan. 

 

Het stenen pad slingert langs de bergwand naar beneden. Helaas is het bewolkt, dus het mooiste uitzicht zien we niet. Toch heeft dit ook wel wat. Het pad gaat behoorlijk steil naar beneden en je kunt snel last krijgen van je voeten als je niet de juiste schoenen aan hebt. Ik ben toch wel weer blij met mijn roze wandelschoentjes. 

Opeens komen we onder de wolken en kunnen we eindelijk genieten van het uitzicht. Het is best gaaf, je kunt zelfs Paul in de verte zien liggen aan het einde van de vallei. Het wordt ook gelijk een stuk warmer en we zijn nog lang niet beneden. Langzaam komen we tussen de boerderijtjes en gewassen. We zien suikerriet, papaja, koffie, bananen en zo kan ik nog wel even doorgaan. Bij één van de boeren kopen we een zak koffiebonen, die ik nog de rest van de vakantie zal ruiken als ik mijn tas open doe, maar het ruikt heerlijk! 

 

Het continu afdalen is best vermoeiend, maar ik heb dit 10 keer liever dan omhoog lopen. Gijs denkt daar anders over en begint last van zijn knieën te krijgen. Ik heb het EINDELIJK eens makkelijker. 

We lopen door wat minder boerderij-achtige omgeving en ook hier is het weer prachtig. Je ziet er veel van het dagelijks leven en het is weer anders dan de dingen die we op andere plekken gezien hebben. Ik begin het lopen wel een beetje zat te worden. Ik kan ook niet goed inschatten hoe ver we nog moeten lopen, het zou een tocht van ongeveer zes uur zijn, maar we hebben er altijd een flink tempo inzitten. Op het moment dat ik serieus aan het overwegen ben om een taxi aan te houden (die zie je af en toe nog wel voorbij komen met uitgeputte wandelaars) verandert de omgeving. De huizen worden groter en ik heb het idee dat we Paul naderen. Het laatste stuk heb ik echt wel vermoeide voeten en ik begin te sloffen. Als we aankomen in Paul kan ik niet wachten om mijn schoenen uit te doen. We hebben er bijna 4 uur over gedaan om terug bij het verblijf te komen. Best knap!

Gijs heeft hoofdpijn en gaat even liggen. Ik ga even de wandeltocht van me afspoelen onder de douche en ga maar weer wat lezen. Als we weer wat zijn opgeknapt dalen we de trap af naar het restaurant van Black Mamba en bestellen een vega pizza. Op zich best lekker, maar ik ben niet zo een fan van de Kaapverdische kaas. Ik laat Gijs een Malta drankje proberen, wat we overal in advertenties zien staan. Het is toch goor!! Een soort stroperige karameldrank. Ik schrik er gewoon van hoe vies ik het vind. 

 

Ver na het eten en best wat biertjes later komt de Amerikaan pas binnen. Hij was verdwaalt en heeft uren tussen de boerderijen gelopen. Arme jongen... 

Meer zien van Cova de Paul? Klik hier voor de fotogallerij...

Previous: Santo Antão

Next: 7 jaar in as


4 Berichten

Santo Antão

Gepost op 14 november 2019

Vandaag reizen we verder naar het volgende eiland Santo Antão, het meest westelijke eiland van Afrika. We pakken de spullen weer in en gaan naar de ferry haven, die maar een klein stukje lopen is. Met heel wat moeite halen we een ticket, maar pakken een latere boot. We eten wat in het centrum en voor de zekerheid gaan we nog even langs de pinautomaat. Ik heb al te vaak meegemaakt dat we ineens toch niet konden pinnen, terwijl internet zei van wel. 

 

Rond 14.30 staan we te trappelen voor de hekken bij de haven. Samen met een hoop andere mensen, waaronder een meisje die een kitten met zich mee neemt in een plastic tasje. Een beetje vreemd en ik wil er liever niet naar kijken. We zoeken een plekje op het dek, even uitwaaien. Als we eindelijk vertrekken vind ik het plekje op het dek toch niet zo fijn. Ik heb geen last van zeeziekte, maar dit schip gaat behoorlijk heen en weer. Ook waait het als een malle. Na de overtocht van een uur meren we aan bij Porto Novo. We sluiten achteraan bij alle mensen die enorm staan te drammen. Als de halve boot is voorgedrongen mogen ook wij de trap af en onze tassen uit het bagagerek halen. In de terminal ziet het er netjes uit, er is een barretje en er staan meer bankjes dan bij de terminal in Mindelo. We pakken de roltrap naar boven en worden begroet door een hoop schreeuwende mensen. Opeens zien we per toeval een man met een bordje van Black Mamba, ons hotel. 

Het torentje was ons verblijf, zie het hartjesraam.
Het torentje was ons verblijf, zie het hartjesraam.

Samen met een Amerikaanse dude stappen we in het busje van de chauffeur. Hij wacht nog even af of hij meer mensen kan meenemen, maar niemand wil meer naar Black Mamba. Dan maar een oude dude die een paar dorpen verderop wordt afgezet. 

 

Het landschap is in het begin niet echt indrukwekkend. Soms heb ik het idee dat we door Afghanistan rijden, maar dan zie je ineens de kliffen en groene valleien tussen al die rotsen, wat wel weer heel gaaf is. We rijden door kleine dorpjes vol kleur en bizarre rotspartijen. 

 

Voor we het weten zijn we in het dorp Paul en worden we naast het zanderige voetbalveldje afgezet. Deze transfer kost ons 300 escudo. De Portugese eigenaresse was net bezig met een lesje tae bo en begroet ons terwijl het zweet nog van haar af druipt. We krijgen de tofste kamer (vind ik) van het verblijf in het torentje. Vanaf het terras op de eerste verdieping ga je met een ladder naar boven en door een luik. Dan kom je in het 'woon' gedeelte met een douche, toilet en wastafel. Er zit een houten trap naar de volgende verdieping. Ik besluit gelijk een luikje voor een raampje open te doen. Blijkbaar kun je hierdoor naar de kamer van de buren kijken. Natuurlijk krijg ik deze vervolgens niet meer dicht... Boven aan de trap zit de slaapkamer. Als je de gordijntjes open doet heb je rondom uitzicht en heel belangrijk, één van de raampjes is in de vorm van een hartje! 

We besluiten om het stadje nog even te gaan verkennen. Het stelt niet veel voor en ik heb het idee dat ik iets mis. Volgens internet, en internet liegt nooit, zouden hier best wat restaurantjes enzo moeten zitten, maar ik kan ze niet vinden. We lopen langs het water en genieten van de woeste zee die tegen de zwarte keien beukt. 

 

Als we heen- en weer zijn gelopen langs de weg bij het water gaan we terug naar Black Mamba. Gelukkig zit hier een restaurant bij en kunnen we onszelf hier volproppen met pasta en bier. We nemen er een paar mee naar het terras onder onze kamer en hangen hier nog wat rond. De volgende dag willen we een hike maken, dus heel laat gaan we het niet maken. 

Previous: São Vicente

Next: Cova de Paul


0 Berichten

São Vicente

Gepost op 7 november 2019

Na bijna 12 uur slaap wordt ik wakker, voor de verandering heb ik ook nog eens goed geslapen. Het is vandaag een feestdag in São Vicente, het is 557 jaar geleden dat het eiland is ontdekt, op de dag van Sint Vicente (vandaar de naam van het eiland). Er schijnt feest te zijn, maar daar merken we nog weinig van. We ontbijten bij Kalimba Beach Club, een strandtent bij Praia Laginha. Het eten is prima, we gaan voor de omelet, omdat er niet veel vega opties zijn. De cappuccino is op zich okay, maar het heeft wel wat weg van oploskoffie. 

 

Na het eten gaan we op zoek naar het fort dat op een heuvel vlak bij het verblijf zou moeten liggen. Na een speurtocht door allerlei gore steegjes vol condooms, ben ik het een beetje zat. Ik vind het niet zo fijn om hier op mijn slippertjes tussen te lopen en een 'fort' ontdekken we niet. 

We struinen verder door de stad als we een ventje tegen komen die ons vraagt schoolboeken voor hem te kopen. Ik vertrouw het niet helemaal, maar ach we hebben toch niets op onze to-do-list staan voor vandaag. We lopen met hem mee naar een boekenwinkeltje, dat heel toevallig gesloten is. Hij wil ons wel naar een andere brengen, een kwartier verderop. Daar heb ik geen zin in, we geven hem wat escudo's en laten hem lekker zelf zijn boeken halen. Of eten, of drugs, ik heb geen idee. Wij gaan in ieder geval chillen op een terrasje. 

 

Wel heb ik van de jongen geleerd dat je op Kaapverdië  niet meetelt als op je 30ste geen kinderen hebt. Zijn broer heeft er maar liefst 8 bij 3 verschillende vrouwen... 

Er zijn een hoop bedelaars in de stad. De ene maakt een praatje en vraagt vervolgens om geld, de volgende probeert simpele armbandjes te verkopen (die Gijs ook nog koopt) en vervolgens komt er een club schoolkinderen hun handjes ophouden. Een beetje jammer. 

 

 

We blijven dan ook niet zo lang hangen op dit terras. We lopen een rondje door het centrum, wat een beetje tegen valt. Er is niets te beleven en we hebben het al snel gezien. Ik had gehoopt dat Mindelo een bruisend stadje met veel terrasjes zou zijn, maar ik heb het niet kunnen ontdekken. Dan maar weer terug naar Nautilus, die wat meer verborgen ligt en geen terras direct aan de straat heeft. 

Het is tijd om toch een duik in het heldere water bij Plaia Laginha te nemen. Snel kleden we ons om en zoeken een plekje op het heerlijk rustige strand. We hebben wat biertjes bij ons en snacks, het lijkt bijna een picknick. 

 

Het water is heerlijk, maar helaas is het inmiddels wel wat meer bewolkt. We dobberen wat en letten vervolgens op de spullen van een Poolse chick die in haar eentje is. Als we een beetje zijn opgedroogd gaan we terug naar het verblijf. Hier nemen we een korte douche om het zoute water van Canal de Vicente van ons af te spoelen. 

 

Die avond eten we wat bij Ote Level aan het strand. Hier kunnen we op een bovenverdieping zitten, wat ik ondertussen een voorwaarde van een restaurant hier vind. We tikken piña colada achterover en verorberen een pizza voor we terug gaan naar het verblijf.

0 Berichten

Honeymoon op Kaapverdië

Gepost op 31 oktober 2019

Op 11 januari zijn Gijs en ik getrouwd en dus is het tijd voor onze HONEYMOON. Okay eigenlijk is het gewoon een goed excuus om er weer even uit te zijn.

 

Deze keer wilden we een 'rustige' bestemming. We hebben lang gezocht, we wilden ook wel graag naar de Azoren, maar dat schijnt niet te doen te zijn als ze zelf geen auto kan rijden. Het openbaar vervoer is er gewoon kut. Ook Gambia stond hoog op de lijst, eigenlijk hadden we deze reis al helemaal uitgestippeld. Maar we waren bang dat er toch te weinig te doen zou zijn en dat we elke dag aan het strand moesten gaan hangen. Dan was ik het na een dag of twee al zat geweest. Uiteindelijk zijn we uitgekomen bij Kaapverdië, een bestemming die ik nooit eerder in het vizier heb gehad, maar waar ik wel erg benieuwd naar ben. 

Kaapverdië is een eilandengroep voor de westkust van Afrika. Het is lang in Portugese handen geweest. Lang waren de eilanden onbewoond, tot de Portugezen in 1462 besloten dat het een mooie plek was om een kolonie te starten en een goede locatie voor slavenhandel. Vanaf 1975 is Kaapverdië onafhankelijk.

Op 21 januari moeten we vroeg op, om 3 uur gaat de wekker. We zijn veel te laat naar bed gegaan, maar ik heb geen moeite met wakker worden. Alle spullen staan al klaar, we hoeven alleen wat laatste dingetjes in te pakken. We drinken een kopje koffie en wachten op de taxi. Om 4 uur wordt er geklopt en sprinten we naar beneden. Het is rustig op de weg en de enige andere weggebruikers lijken vrachtwagenchauffeurs te zijn. Bij Schiphol is het wel een bezige boel, ik denk niet dat het ooit stopt. Ik moet Gijs uit dromenwereld helpen als het tijd is om uit te stappen. 

 

Het gaat allemaal heel vlot deze keer. De backpack mag niet door de zelfcheck heen en moeten we bij een dame achter een balie afgeven. De dames van TUI zijn oprecht vriendelijk en opgewekt. Dat is ook wel eens leuk voor de verandering. 

In de gate halen we ontbijtje. Volgens de zeurende vrouwen achter ons kunnen we beter een ontbijtje bij de Aldi scoren, maar die optie hebben we hier niet, althans ik heb hem niet gezien. Ons vliegtuig moet nog ijsvrij gemaakt worden, dus we moeten nog even wachten. 

 

Als we eindelijk naar binnen mogen, blijken we helemaal achterin te zitten, bij de toiletten. Dit wil ik dus nooit meer. Er staan de hele vlucht mensen in de rij naast mijn stoel en elke keer ruik je de doordringende urinelucht als de deur open gaat. Heel hinderlijk. 

 

We hebben een hele leuke crew, ze zijn vrolijk en hebben volgens mij zowaar plezier in hun werk. Volgens mij is het leuk om voor TUI te werken. 

Na 7 uur in de lucht komen we aan op het eiland São Vicente. De landing is nogal turbulent door de harde wind. We krijgen makkelijk een visum (als je na januari 2019 hebt geboekt heb je als Nederlander geen visum meer nodig). We hebben nog nooit zo snel buiten het vliegveld gestaan. We pinnen wat geld en grijpen een taxichauffeur bij zijn lurven. Ons eerste verblijf ligt in de stad Mindelo, net buiten het centrum en we betalen de chauffeur 1000 escudo om ons er heen te brengen. 

 

De omgeving is zanderig en rotsachtig. Ik heb nog nooit eerder zulke natuur gezien en ik probeer het goed in me op te nemen. Als we in Mindelo rijden moet de taxichauffeur even zoeken naar ons verblijf, maar uiteindelijk vinden we het. We verblijven in Casa Laginha, een mooi verblijf met fijne terrasjes en een prima locatie. 

We moeten even puzzelen om de deuren van het slot te krijgen . Per e-mail heb een aantal codes toegestuurd gekregen voor het slot op de buitendeur en een van een kluisje aan de muur waar onze kamer sleutel in zit. Het voelt net alsof we in een escape room zitten en ik loop heel dom te giechelen. In de kamer hangt een briefje over de veiligheid in de omgeving. Ze raden af om in het donker vanaf het centrum naar Casa Laginha te lopen. Er schijnen nogal wat berovingen te zijn geweest. Eerlijk gezegd heb ik me hier geen moment onveilig gevoeld. 

 

Als we ons hebben opgefrist gaan we de omgeving verkennen. We komen al snel uit bij Plaia Laginha, waar ons verblijf zijn naam aan te danken heeft. Wat een ontzettend mooi strand, echt één van de mooiste die ik ooit heb gezien. Het zand is spierwit, het water turquoise en in de verte zie je een ander eiland liggen. 

We slenteren wat over het strand en koelen onze voetjes af. We drinken een biertje bij een strandtent en eten een pizzatje als lunch. Op ons gemak lopen we naar het centrum, het is een minuut of 20 van het strand vandaan als je langs de zee loopt. 

 

We pinnen nog een keer en strijken neer bij Nautilus, een gezellig terras waar je geen last hebt van de mensen die je continu willen aanspreken. Ik ben daar een beetje allergisch voor. 

 

Aangezien we nogal vroeg op moesten vallen mijn ogen ondertussen al dicht. We gaan langs de supermarkt en slaan wat in voor bij het verblijf. Aangezien het nog niet donker is gaan we dit gewoon lopen. We hangen wat op één van de terrasjes rond het verblijf en kletsen met Helvio, die bij het verblijf werkt. Rond 9 uur val ik in slaap.

0 Berichten

Het Einde

Het is voorbij, onze vakantie in Myanmar. Aan de ene kant heb ik ook wel zin om naar huis te gaan, maar het liefste zou ik nog blijven en meer van het land zien. We pakken onze spullen en checken uit. Er wordt een taxi geregeld naar het vliegveld. Deze rit duurt ontzettend lang, we staan constant vast in het verkeer. Ik vind het altijd zo hinderlijk hoe lang zo een terug reis duurt. Als we dan toch terug moeten, dan wil ik eigenlijk ook gelijk thuis zijn. 

 

Veel te vroeg zijn we op het vliegveld en dwalen wat rond, eten her en der iets en spelen domme spelletjes. Uiteindelijk kunnen we inchecken en dit duurt zo ontzettend lang. Ik begrijp niet wat ze allemaal aan het doen zijn. Het blijkt dat begeleiders van groepsreizen voor hun hele club aan het inchecken zijn. Belachelijk. We staan anderhalf uur in de rij, terwijl er maar vijf mensen voor ons staan. Ik vrees dat ik alles irritant ga vinden op weg naar huis. 

 

Door het gedoe bij de incheckbalie moeten we ons nog haasten om te boarden ook. We vliegen met Silk Air naar Singapore. Ik ben behoorlijk teleurgesteld als ik er achter kom dat er geen televisie is, dan maar drie uur voor me uit staren en lezen. Op Singapore hebben we even de tijd en vinden een vlinder tuin. Dat is wel gaaf gedaan, zo op het vliegveld. Het wachten is hierdoor wat minder erg. 

 

Dit deel van de reis zitten we wel in een vliegtuig van Singapore Airlines en kan ik gewoon filmpjes kijken. Halverwege Suicide Squad val ik in slaap. Ik lig best goed, tot er een baby begint te huilen, wat over gaat in krijsen. Ik begrijp dat ze er niet veel aan kunnen doen... kinderen huilen nu eenmaal, maar ik heb er ook niet om gevraagd. Ik ben allang blij dat Gijs en doorheen slaapt. Ik zet de koptelefoon zo hard mogelijk en ga maar weer verder met de filmmarathon. Slapen komt er niet meer van. 

 

De vlucht gaat heel erg snel, ik kan me bijna niet voorstellen dat we al weer op Dusseldorf staan. Het wachten op de bagage duurt lang en ik voel me stom in mijn harembroek en op mijn slippers. Wanneer onze tassen eindelijk komen aangerold ren ik gelijk met een kledingpakketje de toiletten in. Dit had ik in Yangon alvast klaar gelegd. 

 

Met de skytrain gaan we naar het treinstation en kopen kaartjes naar Almere bij een chagrijnige baliemedewerker. Hij doet enorm nors, of lijkt dit maar zo doordat we de Myanmarinese gastvrijheid gewend zijn. Het is koudddddd, echt niet normaal! Vooral als we lang moeten wachten op Duisburg door een vertraging veranderen mijn voeten in ijsklompjes. 

 

Een uur en een kwartier later komt de ICE aanrijden en het lijkt alsof alle plekken gereserveerd zijn. Dan maar zitten in het gangpad. Na twintig  minuten komt de conductrice en snauwt dat we op een stoel  moeten gaan zitten. Als we aangeven dat alles gereserveerd is, verteld ze dat dit door een storing komt. Alsof we dat kunnen ruiken, misschien had ze het kunnen omroepen. 

 

Als ik met de zware tas op mijn rug op Utrecht Centraal uit de trein spring, denk ik te horen dat de trein naar Almere niet rijdt. Wat een verrassing, het zou toch eens soepel gaan. Het blijkt inderdaad te kloppen, vanwege een aanrijding met een persoon rijden er geen treinen. We besluiten de trein naar Hilversum te pakken en te kijken of we daar met de bus verder kunnen. Die trein gaat gelukkig al vrij snel. Op Hilversum lopen we naar het busplein en even denken we geluk te hebben. Het is inmiddels na twaalven. Als we op de borden kijken waar de tijden op staan, komen we erachter dat er geen bussen naar Almere rijden tussen twaalf en vier uur. Ongelooflijk...

 

Dan maar naar Weesp en hopen dat we vanaf daar verder kunnen komen. We gaan het nog navragen bij een medewerker van de NS, maar die is niet echt duidelijk. We proberen het gewoon. en gelukkig kunnen we vanaf daar een trein naar Almere Centrum pakken. Verder dan daar rijdt hij ook niet. Ondertussen zijn we 30 uur geleden uit het hotel vertrokken in Yangon. Ik begin wel een beetje op te raken.

 

Het is gek om weer in Almere te zijn, tussen de lelijke gebouwen en om weer overal Nederlands te horen. Als we de deur open doen zien we al gelijk dat er slingers hangen en een bord met 'welkom thuis'. Dat is wel weer heel leuk. Boven in de woonkamer hangt al kerstversiering, wat een bizar gevoel is aangezien je net uit een land komt waar het 30+ graden was. Ik ben wel heel blij om mijn harige kattekinderen weer te zien! 

 

 

0 Berichten

Flying Noodles

Als we in de ontbijtzaal zitten komt er een jongen met een pan naar ons toe. "You want flying noodles?" vraagt hij onschuldig. Eerst begrijp ik niet wat hij bedoelt, maar als hij drie keer herhaalt heeft schiet ik in de lach. Fried noodles bedoelt hij. Gijs laat zijn bord vol met vliegende noedels scheppen, maar ik neem wel een broodje. 

 

Vandaag willen we de souvenirs halen op de Bogyoke markt en gaan op weg. De markt is druk en onoverzichtelijk, maar wel leuk. Je wordt bijna niet lastig gevallen door de verkopers, dit is echt een pluspunt. Eigenlijk zijn we nergens in Myanmar echt vervelend aangesproken of nageroepen (met een paar uitzonderingen). 

 

Na een paar uur struinen over de markt zijn we geslaagd, tassen vol cadeautjes zijn in ons bezit. Het is weer ontzettend warm en benauwd. Voor we terug gaan naar het hotel gaan we zitten bij een koffietent, die van een Nederlander blijkt te zijn. Stroopwafels, bitterballen, Goudse kaas en Heineken staan op het menu.

De spulletjes brengen we terug naar het hotel en dan doen we iets heel bijzonders. We pakken een taxi! Ja we leren het nog wel! de taxi brengt ons naar een groot stadspark, waar het lekker rustig zou zijn. Bij binnenkomst moeten we betalen en we moeten extra betalen voor de camera, al is dit maar een klein dingetje. Echter blijken we niet in het park te zijn, maar een vaag stuk met allemaal restaurantjes. We hebben betaalt om bij restaurantjes uit te komen. Onder een grote boom aan het water gaan we even zitten op grote rotsblokken. 

 

We lopen terug naar het begin van het park, waar je naar de houten paden over het water kunt lopen. Hier staat niemand geld te innen en ik voel me een beetje opgelicht. De paden zijn vreselijk! Het voelt alsof ik in een level van Mario terecht ben gekomen. Het is schots en scheef en overal steken spijkers en splinters uit. Het doet me denken aan de botanische tuinen in Pyin Oo Lwin. Toch lopen we hier wel door, al gaat het niet van harte. 

 

In het water ligt een replica van het schip van een van een koning, het is net een gouden badeend, maar het is wel mooi gemaakt. In de verte zie je de Schwedagon pagode liggen en in het water liggen veel waterlelies. Halverwege het pad komen we een man tegen, die druk bezig is de kraaien eten te geven. 

Nadat we genoeg in het park gehangen hebben gaan we terug naar het hotel en maken ons klaar voor de laatste avond. Ik ben er best een beetje droevig om. We besluiten naar 19th street te gaan, die ook wel barbecue street genoemd wordt. Dit is niet voor niets. Eigenlijk alle tentjes die je hier ziet draaien om de grill. Een hoop stokjes en hapjes liggen op een kar, je pakt wat je wilt, gooit dit in een plastic mandje en krijgt het gebraden terug. Ideaal! 

 

Gijs wordt lastig gevallen door een bedelaarsvrouwtje. We hebben net een kindje wat centjes gegeven en ik zie dat ze dit naar de vrouw brengt, waarschijnlijk is dit haar moeder. Het kleine meisje wijst naar ons en vervolgens komt de vrouw met baby in haar armen naar ons tafeltje. We zijn net aan het bestellen bij de bediening en de vrouw staat achter Gijs. Ze blijft maar aan zijn schouder pulken en trekken aan zijn shirt. Hij geeft al een paar keer aan dat hij niet wil geven, maar zij geeft niet op. Uiteindelijk moet ik haar met een boze nee duidelijk maken dat ze geen centen meer krijgt. 

 

Je voelt je heel snel schuldig, want ze staat er niet voor de lol, maar we hebben al gegeven en echt niet weinig. Als je elke bedelaar geld moet gaan geven, dan zit je uiteindelijk zonder. Sowieso vind ik het vervelend als ze gewoon doorgaan met vragen en al helemaal als we net haar kind al gegeven hebben. 

 

Heel eerlijk gezegd, het eten wat we hebben uitgekozen is niet echt lekker. Het kippenvelletje op een spies is lekker, maar de worst smaakt echt niet oké en de ribbetjes zijn nog half rauw. Ik heb ook een groot bord zoetzure kip weg gewerkt en dit smaakte prima, dus honger zal ik niet hebben. Achter ons rijdt een wagentje langs dat vol ligt met sprinkhanen en andere insecten. Gijs wil het niet eens proberen...

0 Berichten

Terug naar Yangon

De laatste nacht is misschien wel de slechtste tot nu toe. Ik snotter niet meer alleen, maar hoest mezelf ook continu wakker en ben vreselijk verbrand. Ik voel me een beetje schuldig, omdat ik weet dat ik met mijn gekuch de halve toko wakker houdt. 

 

Ruim voor de wekker af gaat ben ik er al klaar mee, ik pak mijn tas in en ga maar weer een boekje lezen. Even later komt Gijs ook zijn nestje uit. Het voelt alsof de vakantie officieel ten einde is, al hebben we nog twee nachten te gaan. 

 

De touringbus zou ons om tien uur komen halen. We hebben al uitgecheckt en staan ongeduldig te wachten. Na een half uur ga ik toch maar even vragen of dit wel goed gaat. Het meisje achter de receptie heeft net de organisatie gebeld en ze hebben inderdaad een flinke vertraging, verteld ze lachend. Ik ben opgelucht, ik was al bang dat we ergens anders hadden moeten opstappen. 

 

Anderhalf uur te laat verschijnt de grote luxe bus dan toch! Snel gooien we onze spullen in het bagageruim en gaan op weg. De heenweg heb ik liggen slapen en heb ik niets gemerkt van de slechte wegen, maar nu wordt ik er gewoon misselijk van! Ik ben niet snel wagenziek, maar nu dacht ik een paar keer dat ik over mijn nek zou gaan. 

 

Na een klein uurtje stoppen we al voor de lunch, ik ben bang dat ik niet kan eten. Gijs dringt er toch op aan en ik haal een zakje naturel chips. Wanneer ik begin te eten voel ik me direct al beter, gelukkig! Het volgende deel van de rit is dan ook een stuk beter te doen. De uitzichten zijn wel weer fantastisch! 

 

Een uur of acht later komen we aan in Yangon, we worden weer gedropt op een busstation. Ik vind dit toch wel vreemd, want ze geven telkens aan dat we bij het hotel afgezet zullen worden. We gaan niet te lang staan treuzelen maar stappen zelf op een taxichauffeur af en deze brengt ons voor een paar euro naar het laatste hotel. 

 

Het roze gebouw valt direct op en we lopen een enge, krakkemikkige trap op naar de receptie. Het inchecken gaat snel en de man achter de balie laat ons op een kaart allerlei plekken zien. Deze kaart is een stuk duidelijker dan de kaart die we de eerste keer in Yangon gebruikte. De kamer is simpel, maar netjes en ik denk dat ik heerlijk ga slapen in dit zachte bed, na de nachten op de plank. 

 

We gaan pinnen en het is zo fijn dat er weer geld uit het apparaat gespuugd wordt. Niet ver van het hotel gaan we een hapje eten. Een Amerikaans meisje besluit een praatje te maken, ik krijg al gelijk kippenvel van het accent. Ze schept enorm op over haar reizen door Azië en ik heb het al snel gehad, maar gelukkig komt er een meisje met een puppy op het terras zitten. Die is een stuk interessanter dan wij zijn (begrijp ik wel). Het baasje van het hondje wil niet dat ze het diertje gaat aaien, het is moe en heeft het duidelijk warm. Als zij even naar het toilet is, duikt de Amerikaanse toch bovenop het hondje. De vrouw is hier niet van gediend en gaat een andere tent opzoeken. Bah, stomme Amerikanen. 

 

0 Berichten

Zoektocht

Deze ochtend hebben we een missie. Nadat mijn armen weer doorbloed zijn, die hebben volgens geen bloed gehad door het harde bed, gaan we op pad. Op zoek naar een pinautomaat, onze portemonnee is zo goed als leeg. 

 

In het dorp zouden er sowieso drie moeten zijn, de eerste heb ik al gezien bij het resort Emerald Sea. Over het strand gaan we die richting op. Onderweg komen we een rode krab tegen, net Sebastiaan van de Kleine Zeemeermin! Of meneer Krabs van Spongebob. 

 

Als we bij het resort aankomen zit er een groot slot op de deur van de pinautomaat. Als we vragen waarom dit is krijgen we als antwoord "ATM only works on sunday". Hmmm best vervelend. Als we vragen waar we dan wel kunnen pinnen krijgen we geen duidelijk antwoord. Ik ga snel even gebruik maken van de wifi en probeer antwoord te krijgen van Google. Die heeft er niet echt zin in, maar uiteindelijk krijg ik de namen van nog twee resorts met een pinautomaat. 

 

We lopen langs de autoweg, erg saai en ontzettend heet. Ik denk dat ik nog nooit zo erg gezweet heb, het is niet normaal, ik loop echt gewoon leeg! Bij elk resort dat we tegen komen, vraag ik of er een ATM is, maar overal is het antwoord nee en wordt er een naam van een resort verderop genoemd.

 

Ik wordt intens chagrijnig als we onze laatste optie in zicht zien komen, de haven. Het ziet er veel belovend uit, maar als we voor het hokje staan hangt er een briefje "out of order". Ik ben even niet aanspreekbaar, hoe krijgen ze het voor elkaar. We hebben zeker vier automaten gezien en deze zijn gesloten of werken niet. We mogen bij een resort met creditcard bij de receptie pinnen, maar pas om drie uur 's middags... Het wordt me niet duidelijk waarom. De enige optie die we hebben is een taxi nemen naar een stad anderhalf uur verderop. Ik had eigenlijk wel iets anders in gedachte voor onze laatste dag in Ngwe Saung. 

 

We hebben een idee, we gaan naar het resort waar we gisteren ook geweest zijn en waar we gebruik mochten maken van de strandhutjes. Hopelijk kunnen we daar met creditcard betalen. Het is best een eind lopen over het strand, maar we komen prachtige dingen tegen. Het zand is op een gegeven moment gestreept, echt gaaf! Verderop komen we een groepje rotsen tegen waar ze pagoda's op gemaakt hebben, ook super mooi! Gelukkig kan ik hier nog van genieten, ondanks mijn vreselijke humeur. 

 

Met pijnlijke voeten komen we aan bij Eskala Resort. We kunnen inderdaad met een creditcard betalen! Ik ben zo blij! We gaan zitten en bestellen meerdere drankjes tegelijk, ik heb zo een dorst... Blijkbaar ben ik ook vreselijk verbrand, terwijl ik me toch echt heb ingesmeerd. Dat ook nog... 

 

We zijn er helemaal klaar mee en genieten de rest van de middag op het terras bij het resort, prima vertoeven hier. Ik ben best jaloers op de mensen die echt op het resort verblijven, het is er echt fijn. 

We vinden het welletjes geweest en willen gaan afrekenen. Je raadt het nooit! Of waarschijnlijk wel! De pinautomaat doet het niet. Het meisje achter de balie wil ons de schuld geven, maar de hele vakantie lang heeft het kaartje overal zijn werk gedaan. Dit ligt echt niet aan ons!

 

De manager komt erbij en constateert inderdaad dat de automaat storing heeft. We zitten ondertussen al een kwartier bij de receptie en ik voel me haast een crimineel! We proberen van alles, maar niets werkt. Zelfs onze gewone pinpassen gaan door het apparaat, maar dit heeft eigenlijk al geen kans. Als we afspreken morgen terug te komen, begint ineens het apparaat herrie te maken en print een bon uit.... we hebben betaalt... Ik kan wel juichen! Nu maar hopen dat het maar één keer is afgeschreven en de honderd pogingen die we gedaan hebben.

 

Nou snel wegwezen hier! Morgen moeten we vroeg op en we duiken snel onze uhm...  plank op. 

0 Berichten

Strandsessie

Wat een klote bed, oh nee, wat een klote plank die denkt dat hij een bed is. Alles doet zeer en de verkoudheid is niet bepaalt minder geworden. 

 

Buiten de kamer wordt het ontbijt neergezet, dit is wel heel relaxt. Een beetje rijst, banaantjes en een aardappel met uit koek, nomnomnom. 

 

Nu bikini aan en op naar het strand, daarvoor zijn we per slot van rekening hier heen gekomen. We vragen bij een resort of we gebruik mogen maken van hun hutjes op het strand, deze staan bijna allemaal nog leeg. Aangezien Gijs aan zijn "second breakfast" zit, maakt dit niet uit, ze vinden het prima. 

 

Het water is heerlijk en we dobberen even in het water. Pas op het moment dat ik op de strandstoelen ga liggen en mijn boekje erbij pak, verveelt Gijs zich binnen drie seconden. Heel eigenwijs heeft hij zelf niets te lezen meegenomen. 

 

We besluiten maar bij een strandtent even verderop te gaan zitten, dan kan hij in ieder geval biertjes drinken. Verder doen we niet veel, behalve hangen op het strand. Die avond eet ik een vers visje bij Garden Breeze en verder hangen we een beetje bij de kamer. Saai dagje...

0 Berichten

Verkouden op het strand

Man oh man wat was het koud in het hangmatje op het terras bij Dream House
Ik lag als een cocon in twee dekens gewikkeld en heb zelfs mijn hoofd hier onder gehouden, zodat mijn adem de boel een beetje kon opwarmen. 

 

Om half zeven was ik klaar wakker en begonnen ook langzaam de mensen uit het guesthouse wakker te worden. Alsof er niets aan de hand was kwamen ze om ons heen zitten om te ontbijten. Wat ik wel een klein beetje flauw vond is dat wij niet even iets kleins kregen, ik had er best voor willen betalen. 

 

Natuurlijk is er om dit tijdstip nog niemand aan het uitchecken dus was er voor ons nog geen plekje in de herberg, eeeh guesthouse. 

De tassen laten we achter en we gaan een stukje lopen. Als snel ziet het er gezelliger uit en doet het me een beetje denken aan de Gili's van Indonesië. Het oogt ook redelijk toeristisch, terwijl ik er maar weinig rond zie lopen. We duiken een steegje in, we kunnen de zee al zien liggen. Eerst lopen we door een dorpje, wat een gek contrast is met de toeristische straat waar we net uit komen. De lokale bevolking is heel vrolijk en ze lachen allemaal naar ons. Eén man loopt met ons mee om te laten zien hoe we zo snel mogelijk bij de zee kunnen komen. 

 

Het is heel erg mooi, ik denk wel het mooiste strand dat ik ooit gezien heb. Het zand is super zacht en wit, ik had veel afval verwacht maar dit is echt minimaal. Al snel zien we een hoop leven, krabbetjes schieten in het rond, visjes in overvloed en ik zie zelfs een zeeslangetje die zichzelf begraaft in het zand. 

Bij een restaurant, Garden Breeze, gaan we even zitten. Ik bestel een fish and chips, hier heb ik echt zin in. Ondertussen wordt Gijs steeds witter en witter, op een gegeven moment is hij gewoon grijs. Het lijkt alsof hij flauw zal gaan vallen. De bediening komt ook maar eens vragen of het wel goed gaat. De zweetdruppels glimmen op zijn voorhoofd. Hij gaat naar het toilet en blijft heel lang weg. Wanneer ik wil gaan vragen of het nog goed gaat, is er net een obertje langs geweest. Hij voelt zich beter, verteld hij. 

 

Vijf minuten later verschijnt Gijs weer. En inderdaad, hij ziet er een stuk beter uit. Wat het nou was, we hebben geen idee, maar in ieder geval is het weer voorbij!

 

We gaan terug naar Dream House, om te kijken of de kamer al klaar is. We moeten nog heel even wachten en gaan weer op het terras zitten waar we de nacht ook hebben doorgebracht. Twee meisjes zijn druk bezig met het wrijven van een stuk hout op een steen. Hiermee maken ze gelig poeder, wat ze mengen met water en op hun gezicht en armen smeren. Het is hetzelfde spul als de Birmezen gebruiken om de rondjes op hun wangen mee te maken. 

 

Wanneer we de kamer in mogen, ben ik wel een klein beetje in shock. Ik wist van te voren dat het niet heel luxe zou zijn, dit is het goedkoopste verblijf van de hele vakantie, maar zo erg had ik niet verwacht. Er is geen matras, we slapen op een houten mat, dit is officieel de concurrent van het bed in Hostel Blues in Bratislava! De muren bestaan puur uit geweven riet of bamboe, elk zuchtje of steuntje van de buren klinkt alsof het in jouw kamer uitgekraamd wordt. Hier  moet ik even aan wennen... 

Na de rare nacht die we gehad hebben, besluiten we toch even te gaan liggen. Van slapen komt bij mij niet echt wat terecht. Voor de zekerheid zet ik wel mijn wekker, maar ik heb uiteindelijk eigenlijk alleen maar liggen lezen. Na het dutje willen we eigenlijk gaan zwemmen en we hebben gehoord dat dit kan bij één van de resorts verderop. Natuurlijk besluiten we weer eens te gaan lopen...

 

Het is zoals gewoonlijk weer een heel stuk verder dan we van te voren inschatten. We slenteren langs de saaie weg en uiteindelijk stelt het zwembad ook nog eens niets voor! We gaan wel een hapje eten en dit is gelukkig wel goed. We hebben het gezellig, alleen breekt bij mij spontaan een verkoudheid door. Ik snotter en mijn neus loopt als een malle! De propjes tissue die ik er in stop worden er door het snot gewoon uit geduwd. Hoe krijg ik het voor elkaar, zit ik aan het strand, tussen de palmbomen en kijk uit op een zwembad, en dan nog strontverkouden!

 

Bij het restaurant mogen we wat biertjes kopen om mee te nemen. De zon zakt langzaam en we willen graag de zonsondergang vanaf het strand bekijken. We lopen een eindje en komen bij een fijn plekje uit. Hier zit zelfs een openbaar toilet en dan nog eens de schoonste wc die ik in heel Myanmar heb gezien. 

 

De zonsondergang is prachtig, de kleuren zijn fantastisch en we zien ook nog eens een man voorbij komen op een zebra-paard. Volgens mij is het ook echt een paard, waarop strepen geschilderd zijn, maar het blijft een geweldig gezicht. 

Loerende lotus

Nadat we even terug zijn gegaan naar Dream House om ons om te kleden, gaan we op weg naar de Lotus Bar. Hiervan hebben we overal briefjes zien hangen en dit zijn we ook tegen gekomen op weg naar het resort. Het lijkt een toffe tent. 

 

Het is inderdaad een gave plek. Er is een vuurshow bezig en de jongen die hem opvoert heeft volgens Gijs behoorlijke skills. Hij wil hem meenemen om op feestjes te laten draaien. Hij maakt grapjes en draait de dingen rond mijn hoofd, hij doet het echt heel leuk. 

 

De eigenaar van de bar is ook een gezellige man, met een bizar zware stem en een goed Engels accent dat totaal niet bij hem past. Echter, wanneer ik na wat biertjes naar het toilet ga, hoor ik in het hokje naast me een kabaal. Ik kijk omhoog en er hangt een jongen over de muur. Gelijk maakt hij dat hij weg komt en nogal verbluft ga ik terug naar Gijs. Ik weet even niet wat ik er mee aan moet, maar ik voel me behoorlijk ongemakkelijk. Gijs besluit het toch aan te kaarten bij de eigenaar. Deze komt al snel met allerlei smoesjes. Eerst is het de loodgieter (wat die bijna bij het plafond doet is me een raadsel) en vervolgens is het een electricien (er was daar geen lamp in de buurt). Toch lopen er al snel wat mensen met zaklantaarns rond het hutje. 

 

Ik merk ook direct dat de eigenaar het niet zo tof vind wat er is gebeurt en ik zal dit ook niet op hem afschuiven, maar een wat nettere afhandeling was wel op zijn plaats geweest. Ik zit in ieder geval niet meer gerust in de bar, ik heb het idee dat iedereen naar me aan het kijken is, alsof ze me net hebben zien plassen, behoorlijk ongemakkelijk. Ook Gijs is behoorlijk uit zijn hum door het voorval. We blijven nog wel even zitten, maar toch is het niet meer zo leuk. 

 

De Lotus Bar zou ik 100% zeker aanraden, maar let wel op als je gaat plassen!

0 Berichten

Reizen, reizen en nog eens reizen

De hele nacht is er muziek en zang geweest in het klooster een straat verderop, weer een slechte nacht gehad. Ik wordt er (letterlijk en figuurlijk) een beetje moe van. We pakken onze tassen in en kletsen nog wat met Koko, die ons wat tips geeft voor onze volgende bestemming, Ngwe Saung. De taxi naar het vliegveld van Mandalay is al onderweg. 

 

Een klein mannetje met feloranje haar en baard komt aangereden. Hij spreekt niet meer woorden Engels dan "camera" en "nice view". Maar Koko regelt nog even dat we bij een paar mooie plekken onderweg zullen stoppen. 

 

Het mannetje rijdt met zijn hand op de toeter en af en toe wil ik deze er wel af rammen. Ik snap het gewoon niet, dat getoeter de HELE weg. We stoppen inderdaad bij een aantal viewpoint, zoals Koko heeft gevraagd. Hier kan ik maar weinig van het uitzicht genieten, omdat ik met de lokale bevolking op de foto moet. 

 

Wanneer ik denk dat we er zijn (airport road), duurt het nog ruim een half uur voordat we bij het vliegveld aankomen. Onderweg zie ik het meest zielige hondje van de hele vakantie. Het dier is verlamd aan zijn achterpoten en sleept zichzelf voort over de scherpe stenen, door de brandende zon, ik ben blij dat Gijs net even de andere kant op kijkt, maar zelfs maanden later moet ik nog aan dit beestje denken. 

Veel te vroeg zijn we op het vliegveld. Hier kletsen we wat met een meisje uit Zwitserland, dat op weg is naar het Noorden van Myanmar. Wij hebben gehoord dat je hier niet heen mag, maar zij zegt dat haar vriendin daar al een paar weken geleden is aangekomen. Heel jammer! Dit had ik ook wel willen zien. 

 

Een paar uur later gaan we inchecken. Er komt geen paspoort aan te pas... In de gate zien we het Zwitserse meisje weer, haar vlucht heeft vertraging, maar uiteindelijk mag ze nog met een andere vlucht mee. Ook onze vlucht heeft vertraging, maar gelukkig maar een half uur. Ik heb ergere verhalen gehoord. In de gate staat een lang, Birmees meisje die veel bekijks trekt. Gijs denkt dat ze van The Voice of Myanmar is. Geen idee of dat klopt, maar ze staat met de hele gate op de foto en is duidelijk een beetje geïrriteerd. 

 

Na drie kwartier landen we al op Yangon en het is even wachten op de bagage. De andere reizigers staan als een stel gieren op de koffers te wachten. Het slaat nergens op, je koffer komt vanzelf, dat duwen en trekken heeft echt geen nut. Op het vliegveld lopen we naar de tourist info punt, maar zij kunnen ons niet helpen aan bustickets naar Ngwe Saung. Ze wijzen ons naar een andere tourist info, maar hier krijgen we hetzelfde antwoord. Heel irritant, het hele infopunt slaat nergens op. 

 

Buiten vragen we het aan een taxi chauffeur. Die zegt dat er geen bussen meer gaan. Ik weet dat dit onzin is, want ik heb een paar uur naar de vertrektijden zitten staren toen ik een zitplaats probeerde te boeken. Een andere chauffeur komt ons helpen. Hij snapt niet wat de andere nou uit zijn nek zit te zwetsen en hij rijdt met ons naar een van de boekingskantoortjes in het centrum 

 

Het is enorm druk onderweg en we nemen een aantal keer een shortcut. De chauffeur stopt in een drukke straat en ik zie inderdaad een uithangbord van Golden Star Express, hier heb ik online proberen te boeken. De taxichauffeur gaat met ons mee naar binnen om er zeker van te zijn dat het goed gaat. En ja hoor, binnen no time hebben we tickets voor de rit die om tien uur vertrekt... 

 

We bedanken de taxichauffeur een keer of duizend en gaan op zoek naar wat te eten. Dit wil niet echt lukken, we lopen maar komen geen enkel eettentje tegen. Dan maar terug. Onderweg gaan we even zitten en drinken wat, maar hier ga ik echt niets eten, het ziet er zo smerig uit. Het is enorm benauwd in Yangon en ook vreselijk druk. Met onze grote tassen komen we bijna niet door alle voetgangers heen. We besluiten bij het kantoor van Golden Star Express te gaan zitten en halen wat te eten en drinken bij een supermarktje. 

 

Wanneer de ene na de andere  bus aankomt, wordt het allemaal wat verwarrend. Er wordt in het Birmees omgeroepen, maar niets in het Engels. Er zijn ook maar weinig toeristen die de bus nemen blijkbaar, maar volgens mij worden we wel gewaarschuwd als het zo ver is. En ja hoor, uiteindelijk worden we aangetikt. De bus staat voor ons klaar. In Yangon zelf stoppen we bij nog een aantal haltes, maar al snel gaan alle lichten uit en kan ik niet meer lezen. Dan maar proberen te slapen. 

 

Even wordt ik nog wakker om gebruik te maken van een toiletstop om een uur of twaalf, maar verder slaap ik eigenlijk best goed. Op die keer na dat de persoon achter me vol in mijn gezicht grijpt bij het opstaan. Waarom? 

 

Om drie uur worden we grof wakker geschud, we zijn op onze bestemming. Ik begrijp er niets van, tegen ons is gezegd dat we pas rond half zeven aan zouden komen! Nu staan we midden in de nacht al op de stoep. De eigenaar van de guesthouse is niet echt blij als we hem wakker maken. Hij geeft aan dat het helemaal vol zit, maar dat we wel op de hangmatten aan de achterkant van de guesthouse mogen slapen. Ik vind het prima!

0 Berichten

Tuktuk

Wat heb ik een rare nacht gehad. In eerste instantie werd ik wakker omdat ik dacht dat er een aardbeving was. Ik ben denk ik wel anderhalf uur wakker gebleven. Ik vermoedt dat het iets te maken heeft gehad met de malariatabletten. 

 

Het was mijn bedoeling om die ochtend bustickets vanaf Yangon naar Ngwe Saung (een dorp aan de zee) te boeken, maar twee uur later is dit nog niet gelukt. Ik krijg er gewoon buikpijn van. We vragen Koko om ons te helpen, maar hij zegt dat het niet nodig is. Als we in Yangon aankomen moeten we gewoon naar het busstation, er gaan zat bussen naar Ngwe Saung. 

 

Daarom is echt backpacken zonder iets van te voren te boeken niets voor mij. Ik kan het idee dat ik niet uitkom waar ik wil niet van me afzetten en raak er helemaal van door van slag. 

 

Koko regelt nog wel even dat een tuktuk ons komt halen. We willen vandaag de watervallen bekijken. Hij zorgt dat we ook nog langs een koffieplantage en het huis van de gouverneur gaan. Een kwartier later staat het brommertje met achterbak voor de deur. 

 

Het is winderig en hobbelig achterin, maar het is ook wel weer een belevenis. Gijs wordt keihard gelanceerd en knalt met zijn hoofd tegen het dak. 

Klagen en zeuren

Bij de waterval worden we afgezet. Er wordt een kant opgewezen, naar een zandpad vol vervelende keien, en zoek het maar uit. Zo moeilijk kan het dus niet zijn. Als we de hoek om gaan blijkt het toch best steil te zijn. Ik weet nu al dat de terugweg een hoop gemekker en gezeur van mijn kant gaat opleveren. 

 

Niet veel later komen we bij een klein watervalletje. We weten niet helemaal zeker of dit nou is waar we voor gekomen zijn, maar gaan sowieso even kijken. Er komt een oud mannetje aangelopen. "This is small waterfall, I will take you to big one" roept hij naar ons. We volgen hem, we moeten wel want er is maar één pad. Ik ben altijd bang dat we ineens ergens voor moeten gaan betalen, maar opnieuw is het mannetje gewoon blij om zijn omgeving te laten zien. Hij kletst een beetje met Gijs, terwijl ik inmiddels de gigantische spinnen heb gespot die zich in grote getallen hebben verschanst langs het pad. 

De oude man verteld dat hij een mooi uitzichtspunt weet, waarbij je vlakbij de waterval komt. Het is een smal pad, door de bosjes. Ik durf dit echt niet, maar ik voel me er heel schuldig over. De spinnen vind ik gewoon te eng. De man probeert het nog "No spiders here" maar naast hem is een buitengewoon griezelig exemplaar te zien. Ik zeg nog tegen Gijs dat hij moet gaan en ik wacht wel op hem, maar dit wil hij niet. Ik denk dat ik thuis maar eens een angst therapie ga volgen... 

 

Met een schuldgevoel ga ik verder naar beneden. De oude man is wel doorgelopen via het bospadje. Het duurt een eeuwigheid, maar langzaam dalen we toch. Onderweg komen we een aantal vrouwtjes tegen die een hangmat dragen, met daarin een toerist die zich naar boven laat tillen. Best een beetje raar... 

 

Het wordt langzaam glibberiger, wat betekent dat we in de buurt komen. Allereerst komen we bij een groot standbeeld, waar mensen aan het bidden zijn. Gijs blijkt dit gewoon helemaal niet gezien te hebben... Even verderop is de waterval. Deze is ontzettend gaaf, vooral door de gouden pagode die er voor ligt. Hier strooi ik een beetje as uit, een mooiere plek had ik niet kunnen bedenken. 

 

We genieten van de waterval en lachen om de mensen die zich het water in wagen. Er is zelfs een restaurantje, maar ik denk niet dat je hier echt goed kunt eten, alles wordt zeiknat!

Met flinke tegenzin gaan we weer naar boven. Als ik bekijk dat de weg naar beneden al zo vervelend was, dan ga ik kapot op weg naar boven. Ik heb ook nog niet ontbeten... Dit was niet heel erg slim. Een paar stops en een halve black out later komen we toch boven aan. Het ging eigenlijk sneller dan ik had verwacht, maar toch kon het niet zonder een eindeloze stroom aan gejammer en geklaag. 

 

Bij een winkeltje boven op de berg halen we een cola, ik drink dit eigenlijk nooit, maar de suiker zal me goed doen. We stappen de tuktuk weer in en rijden we naar de koffieplantage. Ik hoopte op een rondleiding en iets om te proeven, maar het is puur een stop bij de plantage en de bestuurder van de tuktuk laat ons even de bonen zien. 

 

Ook het huis van de gouverneur vind ik niet heel erg boeiend. Het is een mooi bouwwerk en leuk om te zien dat het een combinatie is van Birmese bouwstijl en het koloniale. 

We worden weer afgezet bij Royal Flower Guesthouse, maar ik wil het centrum niet meer in. Gisteren werden we flink lastig gevallen door een stel zwerfkinderen en ook sloeg een voorbijganger mij op mijn arm, zonder aanleiding. We vragen twee fietsen aan Koko en gaan nog een avond naar Woodland. Dit is lekker afgelegen een fijne afsluiter van onze dagen in Pyin Oo Lwin. Morgen reizen we weer door. 

0 Berichten

Takins, toekans en tuinen

We worden pas laat wakker, maar ik heb goed geslapen. We worden rustig wakker op het dakterras, met een ijskoffie, heerlijk! 

 

Bij Koko lenen we twee fietsen en gaan op weg naar de botanische tuinen, waar Pyin om bekend staat. Het fietsen gaat hier gemakkelijk, het is rustig en de wegen zijn goed. Bij de entree betalen we ongeveer €5 om naar binnen te mogen. Bij de ingang staat al gelijk een bord met verboden betelnut te kauwen. Heerlijk!

 

Bij een cafétje besluiten we gelijk even te gaan zitten, we hebben nog niet ontbeten. Ik bestudeer de kaart die we hebben gekregen. Een beetje bejaard misschien, maar ik heb echt zin om de tuinen te gaan verkennen. Het is heerlijk rustig. 

Fossielen

Door de tuinen lopen we naar de eerste attractie, een fossielen museum. Ik heb een obsessie voor de prehistorie, dus ik ben erg benieuwd. Ik moet zeggen dat het erg leuk gedaan is, er liggen interessante stukken, maar het glas is soms zo smerig van alle vingerafdrukken, dat je bijna niet kunt zien wat er achter ligt. Bij de ingang ligt een versteend stuk hout, dat je aan moet raken voor geluk. Naast het fossielen museumpje ligt een hutje met allemaal versteend hout. Ze laten hier ook zien hoe het gepolijst wordt. 

Moeras

Het begin van het park is nog vrij schoon, maar als we de swamp walkway op gaan komen we toch best veel troep tegen. Het is een moeras landschap met houten bruggen die daar doorheen lopen. Het is heel leuk gedaan, maar zonde dat alles overal maar wordt neergegooid. Het is gek, want er zijn zat lege vuilnisbakken te vinden. Misschien denken ze hier dat plastic aan de bomen groeit...

Rare dieren

Na het moeras komen we uit bij een bamboe bos. Hier is ook een omheining te vinden met daarin dieren waar ik nog nooit van heb gehoord, de Takins. Ze lijken op een kruising tussen een os en een eland, maar volgens Wikipedia is het een soort gnoe/geit uit Tibet (en zoals iedereen weet, Wikipedia liegt nooit!). 

Even verderop ligt een andere houten walkway, die redelijk de hoogte in schijnt te gaan. Echter hou ik het na een meter of twintig voor gezien. Het is een gammel ding en er steken overal spijkers uit, ontbreken planken en alles zit los. Ik ga lekker dezelfde weg terug. 

 

We halen een biertje bij een winkeltje, waar we tien minuten over doen om duidelijk te maken wat we nou precies willen. Even verderop gaan we zitten en bestuderen de mensen die hier rond lopen. Het lijkt alsof de helft uit nonnen en monniken bestaat die een dagje uit zijn. 

We gaan de aviary in, hier zijn Gijs zijn geliefde toekans (die volgens hem kaketoekans heten) te vinden. Ik vind de dieren met gigantische snavels maar griezelig. Volgens mij tikken ze zo een gat in je schedel! Bij de ingang zijn de dieren nog wat sneu. Ze zitten in veel te kleine hokken. Maar in het grotere open deel zit er eentje rustig op een paal en wordt door de bezoekers honderden keren op de foto gezet. Er lopen nog een paar grauwe pauwen rond, maar veel andere dieren kan ik niet ontdekken. 

 

De volgende stop is een vlindermuseum, waar je geen foto's mag maken. Dat is wel jammer want er zijn prachtige exemplaren te vinden. Ook zijn er vreemde kevers en andere insecten te zien, keurig vastgepind achter glas. 

Een korte stop bij de orchideeën kwekerij, er zijn echt mooie bloemen te zien! Maar verder is het niet heel veel bijzonders. We lopen door naar de uitkijk toren en hopen op een mooi uitzicht over de omgeving van Pyin. Met de lift schieten we omhoog in de roze toren. Bovenin staat een aantal jongeren keihard te schreeuwen en te zingen. Je hoort ze door het hele park. We maken snel een paar foto's en gaan weer naar beneden. We hebben het park inmiddels wel aardig verkent en gaan terug naar de uitgang. 

 

Bij een restaurant, Lake View, gaan we even zitten. Het bestellen is weer een groot probleem. Na de eerste ronde komt er niemand meer en is er nergens meer iemand te bekennen. Heel vreemd (en hinderlijk). Het eten vind ik ook eigenlijk niet lekker. Een droge burger met heel veel ui. Toch zonde, want op Tripadvisor krijgen ze een hoge score... 

 

Die avond gaan we naar een restaurant, waarvan ik de naam niet kan ontdekken. We hebben net een burger achter onze kiezen en willen eigenlijk alleen wat eten. Toch krijgen we een soepje, met veel koriander er in. Ik doe heel erg mijn best om het weg te werken, maar ik krijg net de helft op, ik zit nog zo vol. Gijs krijgt zelfs nog een refill, die hij eigenlijk niet wil. Wel super aardig, terwijl ze weten dat we geen diner gaan nemen. 

 

Ondertussen roven zwerfkinderen de halve tent leeg. Ze sneaken onder de balie door aan de voorkant van het restaurant en pakken wat ze pakken kunnen. Van een afstandje is het best grappig. De meisjes van de bediening jagen ze steeds de tent uit, maar vijf minuten later staan ze weer binnen. Ook de gasten die aan de rand van het terras zitten worden lastig gevallen. Ze vragen constant om een centje (volgens mij halen ze ook heel wat binnen). Ik raad in Pyin zeker aan om zo ver mogelijk naar achteren te gaan zitten, want langs de weg krijg je geen rust. 

0 Berichten

Koloniaal dorpje

Weg uit Mandalay, ik heb er geen probleem mee. Alleen het feit dat de vakantie zo snel gaat en dat we nog maar twee plekken zullen gaan bezoeken vind ik toch wel een vervelend idee. 

 

Met een shared taxi zullen we naar de volgende bestemming gaan. We worden bij hotel A1 opgepikt (nadat ik ben onder gescheten door één van de duizend duiven, dit zegt al genoeg, Mandalay is niets voor mij). We rijden Mandalay door op weg naar de volgende meerijders. Op een gegeven moment is de chauffeur volgens mij een beetje verdwaalt en het duurt allemaal lang. 

 

Uiteindelijk is de taxi vol en gaan we op weg, net even wat meer naar het noorden. We hadden dit eigenlijk met de trein willen doen, het schijnt een fantastische rit te zijn, maar ik heb deze vakantie mijn planning en route niet helemaal op orde. De trein vertrekt om 4 uur in de ochtend. Achteraf denk ik dat we dit gewoon hadden moeten doen, maar op het moment daar hebben we toch besloten er van af te zien.

Royal Flower

Deze rit gaat op de één of andere manier heel snel, voor we het weten rijden we Pyin Oo Lwin (of Maymo) binnen. Het is er koeler en heel groen. Het ziet er rustig en netjes uit, het lijkt er een stuk gezelliger. Al snel worden we voor Royal Flower Guesthouse afgezet. Dit ziet er precies zo uit als op de foto. Een donker roze, koloniaal huis met een fijne uitstraling. 

 

We worden ook gelijk hartelijk welkom geheten door een man die super goed Engels spreekt. Hij stelt zich voor als Koko en is enorm behulpzaam. Allereerst moeten we wat registratieformulieren invullen. Eigenlijk hoor je die bij elke stop in te vullen voor de overheid, maar in de meeste verblijven doen ze dit zelf vluchtig. Ik snapte de kruisverhoren bij de andere verblijven ook al niet. Elke keer vroegen ze streng, "where do you come from, where are you going". 

De kamer is fijn, dit is het beste bed tot nu toe! Er hangt een fijne tv, want s'avonds is er niet heel erg veel te doen in dit dorp. Van Gijs mag ik Harry Potter niet afkijken... Er is een groot dakterras, waar je de zonsondergang (en opkomst voor de vroege vogels) kunt bekijken. 

 

Het is nog redelijk vroeg en we gaan een rondje door het centrum lopen en willen lunchen. We komen terecht bij een burgertent. Een hoop bedelaars komen binnen lopen en een centje vragen. Op een gegeven moment wordt dit behoorlijk vervelend. Ook wanneer we verder het dorp inlopen komen ze achter ons aan. Een jochie blijft maar bij me lopen, maar we hebben net zijn moeder en zusje al gegeven. Sneu, maar ik kan niet blijven geven. 

 

Een grote klokkentoren doemt op en past totaal niet in het plaatje van Myanmar, het is een overblijfsel uit de Britse kolonisatie. Het is wel leuk om te zien dat je midden in Azië dit soort bouwwerken tegen komt. We lopen verder en komen op de schoonste en meest logische markt tot nu toe terecht. 

Colonial Street

Even verderop ligt Colonial Street, een straat met huizen uit de koloniale tijd. Ik moet zeggen dat ik er niet heel veel aan vind, ik moet heel erg aan Baarn denken waar mijn opa en oma wonen. Maar het is een lekker rondje lopen en het is er heerlijk rustig. Dit is heel fijn. 

 

Vlak bij de guesthouse is een supermarkt. We slaan wat rommeltjes in en ik koop een paar pleisters. Hier koop je die niet per doosje, maar per stuk. Mijn hiel is helemaal kapot van het lopen in Mandalay, waar ik het goede idee had om mijn Allstars aan te trekken (tot bloedens toe). 

Op het dakterras van Royal Flower Guesthouse en kijken hoe de zon onder gaat. Je merkt wel dat het hier een stuk kouder is 's avonds. We lopen door het donker, langs een drukke weg naar een restaurant, Woodland, aan de circular road. 

 

Het is een fijne tent, met live muziek en lekker eten. Ik moet zeggen dat ik geen fan ben van de bediening. Je moet erg veel moeite doen om weer iets te kunnen bestellen, maar ik zou het zeker aanraden. Misschien moeten we niet zo achteraf gaan zitten, maar midden op het terras...

0 Berichten

Sam de monnik

Gijs voelt zich nog steeds niet lekker, heel vervelend. Pas rond twaalf uur gaan we op pad. Mandalay is niet echt onze stad, maar we proberen er nog het beste van de maken op onze laatste dag. Als eerste willen we ontbijten en gaan naar Bistro 82, wat goede scores heeft op Tripadvisor. Wat is dat duur, niet normaal! Duurder dan het eten in Nederland. Bekijk het maak. We drinken wat en maken dat we wegkomen. 

 

Vandaag willen we naar Mandalay Hill en onderweg komen we BBB tegen, dit zijn betere prijzen en ik heb ook over deze tent gelezen op internet. Het eten is hier ook echt goed!

 

We zijn echt heel irritant, zelfs na de ervaring van de dag ervoor, gaan we nu nog steeds lopen. Uiteindelijk komen we uit bij het grootste boek ter wereld. 

Stenen lezen

Het grootste boek ter wereld vind ik een beetje tegen vallen. Er staan een hoop pagode achtige huisjes, met daarin grote blokken steen met daarop het verhaal van Buddha. Het maakt het wat minder indrukwekkend omdat je er niet in de buurt kunt komen, maar misschien ligt dit aan mijn humeur. 

 

We besluiten de pagode op Mandalay Hill te bezoeken en vragen een taxichauffeur. Ik heb niet eens zin om hierin te onderhandelen en voor een redelijke prijs brengt hij ons naar boven. Als ik merk hoe lang het duurt om naar boven te komen ben ik wel blij dat ik niet eigenwijs ben gaan lopen! 

De taxichauffeur zet ons af bij een gebouw met allemaal lange roltrappen. We zijn duidelijk niet de enige die besloten hebben naar de pagode te gaan. Onze schoenen gaan uit en de tas in, het zichtbaar bij je dragen is al niet respectvol. We komen uit bij een chagrijnig mannetje (die past bij mijn humeur) en betalen entree geld. Hij zegt tegen me dat ik geen foto's mag maken, maar de hele pagode is vol mensen met lensen van 3 meter lang, ik denk dat ik hem verkeerd heb verstaan.

 

Ik loop een beetje rond als ik ineens Gijs kwijt ben. Die is aangeklampt door een monnik, de jonge Sam. die wil graag zijn Engelse taal oefenen en heeft Gijs uitgekozen als project. Hij spreekt het al aardig, maar zelf wil hij graag nog een echt Engels accent aanleren. De bezoekers van de pagode vinden Gijs en Sam blijkbaar een heel interessant stel en zetten ze continu op de foto. Ik wordt hier heel ongemakkelijk van en sluip voorzichtig weg en loop een beetje rond. 

 

De zon gaat langzaam onder, maar de andere toeristen staan te dringen om het beste plekje te veroveren. Dit gaat me een beetje te ver, de zon gaat elke dag weer onder, daar hoef ik mensen niet voor te porren met mijn ellebogen. De pagode zelf is echt wel heel mooi, met veel spiegeltjes en edelstenen. Ik ga op een eindje afstand weer bij Gijs en Sam staan. Sam verteld dat hij niet uit Myanmar komt, maar uit een regio in China en dat hij inmiddels wel goed Birmees spreekt, maar dat het wel echt een lastige taal is. Zijn volgende doel is dus het leren van Engels, zodat hij op een dag leraar kan worden in deze taal. Heel schattig. 

 

De zon is inmiddels onder en de rest van de bezoekers zijn al weg. We nemen afscheid van monnik Sam (en ik van de kat die ik natuurlijk weer ontdekt heb) en gaan weer op weg naar beneden. Dit is echt een doolhof in het donker. Ik strooi nog wel even wat as van mijn moeder uit op Mandalay Hill. Ik wilde dit eigenlijk niet, omdat ik Mandalay niet echt kon waarderen, maar dit is toch wel een ontzettend tof plekje. 

We lopen een heel stuk naar beneden. Ik rol nog een stukje omdat ik keihard onderuit ga. Gelukkig kan ik hier wel om lachen. Aan de voet van de heuvel besluiten we een taxi te nemen naar MinglaBar, een restaurant met typisch Myannarinese gerechten. We worden hartelijk welkom geheten en al snel staat onze tafel vol met allerlei gerechten, het één wat smakelijker dan de ander. Het is in ieder geval erg veel! Halverwege het eten valt de stroom uit, maar binnen een minuut staat de generator al weer te loeien. 

 

Deze avond maken we het niet laat, het is de laatste avond in Myanmar en de volgende dag vertrekken we weer. Op naar Pyin Oo Lwin!

0 Berichten

Chagrijnig

We zijn vrij vroeg wakker, maar Gijs voelt zich niet goed en blijft nog even liggen. We zijn net op tijd voor het ontbijt, dat ook op de vijfde etage van het hotel als een buffet wordt geserveerd. Goed geregeld! 

 

Ondanks dat we gisteren al weer veel gelopen hebben, besluiten we vandaag opnieuw de benenwagen te nemen. We willen naar het keizerlijk paleis lopen, dat ongeveer net zo ver weg zou zijn als Ginki. 

 

Onderweg stoppen weer alle vervelende taxichauffeurs, maar we blijven nee tegen ze zeggen. Laat ons toch eens met rust! We zijn al snel bij het paleis, het lijkt wel een stuk sneller te gaan als gisteren. 

Het Paleis

Het paleis en het meer en er om heen zijn gigantisch, het lijkt alsof we er zijn, maar we moeten nog kilometers lopen. Gelukkig kunnen we een beetje verscholen lopen zodat we niet de hele tijd worden aangesproken. Wanneer we bij de eerste toegangsbrug komen blijkt deze te zijn gesloten. We worden naar de volgende gewezen. Zucht, moeten we weer een pokken eind lopen. Na minimaal een uur komen we bij de volgende brug. Je raadt het nooit, maar ook deze is afgesloten... Irritant. 

 

We sjokken weer verder en onderweg komen we van alles tegen. Vrouwtjes die wachten bij de bushalte tot er een bus voorbij komt en dan door het raam van alles aan het verkopen zijn. Een rat en een eekhoorn die samen genieten van een restje rijst en we zien een hele hoop nonnetjes. Het duurt even voor ik door heb dat de in het roze gehulde kinderen geen jongetjes zijn, maar meisjes. De nonnen worden hier net als de monniken gewoon kaalgeschoren...

Ondertussen begint de moed mij een beetje in mijn slippers te zakken, het is echt heel ver lopen. En toch blijven we stug doorlopen. Uiteindelijk komen we dan ook terecht bij de enige ingang (van de vier) die open is. Er staan een hoop militairen, die hun geweren al klaar hebben. Dit voelt wel een beetje ongemakkelijk. We melden ons bij een huisje, waar we geregistreerd worden en zelfs één van onze paspoorten moeten afgeven. Ik vind dit niet echt een fijn idee, maar het zal wel goed zijn. Voor de ingang hangt een bord met wat je allemaal niet mag doen. Je mag alleen het pad naar het paleis volgen, geen foto's maken en ga zo maar door. 

 

De weg binnen de muren van het paleis is opnieuw weer ellenlang, hopeloos. Er  komt een man bij ons lopen die in het Birmees begint te kletsen. We maken hem duidelijk dat we geen idee hebben waar hij het over heeft, maar hij blijft maar doorgaan. In het begin is dit grappig, maar na tien minuten begint het een beetje irritant te worden. Hij volgt ons naar het paleis en gaat mee naar binnen. Daar weten we hem af te schudden. 

 

Het paleis vind ik echt niet de moeite waard. De replica die in Bagan te zien is, was veel mooier. We lopen een kort rondje, maar besluiten al snel weer weg te gaan. We lopen sneaky weg, zodat de rare man ons niet ziet vertrekken en opnieuw zal meelopen. Dit lukt en de terugweg is een stuk rustiger. We spreken wel af dat we niet meer ons paspoort zullen afgeven, dan gaan we maar niet naar binnen. Ik wordt er heel onrustig van. 

Ginki

Ik ben een vreselijk persoon, maar ik heb er echt de balen van, ik ben zo chagrijnig door dat stomme paleis. Ik ben moe en mijn voeten doen pijn. We besluiten naar Ginki te gaan, dat is hier niet ver vandaan. 

 

We eten hier lunch en avondeten. Ik zit eigenlijk de hele tijd te schrijven, ik moet mijn reisdagboekje nog bijwerken vanaf Nyaung Shwe. De mensen zijn hier zo lief om zelfs een lampje te komen brengen, echt super tof! Ook Dotje is er weer en komt volop aandacht vragen. 

0 Berichten

Pickup

Het is tijd om te vertrekken uit Bagan. Ik denk dat dit één van de meest bijzondere plekken is waar ik ooit geweest ben en ik zou hier nog wel een paar weken rond willen hangen en elke tempel uit willen kammen, maar helaas, onze tijd zit er alweer op. 

 

Bij de receptie van Shwe Nadi wachten we op onze pickup. Ik dacht dat ik ondertussen wel geleerd had dat een pickup gewoon oppikken is en geen echte pickup truck. Deze keer zit ik er naast. Een wit wagentje stopt voor onze guesthouse en we moeten in de achterbak plaatsnemen. Het zit al aardig vol en aan de achterkant zit geen hekje of iets om je tegen te houden. Ik vind dit niet zo prettig, maar gelukkig stoppen we bij nog een laatste hotel om andere op te pikken die nu fijn achteraan mogen zitten. 

 

Het is behoorlijk proppen, maar al snel zit iedereen. De mannen die erbij zijn gekomen vinden het duidelijk ook niet heel tof en zitten verstijfd als we veel te hard over de snelweg crossen. We worden naar een busstation gereden waar een grote bus voor ons klaar staat. 

 

Iets later dan verwacht vertrekken we. Het uitzicht is deze rit niet heel indrukwekkend. Af en toe rijdt de bus wat langzamer en gaat één van de bijrijders uit de open deuren hangen en geeft wat geld af bij een tolhuisje. Best komisch. 

Gedumpt in Mandalay

Wanneer we aankomen in Mandalay gaat alles ineens heel raar. We worden afgezet op het busstation, onze tassen worden uit de bus gegooid. Het is bloedheet en ik heb geen idee waar we heen moeten. We hebben betaalt voor een rit tot aan het hotel en ik begrijp even niet wat er allemaal verwacht wordt. Even verderop staat een pickup auto, dezelfde als in Bagan, maar die zit stampvol. Ik ga echt niet achterin zitten en half uit de wagen hangen. Ondertussen staat er een horde taxichauffeurs om ons heen. We kijken om ons heen, maar zien geen andere auto staan, andere toeristen die bij ons in de bus zaten nemen ook een taxi. Ik ben hier al snel klaar mee en we vragen hoeveel het is om ons naar het hotel te brengen. Ik vind het prima en we gaan met hem mee. 

 

Ik ben gelijk al blij als we de hitte van het busstation verlaten en in de auto stappen. Nog geen tien minuten later staat we voor Hotel A1, de chauffeur vertelt ons al dat het een goed hotel is. Dat is fijn om te horen. Het ziet er ook goed uit. We lopen de receptie binnen, dit is wel erg netjes, vooral aangezien wij nog onder het zand zitten van Bagan en het busstation. We krijgen een welkomstdrankje, top! Dan laat één van de baliemedewerkers ons de kamer zien. Dit is netjes en ik denk dat ik hier prima ga slapen. 

Blokje om

We gaan een blokje om, ik ben bang om te verdwalen, dus we houden goed in de gaten waar we zijn. Ik moet zeggen dat ik Mandalay een behoorlijke domper vind vergeleken alle andere plekken waar we tot nu toe geweest zijn. In Yangon had je tenminste nog een beetje sfeer, maar hier vind ik er echt niets aan. Er wordt constant naar je geroepen of je een taxi wilt, bloedirritant. Wanneer we een blokje om zijn geweest, besluiten we toch even terug te gaan naar het hotel en daar in het restaurant op de vijfde etage een sandwich te eten. 

 

Ondertussen kijk ik op internet naar restaurantjes in de buurt. Er is een Ginki, net als in Nyaung Shwe! We besloten er heen te gaan lopen. Op het moment dat Gijs en ik ergens heen besluiten te lopen, gaat het meestal mis. Op zich ging het deze keer goed. Alleen kwamen we bij de snelweg aan en stonden midden in een soort sloppenwijk. Er  hing geen nare sfeer, zoals we in Jakarta hebben ervaren, dus echt zorgen maakte ik me niet. We lopen door het station, waar ook een hoop mensen blijkbaar overnachten. Er hangen waslijntjes met kleding overal. 

 

Het blijkt natuurlijk weer een eind lopen niet normaal, maar uiteindelijk komen we inderdaad bij Ginki terecht en dat zonder te verdwalen! Ik ben trots op ons. Het is hier echt relaxt. Je voelt niet meer dat je in een grote stad bent ennnnn hier zijn de eerste chille stoelen van de vakantie. Eindelijk lekker zitten. We bestellen een biertje en avondeten, het smaakt heel goed. Natuurlijk heb ik binnen vijf minuten weer een kat gevonden waar we niet meer vanaf komen. Het is echt een dotje en dat wordt dan ook haar naam.

 

Op de terugweg nemen we wel een taxi. We wilden eigenlijk nog blijven, maar toen we een biertje bestelde, hoorden ze dit weer als de rekening.., Dit blijft een dingetje. Als we bijna bij het hotel zijn, wordt onze taxi stop gezet door een stel militairen. De taxichauffeur lacht, dus ik probeer me geen zorgen te maken, maar ik wordt er best benauwd van. Met een zaklamp schijnen ze naar binnen en onder de stoelen. Ook de achterklep moet er aan geloven en wordt uitgeplozen. Geen idee waar dit over gaat, maar blijkbaar is alles in orde en we mogen weer doorrijden. 

 

We gaan nog even naar de nachtwinkel en maken het eigenlijk net even te laat...

 

0 Berichten

De hoogte in

Die ochtend gaan we op zoek naar cappuccino. Ik heb gelezen over een plek die Black Bamboo heet en waar ze de beste cappuccino van Bagan zouden hebben. De wonderen zijn de wereld nog niet uit, we vinden de plek gelijk. Natuurlijk hebben we niet echt geluk, want de tent is gesloten. Zucht. 

 

We scooteren verder en komen bij oud Bagan uit. Ik heb eerder een uithangbord gezien voor een restaurant dat er uit ziet alsof de koffie er goed is. Het ligt achter de poorten van het paleis, maar dit wil ik sowieso wel zien. We betalen de toegangsprijs en gaan het reusachtige houten bouwwerk bekijken. 

 

Struinend door de tuin kijk ik goed om me heen of ik het restaurant kan vinden, maar het is nergens te bekennen. Dan gaan we maar het paleis. Het is een replica van het paleis van de eerste koning van Bagan, koning Anawathu. Van een van de lokale bewoners hebben we gehoord dat zij het erg lelijk  vinden en dat het niet zou kloppen. Ik vraag me af waarom ze het dan zouden bouwen.

 

Het is best mooi gemaakt en ook wel interessant om te zien. Gelukkig is het er ook rustig, maar het is nog vroeg. Hoe langer we er rond lopen, hoe drukker het wordt. Ondertussen vind ik ook het restaurant wat ik zocht, maar ook deze is gesloten. Het is me gewoon niet gegund... 

 

 

Irawaddy

Ondertussen snak ik wel een beetje naar de cafeïne. We crossen door oud Bagan en besluiten bij de waterkant te gaan kijken. Daar zouden ze toch wel cafe'tjes hebben? Nou mooi niet, in ieder niet iets waar ze aan mijn eisen voldoen. Wat ben ik toch een verwend nest!

 

Bij de oever van de Irawaddy rivier staat wel een gave tempel. Het is een gigantisch gouden rotsblok, met daarop een klein torentje. Het schittert zo fel en de vloer is zo wit dat je bijna niet voor je uit kunt kijken. Met geknepen ogen lopen we rond en genieten van het uitzicht. 

Geheime gang

Onderweg naar nieuw Bagan komt er een vent naar ons toe op een scooter (de dag ervoor hebben we hem ook al gezien). Hij verteld dat er om de hoek een mooie tempel is die je kunt beklimmen. Gijs besluit hem te volgen en de man rijdt achter ons aan. Ik persoonlijk wordt daar altijd een beetje nerveus van, maar ik zet dit zoveel mogelijk van me af. 

 

Als we onze scooter parkeren komt hij naar ons toe lopen. Hij vraagt of hij ons zijn kunst mag laten zien, als we klaar zijn met het bekijken van de tempel. Natuurlijk, geen probleem. We gaan de tempel in en dit vind ik toch wel een bijzonder mooi exemplaar, ik ben nu al blij dat ik me heb laten overhalen. Het is net weer anders dan de andere tempeltjes. De schilderingen zijn goed te zien en bestaan vooral uit grijstinten. 

 

Ineens staat de kunstenaar achter ons en verteld het verhaal van één van de beelden. De geboorte van Buddha. De baby buddha is geboren uit de zij van zijn moeder, niet uit de buik. Maar de man had ons gezegd dat we de tempel konden beklimmen maar ik zie niet waar dit dan zou moeten. Hij wijst ons tien keer op een nis, maar dit lijkt afgesloten, tot ik mijn hoofd er in steek. Er zit gewoon een geheime trap in de nis. Fantastisch!

 

De kunstenaar gaat ons voor en schijnt met zijn mobiel de donkere gang in zodat ik niet val. Het is heel smal en ik wordt er lichtelijk claustrofobisch van, maar ik wurm me door de gang heen en kom op een terras van de tempel uit. Geweldig! Eindelijk een beetje uitzicht, daar zat ik wel op te wachten. We klimmen nog hoger, maar op een gegeven moment wil ik niet verder. Ik heb voordat we vertrokken naar Myanmar artikelen gelezen over het verbieden van het beklimmen van de tempels, omdat dit ze kan beschadigen. Ik wil dit niet op mijn geweten hebben. We genieten even van het uitzicht dat we nu hebben voor we weer naar beneden klimmen. 

Kunstenaar

Nu is het tijd om de kunstwerken van de man te gaan bekijken. Als we voor de tempel staan verteld hij dat hij eigenlijk niet in het openbaar mag verkopen. Voor de aardbeving had hij een vaste tempel waarvoor hij een vergunning had, maar deze is totaal verwoest. Pas nu zie ik dat onder zijn jasje, die best hip is, hij een t-shirt aan heeft dat vol met gaten zit. Hij probeert dit duidelijk te verbergen, maar ik geloof wel dat hij het moeilijk heeft. We duiken een kleiner tempeltje in en hij haalt een hele berg kunstwerkjes uit zijn rugtas. Het zijn weer de zandschilderijtjes die we al bij een ander hebben gehaald. Toch zijn deze net even wat anders, dus ik geloof wel dat ze door een ander zijn gemaakt. Of dit ook echt door hem zelf is weet ik niet, maar misschien ben ik een beetje te argwanend. 

 

Hij komt met een heel verhaal over hoe de werken gemaakt worden en dit is wel het overdreven verhaal dat ik bij de scams op internet heb gelezen. De blauwe kleur zou komen van indigo bloemen, de rode kleur komt van stenen van Mount Popa, dat even verderop ligt, de groene kleur komt van bladeren van een plant die alleen bij Mount Popa zo groen is (Mount Popa is een oude vulkaan), de gele kleur komt van sulfur, zwart komt van kool en as en wit komt van leisteen. Volgens mij is dit een onzin verhaal, maar het maakt me niet zo veel uit. Hij heeft ons de tempel laten zien en gewezen op een geheime trap. Dit is voor mij wel een schilderijtje waard. Hij is volgens mij oprecht blij en zegt dat we een gezin te eten hebben gegeven. Wat ik mooi vind is dat hij hier niet vooraf mee komt, om te verkopen, maar pas als we daadwerkelijk iets gekocht hebben. Ook dit geloof ik dan ook direct. 

Het is tijd voor een lunch en we rijden naar New Bagan, waar we bij een redelijk luxe tentje neerstrijken. Het is er vrijwel leeg en de ober komt een praatje maken. Hij verteld ons dat Mandalay, onze volgende bestemming, ook wel scam city wordt genoemd. We zullen zien... Gijs krijgt een rare pizza voorgeschoteld, met daarop een gekookt ei, heel apart. Na het eten krijgen we nog een raar schijfje voorgeschoteld. Het is een snoepje gemaakt van palmsuiker. Het is best lekker, maar je moet er zeker niet te veel van eten!

As in Bagan

We scooteren weer wat rond, als we in de verte een grote witte tempel zien liggen. Ik moet de as van mijn moeder nog uitstrooien en vind deze tempel wel erg mooi. Als we dichterbij komen blijkt dat we deze ook nog eens kunnen beklimmen. Buiten het terrein staat het verzoek om dit niet te doen, dus ik twijfel nog wel even. Ik wil niet bijdragen aan het vernielen van dit prachtige stuk land, maar ik wil ook niets missen. 

 

Als we toch richting een trap lopen komt er een klein jongetje bij ons lopen. Hij verkoopt kaarten en is redelijk opdringerig. Op een gegeven moment maken we hem wat harder duidelijk dat we geen kaart willen kopen. Dit accepteert hij, maar verteld ons nog wel dat we de schaduwkant van de tempel moeten beklimmen, als we de trap in de zon nemen, verbranden we onze voeten. Zo lief, hij had ons ook gewoon pijn kunnen laten lijden toen we hem afwezen, maar nee hoor, hij wil dat we genieten van zijn tempel. 

 

We klimmen de trap op en dit is best eng. De treden zijn een halve meter en vrij steil. Maar we redden het, al weet ik zeker dat ik dit morgen nog wel ga voelen. Het is best een flink eind omhoog, en wat een geweldig uitzicht brengt dit met zich mee. Ik ben blij dat ik toch ben gaan klimmen. Even verderop hebben drie Amerikanen een fotoshoot. Super irritant en Gijs wil ze van de tempel tikken, maar ik hou hem tegen. 

 

In een rustig hoekje draai ik de dop van het asbusje en strooi er wat as uit. Ik vind het een mooi idee dat er een deel van mijn moeder op zo een ongelooflijk mooie plek achterblijft. Hopelijk kan zij ergens toch meegenieten. 

Wanneer we weer beneden zijn, staat het jongetje met zijn kaartjes te wachten. Hij zegt dat hij op onze schoenen heeft gepast. Vanaf boven heb ik gezien dat hij gewoon rond heeft gelopen en met zijn vriendjes is gaan chillen, maar toch, hij heeft ons een goede tip gegeven en we moeten eigenlijk nog wel kaarten hebben. We kopen er een aantal van hem en hij is heel blij. We willen het goede gedrag stimuleren, door uiteindelijk toch iets te kopen en niet van hele opdringerige en schreeuwerige verkopers. Dan worden ze allemaal zo als in Indonesië, de stalkers. 

 

Die middag gaan we naar een grote markt in de stad Nyaung Oo, waar ook onze guesthouse staat. Ik wil nog wat souvenirs scoren. De rieten balletjes hebben we al snel gevonden en ook voor de baby van vrienden hebben we al snel iets kunnen kopen, maar de gongetjes die ik voor mezelf zoek kan ik niet vinden. 

 

Op een gegeven moment worden we aangeklampt door twee vrouwen die er erg slecht uitzien. Zij houden ons tegen en spelden een vage button van een vlinder op. Ik probeer het te weigeren, omdat ik bang ben dat ik er dadelijk weer voor moet betalen. "No it's a gift for good luck!" roepen ze en prikken het in mijn shirt. Ze willen ons meenemen naar hun stalletje. Ik wordt er heel ongemakkelijk van. We trekken ons los en gaan de markt uit. Zo zonde, want het was onze bedoeling best wat te gaan kopen, maar niet als ze zo opdringerig doen, bah. 

 

Het wordt langzaam donker en we brengen de e-bikes terug. Thuis wil ik er ook één! We gaan eten bij een tent even verderop, gelukkig is hier best veel keuze. Ik heb zin in een cheeseburger! Lekker westers... Wanneer het eten er aan komt wordt ik al vrolijk, het ziet er heerlijk uit. Maar wanneer ik een hap neem, blijkt het toch een beetje saai te zijn. Er zit geen burger op! Het is gewoon een broodje kaas. Ik plas bijna in mijn broek van het lachen! 

 

We maken het die avond niet laat, morgen is het weer tijd om te vertrekken helaas. Op zich vind ik wel dat we veel gezien hebben, maar ik denk dat ik me nog wel een paar weken zou kunnen vermaken tussen de tempels...

 

 

0 Berichten

Cruisin

En opnieuw heb ik goed geslapen! Dat werd wel eens tijd. Bij het ontbijt krijgen we oliebol-achtige rolletjes, deze zijn erg lekker, maar ook zit er weer een bord met de vieze papaya bij.  

Ennnnn mijn camera doet het weer! Hij is helemaal opgeladen en ready to go! Heel fijn. Bij de receptie vragen we naar de elektrische scooters, de e-bike. Deze zijn er in overvloed en al snel krijgt Gijs uitleg over hoe het ding werkt. Ik ben nog een beetje huiverig, omdat het zo veel op een echte scooter lijkt. 

 

Gijs rijdt gewoon in één keer weg en zegt dat ik achterop moet komen zitten, alleen op een e-bike zou bij mij waarschijnlijk in een ongeluk eindigen. Na wat aarzelen stap ik achterop. Of Gijs is een natuurtalent, of het is gewoon heel erg makkelijk want al snel cruisen we naar de savanne. 

 

 

Paardenkarretjes

Door Bagan rijden een hoop paard en wagens. Zelf willen we hier absoluut niet in, we hebben de zielige dieren op de Gili eilanden van Indonesie nog in ons achterhoofd. Toch moet ik zeggen dat de dieren er hier wel een stuk beter uitzien. Ze staan niet met kromme benen en wonden op hun knieën uren in de zon. Nee ze staan in de schaduw en worden duidelijk goed verzorgd. Ik vraag me toch af of dit aan het Buddhisme ligt wat hier overheersend wordt aangehangen. 

 

Het is wel grappig om te zien dat er onder aan het karretje een plastic tasje hangt, waarin de uitwerpselen worden opgevangen. Anders zou de hele savanne denk ik onder de paardenmest liggen, maar dit valt dus heel erg mee. 

Verdwaalt in Bagan

De eerste tempel is er één die weer flink wat te verduren heeft gehad tijdens de aardbeving. De buddha is afgebrokkeld, maar toch is het ook weer een mooi gezicht van wat de natuur allemaal voor vernietiging kan aanrichten. 

 

Vandaag bezoeken we een stuk minder tempels dan gisteren. We zijn ook iets te ver doorgereden en komen weinig meer tegen. Het scooteren is heerlijk! Dus ik vind het geen probleem. Ik ben blij dat we samen op één scooter zijn gegaan, nu kunnen we tenminste kletsen, een stuk gezelliger dan op de fietsjes. 

 

Bij een groot resort willen we eigenlijk de hoge (ontzettend lelijke) toren beklimmen. We snappen wel dat je hier iets voor moet betalen, maar het lijkt me een fantastisch uitzicht. Kost het VIJF DOLLAR, serieus dat vind ik echt belachelijk. Vooral als je de rest van de prijzen in het land ziet. VIJF DOLLAR om een lift in te gaan en een foto te maken. Ik maak rechtsomkeer, laat maar! 

 

Zoals ik eerder schreef, we hebben niet heel veel tempels gezien, maar vooral rond gereden en de weg kwijt geraakt. Volgens mij waren we ondertussen al bijna terug in Kalaw. Toch was het hartstikke gezellig en heb ik genoten van de aanblik van de tempels. Morgen wil ik zeker weer een scooter huren!

0 Berichten

Geknetter in de nacht

Wonder boven wonder heb ik redelijk geslapen. Midden in de nacht schrok ik wel wakker. Er klonk een geknetter in de kamer, alsof er ergens iets op het punt stond om af te gaan fikken. Dit was juist het tegenovergestelde. De airco in de kamer was zo koud geworden dat hij volgens mij aan het bevriezen was. Het was wel een beetje freaky...

 

Ook in dit verblijf zit het ontbijt bij de kamerprijs in. Een bord vol fruit, vooral papaya die ik eigenlijk niet zo lekker vind, maar verder is het heerlijk. 

 

Met het inpakken van mijn tas ben ik een beetje dom geweest. Ik heb de verkeerde oplader voor mijn camera meegenomen. Deze was in Yangon al leeg en ik was hier behoorlijk gepikeerd over. Van mijn vader had ik juist voor deze vakantie een nieuw toestel gekregen en nu kon ik hem niet gebruiken. In de vorige stadjes hebben we geen winkel kunnen vinden waar ik een nieuwe kon halen (Yangon heb ik niet geprobeerd omdat we toen zonder geld zaten, maar daar was ik natuurlijk hoe dan ook wel geslaagd), maar ik wilde echt niet Bagan verkennen zonder dat ik met mijn eigen camera los kon gaan. Gelukkig was het in het tweede winkeltje al raak. Maar liefst drie meisjes gingen zich er mee bemoeien en hadden al snel een oplossing, ik ben intens gelukkig. 

 

In het verblijf snel de camera aan de oplader gehangen en twee fietsen gehuurd. Er zijn ook electrische scooters te huur, maar daar ben ik een beetje bang van. Al snel heb ik hier spijt van. Ik trap me een eind weg, maar kom bijna niet vooruit. Al snel slaan we af, een zandpad op om een tempel te bekijken.  

Tomb Raider

Bagan is geweldig, nog beter dan ik had verwacht. Het is bizar dat je overal kunt stoppen en vrij de tempels kunt verkennen. Ik voel me net Lara Croft uit Tomb Raider en Gijs is Indiana Jones. In één van de tempels krijgen we van een vrouw zaklampen in onze handen gedrukt, zonder dat zij hier geld voor wil. Nee, ze wil dat we de prachtige muurschilderingen goed kunnen zien. Dit zie je overal in Bagan terug, de mensen zijn trots op deze omgeving en willen je allemaal helpen om hier van te kunnen genieten. 

 

Door de aardbeving die nog geen drie maanden geleden heeft plaatsgevonden, zijn een hoop tempels beschadigd en liggen er netten over de toppen om ze te beschermen tegen verder verval. Dit is natuurlijk zonde, maar ik hoop vooral dat de mensen uit Bagan snel verder kunnen met het herstellen van de tempels, die voor hen zo belangrijk zijn. Door één van de lokale mannen werd ons verteld dat ze wachten op Unesco, die zou hen hierbij helpen. Ik hoop dat dit snel rond is, zodat de volgende bezoekers weer van de herstelde gebouwen kunnen genieten. 

 

Vlokjes goud

Voorzichtig rijden we richting oud Bagan, ik moet bekennen dat we zoveel tempels hebben gezien, dat ik niet meer precies weet welke we nu wel en niet gehad hebben. Toch zijn ze allemaal net even wat anders. Ander kleuren en een andere stijl. Ik kan me hier goed vermaken. 

 

In één van de grotere tempels kan je voor een kleine gift (een paar eurocent) een envelopje met daarin een beetje goud kopen. Dit mag je op een beeld plakken, heel gaaf. Uiteindelijk zit er meer goud op mijn handen dan dat op het beeld terecht komt, maar ik heb vast een klein beetje kunnen bijdragen. 

 

Bij een volgende tempel zit een man kunstwerkjes te maken van zand. Hij merkt ons eerst niet eens op, maar als we even blijven kijken, begint hij te vertellen en krijgen we alle werken te zien. Ik heb al iets gelezen over dat dit allemaal onzin zou zijn, dat zal best, maar ik vind het er alsnog tof uitzien. Deze man zit voor onze neus de werken te maken, dus hoe nep kan het zijn. De man verteld dat hij het zand uit de Irawaddy rivier de werken maakt, die is hier vlakbij dus dit geloof ik wel. We kopen twee van de lappen met een print er op. 

Bagan Archeological Museum

Al fietsend door Bagan (het is bloedheet) komen we langs het Archeological Museum, daar had ik al over gelezen en wilde ik sowieso bezoeken. Dan maar gelijk afstappen en naar binnen. Ik hoop dat ze airco hebben... De buitenkant van het museum is al best indrukwekkend en ontzettend groot! Bij de ingang wordt ons verteld dat we de tassen in een kluisje moeten doen en de camera niet mee naar binnen mag. Je mag wel foto ´ s maken met je telefoon. 

 

De eerste hal is al immens groot en staat vol met beelden van belangrijke figuren uit de geschiedenis van Bagan. Ooit was Bagan de hoofdstad van Myanmar en een koninkrijk. We gaan de eerste zaal in die iets verteld over het paleis van de eerste koning, Anawathu. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nooit echt zin heb om de teksten te lezen. De teksten hier zijn ook nog eens meters lang. Ik scan de tekst en probeer te onthouden wat me interesseert. Dit zoek ik dan later, op een rustig moment, wel weer op. 

 

Er zijn acht grote zalen en het lijkt alsof ze al rekening gehouden hebben met eventuele uitbreiding. In één van de zalen staan allemaal pruiken, die haarstijlen van de mannen uit het verleden laten zien. Het zijn net figuren uit een Animé serie. De volgende bevat honderden tabletten met oude teksten die vooral gaan over de ruilhandel. Ik geef jou een lap grond, dan geef je mij 150 koeien en drie slaven. 

 

Het boeiends vind ik de zaal over de prehistorie, het is wel gaaf om te zien dat ze ook hier in Myanmar zoveel duizend jaar geleden een "moeder" godin hadden die werd aanbeden. 

Na het eten (pasta) gaan we kijken of we bij het water kunnen komen, zonder echt een doel te hebben. Uiteraard komen we daar niet terecht, maar struinen over een drukke markt vol lokale bevolking. Er staat een drukte om een tent heen, waar keiharde muziek gedraaid wordt en dit maakt ons nieuwsgierig. Het is een soort wedstrijd, drie mannen en een vrouw zijn bezig om een rieten balletje hoog te houden en hier voor halen ze de meest rare capriolen uit. We staan hier best lang te kijken, het is heel leuk om te zien. We nemen ons voor de rieten balletjes als souvenir voor onze vrienden mee te nemen. 

0 Berichten

Minibus

Half zeven gaat de wekker, voor de verandering heb ik redelijk geslapen, maar vooral ook lang. Rustig maken we ons klaar om te vertrekken. Gijs heeft nog ruzie met een spin die zich verschanst had in zijn schoen. Gelukkig verteld hij dit mij pas als ik met mijn tas op mijn rug sta en we de kamerdeur achter ons dicht doen. 

 

We eten nog even een lekker ontbijtje, ik hou echt van het bananenbrood! Thitaw II was een erg fijn verblijf! Nog even onze was ophalen. De wasmeisjes moeten erg lachen. Bijna elk kledingstuk is zwart. Saaie mensen zijn we ook. 

 

Eigenwijs gaan we lopend naar het busstation met de tassen op onze rug. Het is zo een twintig minuten verderop en het stinkt erger dan ooit... De resten van het festival en de daarbij horende markt liggen in de zon te rotten, heel goor. We zijn erg vroeg bij de busstop. De dag ervoor hebben we al kaartjes gekocht voor een luxe bus. 

 

Wanneer ons vervoermiddel aangereden komt ben ik eerlijk gezegd een beetje teleurgesteld. Op zo een moment voel ik me wel een verwend kreng, maar het blijkt een klein busje te zijn, dat al vol zit met lokale jongeren die hun spullen door de hele wagen hebben liggen. Achterin wordt plek voor ons gemaakt, maar dan wel tussen de tassen en andere troep. Ik moet even omschakelen, maar na een tiental minuten ben ik wel weer over mijn diva bui heen. 

Savanne

Bij de start van de rit, wanneer we Kalaw achter ons laten, zien we pas echt hoe mooi de omgeving is. Een uur of twee rijden we over slingerweggetjes door de begroeide bergen, echt prachtig. Na de lunch stop verandert het landschap langzaam in een plattere, savanne-achtige omgeving. We komen in de buurt van Bagan. Misschien wel de plek waar ik het meeste naar heb uitgekeken. Ondertussen begin in de andere passagiers wel grappig te vinden. Opgevouwen in hun stoelen dutten ze af en toe weg, maar plotseling worden ze wakker en beginnen te zingen. Heel schattig, iedereen hier zingt zonder schaamte, fantastisch. 

 

Na zeven en een half uur hebben we iedereen bij het verblijf af gezet. Nu zijn wij aan de beurt. Blijkbaar zitten we eigenlijk niet in Bagan, maar een kleine stad net even daar buiten. Dit maakt eigenlijk helemaal niets uit, het is net zo ver van de duizenden tempels als Bagan zelf, waar we vanuit de auto al het één en ander hebben mogen aanschouwen. Ik weet niet of ik ooit op zo een bijzondere plek geweest ben. 

 

Het busje stopt bij Shwe Nadi, ons verblijf voor de komende vier dagen. Bij de receptie is het wat druk en chaotisch, maar het ziet er super netjes uit. Gelukkig hoeven we niet lang te wachten voor we naar onze kamer kunnen. We moeten wat gangetjes door en een steegje oversteken, maar dan komen we bij het roze gebouw wat ik herken van de website. Door een soort wachttoren, waar bedjes staan voor de opzichters die er de hele nacht blijven. De kamer is netjes, de douche is wel weer een beetje aftands, maar zeker niet verkeerd. 

 

Helaas begint het al laat te worden en daarmee ook donker. Echt tijd om nog iets te ondernemen hebben we niet en misschien is dit na zo een lange rit ook wel niet zo een goed idee. We lopen de straat door, waar ons verblijf ook zit. Hier zitten al direct restaurantjes en al snel duiken we er één in. Een combinatie tussen Chinees eten en Birmees. Ik bestel een groot bord met zoetzure kip, die echt super is, maar ik blijf toch de porties echt gigantisch vinden voor deze kleine mensen. 

 

Op het balkon van ons verblijf drinken we nog een biertje, gelukkig mag dit hier wel weer!

0 Berichten

Op het randje

De tweede nacht op rij dat ik vreselijk slaap, maar ik denk wel dat ik weet waarom de honden 's nachts zo los gaan. Er wordt overal nog vuurwerk afgestoken en lopen jongeren rond. Ze slaan gewoon op hol. Ik ben er niet blij mee, ik ben zo ontzettend brak dat ik eigenlijk niets wil. Op zulke momenten mis ik echt mijn eigen bedje...

 

Om 6.30 gaat de pomp voor het water weer aan. Vanaf 9 uur in de avond gaat deze uit, omdat het best veel herrie maakt. Nu is het helemaal gedaan met mijn rust. Chagrijnig zit ik al vroeg aan het ontbijt. 

 

Het is onze laatste dag in Kalaw en we willen de natuur nog bekijken. We wilden een wat langere trek maken, maar ik heb er echt geen zin in. Op onze slippers vertrekken we om een kort tochtje door de omgeving te maken, met een beschrijving van eigenaar Marc op zak. Vlak achter Thitaw begint het bos al. Het is best gek, het zijn allemaal dennenbomen. Het is net Nederland. 

 

Al snel verdwijnt dat gevoel. Ik zie overal vlinders en helaas ook spinnen. Het is heerlijk rustig. De enige die we tegen komen zijn een klein groepje die met een gids op pad is, zij gaan echter de andere kant op dus lopen we niet de hele tijd achter ze aan, en een jongen met een scooter, die besluit de steile heuvel op te rijden. 

 

As op de berg

Boven op de berg, ja ik heb het gered maar natuurlijk wel met het nodige geklaag, staat een prachtige boom. Heel iets anders dan de rest, dit is de plek in Kalaw waar ik de as van mijn moeder moet uitstrooien. Voorzichtig loop ik over de wortels en leeg een klein beetje van de inhoud van het asbusje dicht bij de stam. 

 

Vlak achter de boom zien we de ingang naar het klooster, maar ik heb al gelezen dat ze hier een hoop honden hebben en daar heb ik toch even genoeg van. We lopen over een smal pad, langs een steile afgrond langs het klooster, dat op een lange trap moet uitkomen. Ik hoor geschuifel en kijk achter me. Gijs balanceert op één voet en dreigt van de berg af te gaan vallen. Die paar seconden lijken uren te duren. Ik kijk nog naar beneden en hoop een boom te zien waar hij zich aan vast zou kunnen houden, mocht hij echt uitglijden. Hij herpakt zich en weet weer op beide benen te gaan staan. Dat was echt op het nippertje! Doodeng...

We vinden de enorm lange trap die ons weer naar beneden brengt. Wat ben ik blij dat ik deze route niet andersom ben gaan lopen, dan had ik al die treden op gemoeten. Eenmaal terug in Thitaw, ga ik toch even liggen en ik val ook al snel in slaap. Gelukkig kan ik ook echt een uurtje dutten. Ik voel me gelijk een stuk beter en heb er weer een beetje zin in. We gaan het centrum weer in, op zoek naar wat te eten. Op internet hebben we een pizzatent gevonden die geniaal zou zijn, maar deze kunnen we niet vinden. We gaan een andere pizzaria in, maarrrrr daar hebben ze geen pizza... bijzonder (irritant). En ook geen bier... Nou we eten een sandwich en patat, en gaan daarna terug naar Thitaw. Er is niets meer te beleven en ik duik het bed in. Ondanks de mooie natuur ben ik blij dat we de volgende dag doortrekken naar de volgende bestemming. 

0 Berichten

Helse Honden

Het begint een beetje een trend te worden, maar ik heb zo ontzettend slecht geslapen. Aan het bed heeft het niet gelegen, dat was prima, maar de honden in de omgeving hebben de hele nacht geblaft en gevochten. Het leek wel alsof ze elkaar aan het afmaken waren, echt een drama. 

 

Beneden in de gemeenschappelijke huiskamer staat er een ontbijtje klaar. Voor iedere gast is dit individueel verpakt, dus je komt nooit te laat en je zit nooit met restjes, fantastisch! De inhoud van de bankjes is ook nog eens verrukkelijk! Ik ben fan van het bananenbrood! Op de website van Thitaw staat het recept. Deze ga ik binnenkort zeker proberen!

Full Moon Festival

Voordat we naar het centrum gaan, willen we even douchen, maar er komt mooi geen warm water uit de kraan. Als we bij de eigenaar na gaan vragen hoe dit kan, geeft hij aan dat de stad de stroom er af heeft gehaald. Huh? Ja wanneer er een festival is, wordt de stroom er vaak af gehaald, geen idee wanneer deze weer wordt aangesloten. Wat voor festival er dan is, dat weet hij niet. Zulke dingen zijn hem te druk. 

 

Dan neem ik maar een koude douche en gaan we snel kijken wat er dan in het centrum is. We zien al snel dat het er in ieder geval druk is. Er speelt harde muziek en vanuit de verte zien we al kleurige papier maché dieren die in een optocht naar de pagode aan het marcheren zijn. We sluiten ons aan bij de rest van het publiek. 

 

Het is een inderdaad best druk, harde muziek, veel dans en er wordt vuurwerk in het publiek gegooid wat zo hard afgaat, dat de alarmen van scooters en auto's in de buurt laat afgaan. Maar het is ontzettend gaaf! De mensen zijn mooi gekleed en brengen offers aan de pagode. Je ziet stellages met potten en pannen, bomen gemaakt van geld en bakken voor met eten. Die monniken hebben het vast heel goed!

 

De optocht blijft maar gaan en de groepen jongens die mee dansen lijken steeds baldadiger te worden. Ze hossen met hun papier maché dieren het publiek in en gooien meer en harder vuurwerk. Soms springt er een oud vrouwtje uit het publiek, schreeuwt iets tegen ze en dat lijkt ze te temmen. Wanneer de optocht langzaam eindigt, verdwijnen ook in één klap alle toeschouwers. Iedereen gaat verder met zijn dagelijkse dingen. 

Na het festivalletje zijn we even de markt over gegaan, ik begin te wennen aan de stank die daarbij komt kijken. Het is gek, maar ik vind Kalaw meer stinken dan Yangon en Nyaung Shwe... Dat had ik niet verwacht... We willen ergens een biertje drinken, maar lopen weer als een kop zonder kop rond. Wanneer we dan eindelijk ergens neerstrijken blijkt dat ze geen alcohol schenken op boeddhistische feestdagen. Wat ik van de man begrijp (die stiekem met twee biertjes uit zijn eigen koelkast aankomt) is dit verbod in het leven geroepen om er voor te zorgen dat de feestvierders niet te veel drinken en ongelukken of ruzie gaan maken. Heel goed, maar een beetje jammer voor ons.

 

In één van de winkeltjes willen we biertjes halen voor in het guesthouse. Als ik naar het prijskaartje kijk kan ik mijn ogen bijna niet  geloven, 15.000 Kyat. Dit komt neer op €12! We laten de biertjes hier lekker in het schap staan en lopen weer naar het winkeltje om de hoek bij Thitaw. We vragen bij de eigenaar van Thitaw hoe het komt dat hier zo een groot verschil in zit. Lachend verteld hij dat het waarschijnlijk een schrijffout is. In de Birmese taal en schrift hebben ze een ander soort manier van cijfers verwoorden. In plaats van het 15 x 1000 is 15.000, hebben zij hier een heel andere benaming voor. Zij moeten dus heel erg omschakelen wanneer ze op zijn westers gaan rekenen. Grote kans dat er gewoon een nulletje te veel is geschreven. Oeps... 

Wild Cat

Die avond zoeken we een restaurant, dat is in Kalaw toch wat lastiger dan in de vorige twee plaatsen. We lopen even rond, tot ik een kleurige tent zie even verderop. Dit ziet er gezellig uit. We gaan naar binnen en ik heb direct al spijt. Nu ik al zit, wil ik ook niet gelijk weer op staan, maar het is behoorlijk smerig. De stoelen zijn zwart van de vieze handafdrukken en de tafel plakt. Dapper bestel ik toch iets te eten. 

 

Als ik even over Gijs zijn schouder kijk, zie ik één van de andere gasten een grote, bruine straal speeksel in een emmertje spuugt. Ik kokhals en durf niet meer om me heen te kijken. Pas nu zie ik dat er naast elk tafeltje een emmertje staat om de betelnut spuug in op te vangen. Vreselijke gewoonte!

 

Het is een opluchting als het eten niet komt opdagen, we drinken het biertje op en vluchten het restaurant uit. Gijs zegt verderop nog een tentje gezien te hebben, aan de overkant van de drukke weg. Inderdaad, er zit een klein, half verscholen restaurantje. We worden hartelijk begroet en krijgen een plekje op het terras. Er staat een grote kooi en ik vraag wat er in zit. "Wild cat" is het antwoord, maar ik geloof de man niet. Ik ga kijken en tuur in het donker door de tralies door. Ineens schiet er een dier, blazend naar me toe en haalt uit. Ik schrik me rot en de man ligt in een deuk. Dus toch een wilde kat. Hij is prachtig, maar het is toch zo ontzettend zielig, in het kleine hokje en mensen die de hele tijd hun gezicht in je territorium hangen. Ik moet het gevoel hier echt opzij zetten, het hoort (nog) in de cultuur en ik merk ook wel dat zij door het geloof dat zij aanhangen iets beter met de dieren omgaan dan wat ik in bijvoorbeeld Indonesië voorbij heb zien komen. 

 

Het eten is hier goed, al krijgen we eerst het verkeerde. Gijs had al een hap genomen en was behoorlijk beteuterd toen ze het bordje weer kwamen halen, het rook zo lekker! Maar het gerecht dat we wel echt besteld hebben smaakt ook heerlijk. Ik ben blij dat we hier terecht zijn gekomen. Wanneer ik naar het toilet moet is het wel een beetje ongemakkelijk. In eerste instantie begrijpen ze niet wat ik bedoel. Ik moet het tien keer vragen (en ik moet zo nodig) voor ze me de weg gaan wijzen. Ik moet door de keuken, waar vijf kleine vrouwtjes het eten aan het bereiden zijn. Eén van hen, een behoorlijk oud exemplaar, loopt met me mee. Achter het restaurant, in een soort kamp van gebouwtjes gemaakt van golfplaten, staat weer zo een houten hok. Het is pikkedonker en het omaatje moet de deur voor me dicht houden. 

 

We maken het die avond niet laat.

0 Berichten

Dennebomen in Azië

Eigenlijk had ik best nog wat langer in Nyaung Shwe willen blijven, ik vind de sfeer hier heel fijn. Toch is het tijd om in te pakken en uit te gaan checken. Van de eigenaar krijgen we twee lampionnetjes mee, dezelfde als die we op Lake Inle gezien hebben, met de bloemen en blaadjes tussen twee lagen papier. 

 

Nog heel even het kleine centrumpje in om wat souvenirs te halen. Ik wil nog een tas halen, die ik bij me heb begeeft het bijna. We komen op de markt terecht. Het is een hoop blubber en stinkend eten, maar we vinden de tas die ik zoek hier wel. 

 

Het vervoer naar Kalaw hadden we eigenlijk veel eerder moeten regelen, dan waren we veel goedkoper uitgeweest. We hadden met de trein willen gaan, maar die rijdt die dag helemaal niet. Daarom hou ik er eigenlijk ook niet van om niet voorbereid ergens heen te gaan. De volgende keer ga ik lekker weer alles tot in de puntjes uitzoeken, dan ben ik er een stuk geruster op. 

 

Aan de eigenaar vragen we of hij een taxi voor ons wil regelen, dit is ook helemaal niet duur dus wat dat betreft maakt het niet veel uit, maar toch, ik had het liever bespaard. Nog geen kwartier later staat er een chauffeur voor de deur, met een enorm lange witte haar die uit een moedervlek op zijn wang groeit. Dit is niet de eerste keer dat we zoiets zien. Wij denken gelijk, haal dat ding er uit, maar hier zou het geluk brengen. Hmmm ik blijf het niet zo een fraai gezicht vinden. 

Toeteren in de bergen

Wat ik erg irritant blijf vinden is het eeuwige getoeter wat voor mij echt doelloos over komt. Ze rijden ook echt met hun hand op de toeter, in plaats van twee handen aan het stuur. Als we door de bergen rijden kan ik het nog begrijpen. Door de Britse kolonisatie zit de chauffeur nog steeds aan de rechterkant van de auto, maar ze rijden wel aan de rechterkant. Ze kunnen dus met geen mogelijkheid om een hoekje kijken. Sommige hebben hier een oplossing voor en hebben een heel arsenaal aan spiegels op de auto bevestigd, maar de meeste chauffeurs houden het bij non-stop toeteren. Zucht...

 

Na twee uur komen we aan in Kalaw, dit is weer totaal anders dan de plekken waar we eerder waren. Er moet even worden gezocht naar onze guesthouse, Titaw II, maar niet veel later stappen we halverwege een berg uit in de tuin van het verblijf. 

 

De eigenaar wacht op ons en ik ben even verbaasd als ik Nederlands hoor, of eigenlijk Vlaams. Op het terrein staan twee guesthouses, Thitaw Lay House, deze is wat luxer en daarachter ligt Thitaw II en dit is de goedkopere versie. Beide worden gerund door Marc uit België. Hij heeft al veel van de wereld gezien, maar besloot hier te blijven en deze verblijven op te zetten. 

 

Ondanks dat hij het wegzet als budget verblijf, is het hartstikke in orde, het bed is fijn, de douche is prima en de locatie is perfect, midden in de natuur. Er ligt een gidsje klaar met daarop routes die je in de omgeving zonder gids kunt gaan bewandelen. Het is onzin om een gids te nemen volgens Marc, je verdwaalt hier echt niet. 

Rust

Het is rustig in het bergdorpje Kalaw. Nadat we onze tassen gedumpt hebben gaan we het dorpje verkennen. Wel rijden hier een stuk meer auto's en zie je minder mensen op de fiets dan in Nyaung Shwe. Wanneer we bij een restaurantje gaan zitten, kiest Gijs willekeurig iets van de kaart. Ik heb geen honger, maar ik zal een beetje van hem pikken. Toch krijg ik een soepje voorgeschoteld, met koriander en een soort kool. Ik ben best jaloers als Gijs het eten voorgeschoteld krijgt. Er zit  calamaris, kip, meer vis, ei, garnaal, sugar snaps en nog meer groente in verwerkt. Ik pak toch twee stokjes en pik zijn halve bordje leeg. 

 

Het begint al te schemeren en we zijn weer een dag kwijt. Vlak bij Thitaw II is een klein winkeltje waar je tegen normale prijzen bier kunt halen (hebben we uit de gids van Marc). Met onze biertjes gaan we even in de tuin zitten. Ik wordt wel een beetje ongemakkelijk want ik het idee dat er overal om me heen spinnen en andere enge kruipsels lopen. Snel vlucht in naar bed. 

0 Berichten

Lake Inle

Toch te veel biertjes gedronken en te weinig geslapen, ik ben woest als de wekker af gaat en ontzettend gaar. We moeten er wel uit, want om half acht worden we door een gids opgehaald. Net op tijd zijn we klaar en de gids komt net aan gelopen. We volgen hem naar een haventje dat vol met lange boten ligt. Hij gaat de boot klaar maken en Gijs koopt nog even een grote fles water. 

 

Het is bewolkt, maar het weer is gelukkig niet heel slecht. We moeten een stel boten door om bij ons eigen bootje te komen. Wat een gestuntel. De man pakt me bij mijn arm, waardoor ik eigenlijk alleen maar minder goed vooruit kom. Maar ik redt het en ik ben niet eens in het water gevallen. 

 

Omdat ik zo vreselijk brak ben kan ik het eerste stuk bijna niet genieten. De boot maakt herrie, het is een soort mixer die ze aan de achterkant het water in steken. Een gesprek kan je niet voeren. Maar als het eenmaal begint te waaien, voelt dit toch een stuk relaxter dan op het land. 

Balancerende vissers

Het is even een stuk varen vanaf Nyaung Shwe, maar zodra je echt het meer op komt, zie je gelijk overal vissertjes. Onze gids vaart hier stug voorbij. "It's all fake!" zegt hij. "Just for the money". Hij brengt ons naar een man die volgens hem wel een echte visser is. Hij lijkt ook inderdaad echt aan het werk te zijn en is niet aan het poseren. Ik vind het tof dat hij niet meewerkt aan de nep vissers. 

 

Een klein tochtje later komen bij het bebouwde deel van het meer. Dit is echt heel tof om te zien, ik had ook niet verwacht dat er zoveel huizen zouden staan. Een klein dorp misschien, maar in het meer zijn meerdere dorpen te vinden. Het is heel leuk om het dagelijks leven te bekijken. Mensen die zich wassen in het meer, gewikkeld in een doek, kleine kinderen die van boot naar boot rennen zonder ook maar een klein beetje te twijfelen en oude vrouwtjes die rijst aan het wassen zijn. Ik voel me een indringer. Ik vind het nog heel erg meevallen met de toeristen, hier waren we voor gewaarschuwd, maar de toeristen die we zien voelen zich duidelijk niet zo als ik. Onbeschaamd nemen ze foto's van de mensen die bezig zijn met hun eigen leven. 

 

Tijdens het varen voel ik me stukken beter, maar we zijn aangekomen bij onze eerste stop van de dag, een markt bij een pagode. De bootman vertelt ons dat hier een stam zit die zijn spullen verkoopt. Ze zijn wat kribbig en spreken ook geen birmaans. Ik weet niet zo goed wat ik hier van moeten denken. We gaan aan land en gelijk word ik beroerd, vreselijk irritant. Het marktje vind ik eigenlijk niet boeiend. Het ligt vol toeristenrommel, ook hier had de bootman ons al voor gewaarschuwd en het gedeelte waar eten te koop is, dat is gewoon goor en het stinkt er behoorlijk. 

 

De markt lopen we eigenlijk snel door en komen bij een lange trap die naar een pagode leidt. Een jongen probeert met zijn scooter de trap op de klimmen, maar komt vast te zitten. Gijs helpt hem te scooter los te halen, maar volgens mij schaamt hij zich een beetje, want hij crosst snel weg. Bovenaan de trap gaan de schoenen uit en mogen we de pagode in. Het is een kitscherig ding met lichtjes. Er zit een oud mannetje die door een opdringerige toerist, zonder te vragen op de foto wordt gezet. Op dit soort momenten voel ik echt plaatsvervangende schaamte. Het lijkt ook wel alsof mensen naar Myanmar komen puur en alleen om foto's te maken. Ik heb nog nooit zoveel grote lenzen gezien!

 

Het andere stel gaat al snel weg en we hebben de pagode voor onszelf. De buitenkant is prachtig! Ik besluit dat dit een mooie plek is om wat as van mijn moeder uit te strooien. Ik zoek een plekje tussen de gouden toppen waar ik niet in het zicht sta. Ik haal de sleutelhanger met daarin de as uit mijn tas en tik een klein beetje op de pagode. Wat een mooie plek en wat een mooi uitzicht!

Lotusweverij

Ik zit te genieten in het bootje, maar helaas is dat niet voor lang. Het is heel slecht, maar ik vind het zelfs vervelend om de volgende stop te gaan. Het is heerlijk als de wind waait, maar zodra ik moet lopen wil ik eigenlijk alleen nog maar naar bed. De lotusweverij staat op het programma en we worden de boot uitgegooid. Een jong meisje gaat ons rond leiden. Ze spreekt zo slecht Engels dat Gijs haar helemaal niet kan verstaan en ik nauwelijks, er een logisch verhaal van maken lukt eigenlijk niet. 

 

Ze vertellen niet alleen wat ze doen, maar laten het ook zien, dit werkt een stuk beter. Van de stengels van de lotus plant, een hele bijzondere die volgens de gids alleen in Lake Inle groeit, maken ze de draden voor de weefsels. Ze trekken ze centimeter voor centimeter uit de groene stengels. 

 

Het weefgetouw zelf vind ik nog steeds een bizar ding, ik begrijp gewoon niet hoe het werkt! Het is mooi om te zien hoe ze de stoffen hier aan het maken zijn. Het meisje verteld dat ze met een sjaal een hele dag bezig zijn, maar met bijvoorbeeld een jurk wel een week. Aan het eind van de rit worden we meegenomen naar een winkeltje. Hier verkopen ze alle zelfgemaakte stukken. Ik schrik me rot als ik een sjaal van de lotusdraden pak. Er hangt een prijskaartje aan van 100 dollar! Holy shit! En het voelt nog eens als een vette vaatdoek ook... Nou mij niet gezien. We sneaken weg, er is zat klandizie, de andere toeristen vormen een rij door de halve winkel heen, dus dat zit wel goed. Snel terug naar ons mintgroene bootje.

Sigaren

Dit is denk ik wel de leukste stop van de dag geweest. Jammer genoeg zitten we maar kort in het bootje, maar deze keer vind ik het niet zo erg om er weer uit te gaan. Het is een klein sigarenmakerijtje, waar een paar jonge meisjes druk bezig zijn met het rollen van de rookwaren. We worden op een krukje voor ze neergezet en krijgen een sigaartje in onze handen gedrukt. Het smaakt naar anijs en ik zeker niet vies. Ze vullen bladeren met een mengsel van anijs en een soort hout, verteld het meisje terwijl ze druk door blijft draaien. De filter is van een soort riet of bamboe gemaakt en het wordt dichtgeplakt met lijm die ze van een plant hebben gemaakt. Hier kopen we wel wat. Een mooi versierd doosje vol sigaren voor Gijs (het doosje neem ik in beslag als het leeg is, en een doosje als souvenir voor een vriend. 

Lunch

We smeken de bootman om eerder te gaan lunchen, hopelijk worden we hierdoor wat minder brak. Bij een restaurant, natuurlijk op het water, stoppen we even. Ik bestel een curry met aardappel, ik hou van aardappel. Het is superlekker, maar weer veel te veel. Ik snap niet hoe die kleine mensen hier zulke gigantisch porties weg kunnen werken! We krijgen er ook nog kroepoek bij, die echt heel anders smaakt dan dat rare karton wat je in Nederland altijd krijgt. Er zit een soort dipje bij van ketjap, olie, knoflook en chili peper ringetjes. Ik wil dit thuis ook eens proberen. De ananassap is best goor, het smaakt naar afwaswater en ik kon er eigenlijk geen ananas in terug proeven. 

Zilver, langnek en een paraplu

De volgende halte is een zilversmederij, die wat meer in een dorp ligt. We varen de kanalen door en komen veel lokalen tegen. Heel leuk om te zien. Dit is ook de eerste stop waar we veel andere toeristen tegen komen. Een klein meisje komt ons begroeten en neemt ons mee de werkplaats in. Ze verteld dat  het bedrijf door haar opa is opgestart en nu door haar broer is overgenomen. Haar opa maakte van zilver vissen, die met scharnieren zijn vast gemaakt, zodat de staart kan bewegen. Heel schattig gedaan, ze hebben de vis overal hangen en ook zijn er kleine zilveren hangertjes voor aan een ketting. Gijs is wat minder onder de indruk "Dat kan ik ook maken van blik". Nou dat mag hij dan mooi gaan doen als we weer thuis zijn. 

 

Achter de werkplaats zit natuurlijk een winkeltje, waar de toeristen uit hun dak gaan. De meeste kopen wel iets, maar wij zijn gierig. Ik ben bijna verleid om twee oorknopjes te halen met ruwe zilver er op, heel schattig, maar ik vind ze toch wat te duur. Wanneer het meisje ineens druk begint te onderhandelen vind ik het vervelend worden. We lopen naar de uitgang. Er zijn echt zat mensen die hun spullen wel kopen gelukkig. Het regent weer en we gaan onder een afdakje staan schuilen. De lucht van de zilversmederij is behoorlijk sterk en je neus gaat er pijn van doen. De bui duurt gelukkig niet lang en de zon breekt zelfs door. 

 

We worden naar een paraplu makerij gebracht. De bootman verteld dat hier de langnek vrouwen werken, die gevlucht zijn uit Thailand. En inderdaad er zitten twee meisjes op de veranda, waarvan hun nek is opgerekt met veel gouden ringen. Ook zitten deze ringen om hun armen en benen. Ik vind ze er behoorlijk ongelukkig uit zien, het lijken wel dieren in een dierentuin. De toeristen drommen om ze heen en maken foto's. Ik heb dit niet gedaan, ik vond dit best mensonterend. Als de toeristen weer in hun bootje zijn gestapt, kunnen de meisjes gelukkig toch een beetje glimlachen. 

 

Naast de langnek vrouwen zit de paraplu winkel en een van de meisjes daar laat zien hoe ze deze in elkaar zetten. Ze doet dit zo snel dat ik eigenlijk niet zie wat ze aan het doen is. Het resultaat is wel mooi. Buiten laat een vrouw zien hoe het papier voor de parapluutjes maakt. Dit vind ik altijd tof om te zien. Er staat een grote bak water en een soort zeef. Met pulp van planten bekleed ze de zeef en dit zetten ze in de zon. Tussen twee lagen van het papierpulp stoppen ze bladeren en bloemen. Hier maken ze niet alleen de paraplus van, maar ook lampionnen. Die zie je ook overal in Nyaung Shwe hangen. 

Drijvende tuinen

De bootman vaart door naar de drijvende tuinen. Dit is ook tof om te zien. Ik vraag me hierdoor wel echt af wat de bewoners  van dit meer er toe heeft gedreven dat zij hun leven zo hebben ingericht. Het lijkt me niet de makkelijkste manier van leven. Je ziet hier mensen aan het werk en bootjes vol met net geoogste groenten van de drijvende tuinen. 

Springende katten

Onze laatste stop van de dag werd het Jumping Cat Monastry, ik heb alleen geen springende kat gezien. Vroeger schenen ze dit hier wel te doen, maar tegenwoordig liggen de dieren gewoon te chillen in het zonnetje. Heel slecht, maar we waren blij dat het er bijna op zat. Dit was echter wel een leuke stop, maar dat vind ik al snel als er katten zijn. Je kon hier rustig rondlopen tussen de monniken, die de dieren duidelijk goed verzorgen. 

Het was niet erg op terug te gaan naar Nyaung Shwe, ik heb me uiteindelijk wel vermaakt, maar ik had het beter naar mijn zin gehad als we niet zo gaar waren geweest. Helaas pindakaas! In het guesthouse doen we een tukkie, we worden oud... Daarna gaan we de tijd in Nyaung Shwe nog even afsluiten bij Ginki, de volgende dag gaan we naar de volgende stop:

 

Kalaw!

0 Berichten

Regenseizoen

Mijn voeten zijn 's nachts helemaal lek geprikt door de muggen, wat heb ik slecht geslapen. Als ik de gordijnen open trek, blijkt het ook nog eens keihard te regen. Wat een domper. Chagrijnig gaan we naar de ontbijtzaal. Een soort pannenkoeken met  curry en een stapel fruit worden voorgeschoteld. Ik ben niet zo een ontbijter en ik krijg het moeilijk weg, al is het hartstikke lekker. 

 

Het blijft keihard gieten en knorrig ga ik weer mijn bed in, gelukkig hebben we nog wel even in Nyaung Shwe. We vallen in slaap en worden pas om half 1 weer wakker. De lucht trekt open en het stopt met regenen. Wat een timing. Snel huren we weer twee fietsjes en gaat op pad. 

 

We gaan op zoek naar een grot tempel even verderop. We fietsen heuvels op en af door de blubber en zien weer een hoop van het gewone leven in de buurt. Wanneer we even op een bankje zitten komt er een man bij ons staan. Hij is de betelnut aan het kauwen, waar ze vieze rode tanden van krijgen en een overschot aan speeksel. Het is echt heel goor. De man is wel vriendelijk en verteld ons alles over Lake Inle en heeft een kaart bij zich. Hij heeft zelf ook een boot, maar dringt  niet aan om ons rond te gaan varen. We geven gelijk aan dat we al geboekt hebben via onze guesthouse en daar neemt hij genoegen mee. Wat ik mooi vind is dat hij nog steeds vriendelijk is en blijft vertellen over de omgeving, hij doet het niet als verkooppraatje, maar is oprecht trots op de plek waar hij woont. 

 

We rijden nog een stuk verder, maar kunnen de grot tempel niet vinden. Wel zien we een hoop straathondjes, waar heel Nyaung Shwe eigenlijk vol mee loopt. Het is echt zielig, maar je ziet duidelijk dat de lokale bevolking niet slecht is voor de dieren. Ze laten eten voor ze achter en halen nooit naar ze uit. Ik ben wel weer klaar met fietsen (chagrijn) en wil terug naar het dorp. We fietsen door een ander deel dan waar we eerder geweest zijn en komen een pizzaria tegen. Gijs heeft altijd zin in pizza, dus daar stoppen we. De zwerfhondjes lopen langs de tafels te bedelen. De pizza is heerlijk en Gijs is door het dolle. In Myanmar maken ze betere pizza dan in Italië verkondigd hij. Als we nog druk aan het kauwen zijn, komt er ineens een paard aangelopen. We zoeken nog even of we ergens een eigenaar zien, maar als die er al is dan is deze nergens te bekennen. Heel raar, zit je aan je pizza, staat er een meter verderop, langs een drukke weg ineens een paard te grazen. Door de straten van Nyaung Shwe rijden een soort tractoren met open motorkap. Deze maken een snoeihard knetterend geluid en je ziet de band draaien die de motor aan het werk houdt. Deze karretjes vullen de brandstof tanks van de generatoren bij. In sommige straten hangen zelfs bordjes dat de knettertrekkers verboden zijn. Eigenlijk zitten we wel lekker, maar als we nog een biertje willen bestellen, krijgen we in plaats daar van de rekening. Dit gebeurde ons gisteren bij Ginki ook al... 

Taunggyi Lichtjesfestival

Bij de guesthouse vragen we hoe we bij het lichtjesfestival kunnen komen. Toevallig is dat de hele week wanneer wij in Nyaung Shwe zijn. Het lijkt me mooi zo een traditioneel festival mee te maken. De eigenaar van Aquarius regelt dat we door een pickup worden opgehaald. Ik hoop niet dat hij een echte pickup bedoelt, want ik vrees dat we het niet helemaal droog zullen houden. Niet veel later staat er een busje vol knorrige toeristen voor de deur. Dat was snel! En geen pickup!

 

We rijden schuddend naar een resort, waar we twintig minuten moeten wachten op twee mokkels uit een van de luxe huisjes, wat een houding. Ze bieden ook niet eens hun excuses aan dat ze ons zo lang hebben laten wachten, bah. Hoe dichterbij we bij Taunggyi komen waar het festival plaats vind, hoe meer feestjes we tegen komen. En dan wel in de achterbak van de auto's. Jongens staan te dansen in pickup trucks. Ik begin er aan te twijfelen hoe traditioneel dit festival zal zijn... 

 

Bij een blubberig parkeerterrein worden we afgezet en om twaalf uur worden we daar weer verwacht. Al snel staan we midden op een soort Koninginnedag braderie met kermis. Ik ben behoorlijk verrast. Het is druk en er zijn niet veel westerse mensen. Er zitten wel veel bedelaars op straat, ook met kinderen. Hoe die er bij liggen is niet helemaal oké en ik vrees dat ze wat verdovende middelen hebben gekregen. Ook heeft een van de bedelaars een stomp waar ooit een onderbeen zat. Hij vond dit geen probleem en had besloten hier maar kaarsjes op te gaan branden, echt een wtf momentje. Zijn been zat onder het druipende kaarsvet. Ik weet niet of hij hierdoor meer geld zal binnenhalen, maar het trok wel mijn aandacht. 

 

 

 

 

Zuipschuur

Het is wel heel erg druk en iedereen loopt tegen je aan te hangen. We waren gewaarschuwd door de Aquarius eigenaar voor zakkenrollers, dus ik was hier een beetje huiverig voor. We zien een grote ruimte waar Myanmar Beer gepromoot wordt, Daar gaan we naar binnen. Het staat vol met plastic stoeltjes en je kunt grote pullen bier bestellen. We gaan een beetje achteraf zitten, de rest van de bezoekers zijn allemaal lokalen. Op een podium aan de andere kant van de ruimte vinden optredens plaats. Ik heb inmiddels wel door dat het niet het rustige, eerbiedige oplaten van lantaarns was zoals ik in mijn gedachten had, maar dit was best een aangename verrassing. 

 

Even later komen er een man van een meter of twee en zijn vriendin aangelopen. Ze zijn ook wit, net als wij en blijkbaar schept dat een band. Ze komen bij ons zitten en nemen een grote tap met bier met zich mee, dat schept bij mij meer een band. De grote man is Scott uit Australië die op bezoek is bij zijn vriendin Inez, uit Portugal. Zij is al een half jaar een vrijwilliger in een ziekenhuis in het noorden van het land. Heel tof. Nu reizen ze samen rond en vieren vakantie. Het is gezellig en helemaal niet ongemakkelijk.

 

Het toilet is wel een beetje freaky, je loopt zware rubberen flappen door en komt aan de achterkant van het podium uit. Hier is het donker en er zijn een aantal krotten te zien. Het toilet is een houten hok, met een deur die niet dicht kan. Gelukkig ben ik tegenwoordig getraind in het plassen op de hurktoiletten en kan ik het ook in het donker. Een paar jaar geleden was ik denk ik gaan huilen. Ik heb vaak last van mijn blaas en moet op de meest onhandige momenten naar het toilet, soms houdt dit in dat ik het buiten moet doen en dan zit er niets anders op dan te hurken). 

Er wordt nog een tap bestelt en halverwege verdwijnen Inez en Scott de dansvloer op. Al snel komen er wat lokale jongeren die vragen of ze bij ons mogen zitten. De rest van de tafels zit zo goed als vol, naast ons zit een man in zijn eentje aan een tafel, hij blijft bier bestellen en er staan zo een vijf glazen halfvol voor zijn neus. Zijn hoofd ligt al op de tafel. Omdat het zo druk is gaat het personeel hem vragen of hij kan opzouten, hij giet alle restjes bier in een plastic cola fles die hij bij zich heeft. Het personeel helpt hem een handje. Ondertussen zijn er een stuk of zes jonge Myanmarinezen bij ons aangeschoven. 

 

We proberen een gesprek te voeren, maar dit lukt niet echt. Met een beetje gebarentaal komen we een eindje, maar het gesprek bestaat vooral uit "Happy?" en "Yes, very happy!". Toch hebben we het allemaal naar ons zit. Op het podium staan ineens danseressen met hun kont te schudden op Booty van Jennifer Lopez en Iggy Azalea, ik was even in shock. Achter ons worden er dan eindelijk wat  lantaarns opgelaten. Grote gevaarten met daaronder vuurwerk gebonden dat vonken over het publiek sproeit, niet de meest veilige situatie, maar het is wel mooi.

 

Er wordt eten bestelt en ik krijg een soort stokjes van gedroogd vlees voor mijn neus. Het smaakt heel lekker met bier, maar ik ben er nog niet achter gekomen wat het nou precies is. Vervolgens staat er ineens een schaal met pittige kip op tafel. We kopen maar een rondje bier voor de tafelgenoten, want wij worden helemaal volgepropt door ze. Een vrouw met een baby komt aangelopen, ik weet niet wat ze allemaal zegt, maar het meisje dat bij ons aan tafel zit, schenkt hele slokken bier bij de baby naar binnen. Heel apart, mijn mond valt open, maar je kan er moeilijk wat van zeggen. Als Gijs even naar het toilet is, moet ik 180 keer op de foto, er ontstaat een hele groep om  me heen. Ik vind het niet zo leuk meer, maar gelukkig komt Gijs al snel terug.  

 

Het is echt ontzettend gezellig, maar uiteindelijk zijn we maar weer gaan lopen. We hebben nog een klein uurtje voor we naar de auto moeten en we willen nog een rondje over het terrein. We lopen over de kermis en zien dat overal waar je iets kan winnen, vooral flessen drank in de prijzenkast staan. Gijs besluit een rondje ballen te gaan gooien en trekt gelijk veel publiek. Ik en de omstanders moedigen hem luid aan en ja hoor, hij wint de allerlelijkste knuffel OOIT! Maar toch accepteer ik zijn token van liefde en doop hem Ming, van Minglabar wat goedendag betekent. Ik weet niet waarom, maar Gijs heeft een hekel aan arme Ming. 

 

Langzaam lopen we terug naar de auto. Er wordt weer een lantaarn opgelaten. Ik probeer hier een foto van te maken en heb niet door dat we de enige zijn die pal onder het ding staan. Het vuurwerk gaat aan en er vliegen stukken en vonken alle kanten op. Levensgevaarlijk. 

 

Eenmaal bij de auto blijkt onze chauffeur te dronken om te rijden. Eigenlijk is hij zelfs te dronken om te kunnen lopen. Er is een nuchtere vriend meegekomen die hem de auto in hijst en ons terug zal rijden naar Nyaung Shwe. Ik probeer te slapen, de volgende ochtend moeten we vroeg op. Door het geschreeuw en gelal van de chauffeur wil dit niet echt lukken. Anderhalf uur later worden we voor de deur van de guesthouse afgezet. Het hek is dicht en we bellen aan. Maar er komt maar niemand. Het wordt een beetje onheilspellend als er een stel zwerfhonden naar ons toe komt. Ik probeer ze te kalmeren, maar ze blijven maar blaffen. Op een gegeven moment bijt er één in mijn been en vervolgens in mijn been. Het is niet hard, maar ik schrik er wel van. Ik ga liever zonder rabiës naar huis. Op dat moment verschijnt de eigenaar eindelijk, hij is nors en duidelijk uit zijn slaap gehaald. Hij had ook gewoon een sleutel van het hek kunnen geven... Eén minuut en tientallen keren sorry later liggen we in ons bed. Binnen twee seconden ben ik knock out!

0 Berichten

Fietsen door Nyaung Shwe

We hebben lekker uitgeslapen op onze keiharde bedjes. Ik zou bijna willen zeggen dat ze nog kunnen concurreren met de bedden uit het hostel in Bratislava, maar nee ik denk niet dat die zullen worden overtroffen. 

 

De douche blijkt toch best een beetje horror te zijn, de hele vloer loopt vol met water en later vertelt Gijs me dat hij een kakkerlak uit de afvoer heeft zien lopen. Ik ben blij dat hij me dat pas achteraf heeft vertelt!

 

Volgens mij heb ik nog wel een beetje last van een jetlag, een vaag gevoel op de achtergrond alsof ik er niet helemaal bij ben. Als Gijs gaat douchen ga ik heerlijk in het zonnetje mijn boekje lezen. Ik had gelijk, de vakantie is nu echt begonnen. 

 

We gaan op zoek naar ontbijt, die van de guesthouse hebben we gemist. We lopen naar Chillax, duidelijk een toeristen restaurantje, maar het maakt me niets uit, ik wil echte koffie. En die hebben ze hier! Het eten is gelukkig ook goed! Bij een winkeltje naast  Aquarius huren we twee aftandse fietsjes om de omgeving te gaan verkennen. Hopelijk klopt deze kaart beter dan die we in Yangon gebruikt hebben... 

Zadelpijn

Het is wel even wennen om hier te fietsen, de vrachtwagens die je hard voorbij rijden en dan nog naar je gaan toeteren, de kinderen die enthousiast naar je zwaaien, maar het is een goede manier om de omgeving te zien. Mannetjes staan met zeisen op het land te werken, gezinnen zijn zich in een beek aan het wassen en opeens fiets je tussen de koeien. We zijn op weg naar Red Mountian Estate, een wijnboerderij. Iets wat we normaal gesproken nooit zouden bezoeken lijkt ons hier ineens leuk... 

 

We denken weer dat we verkeerd zijn gereden. In de brandende zon staan we te kibbelen als we ineens even verderop een bord zien waar de wijnboerderij op aangekondigd staat. We fietsen verder. Gijs wijst we heel leuk even alle gigantische spinnen aan die hij ziet. Ik ben gelijk alert! Onderaan de heuvel parkeren we onze fietsen. Er komen verschillende fanatiekelingen langs die op hun mountainbike de heuvel beklimmen, nou mij niet gezien. We moeten wel lachen als we horen dat het Nederlanders zijn, typisch. 

 

Bezweet sta ik boven aan de heuvel en duik het terras op. Er is alleen nog plek in de zon, daar doen we het maar mee. We houden de andere tafels in de gaten, mocht er een plekje vrij komen. Dit duurt gelukkig niet lang, maar de bediening laat aardig op zich wachten. Het uitzicht is gaaf, je kunt het hele dal overzien en Lake Inle schittert in de zon. Her en der zie je de gouden pagoda's blinken. 

 

 

We bestellen een wijntje (Inlay Valley Wine) en wat koels te drinken. Nu kunnen we even genieten en bijkomen. Voor onze kattenoppas nemen we een flesje mee, waar we fijn de rest van de vakantie mee kunnen gaan slepen. 

Race tegen de klok

Wanneer we weer vertrekken is al wat meer bewolkt. We besluiten verder te gaan fietsen. Op de kaart is te zien dat er niet heel ver verderop een tempel zou moeten zijn. Een oude, vervallen en verroeste tempel is het enige dat we vinden. Ik kan me bijna niet voorstellen dat dit het is, maar eigenlijk kan het niet anders. Een klein beetje een tegenvaller. We gaan nog verder om te kijken of we bij Inle kunnen komen. Ineens krijgen we door dat het al begint te schemeren. Dat is niet de bedoeling! Hier staan nergens lantaars en met al die vrachtwagens durf ik echt niet in het donker te gaan fietsen. Hysterisch fietsen we terug, al is de terugweg ineens een stuk langer dan de heenweg, toch heel vreemd. Uiteindelijk zijn we in de bewoonde wereld als de zon onder is. Mijn kont is inmiddels afgestorven. 

 

De fietsen brengen we terug naar onze buren en we gaan eindelijk normaal avondeten, voor het eerst in drie dagen. Een straat verderop bij de Belu Bar gaan we naar binnen. Het is een beetje fancy voor mijn gevoel, maar het ruikt er heerlijk. Allebei bestellen we Young Coconut Chicken Stew. Het is lekker, maar wel een beetje saai helaas. 

 

Het is tijd voor een cocktail! We gaan naar Ginki Cafe, een heel relaxte tent waar je ook weer op de eerste etage kunt zitten en een beetje het dagelijks leven van de Nyaung Shwe-nezen kunt bewonderen. Er speelt een live bandje op de begane grond, waar we van mee kunnen genieten, terwijl we de supermarkt aan de overkant aan het observeren zijn. De jagende hagedis op de gevel is ook heel interessant. Het is heel gezellig en pas vele biertjes later duiken we ons bedje in. 

0 Berichten

Heho Let's Go

Om 7 uur worden we wakker van de wekker, bah! Ik heb heerlijk geslapen en de maagkramp is gelukkig voorbij! Beneden kunnen we ontbijten en er is een ruime keuze. De koffie durf ik niet aan, maar op de kamer staat een waterkoker en ik heb instant cappuccino meegenomen! Er ligt fruit, nasi, ei, toast, aardappels en ga zo maar door, heerlijk. 

 

Snel even cappuccino op de kamer en douchen. De tas is zo weer ingepakt. Ik heb even gegoegelt en ben erachter gekomen dat er om de hoek nog een ATM zit. Het is een minuut of tien lopen, maar we hebben weer 300.000 Kyat, hiep hoi!

 

De schattige portier, die continu de deur open en dicht doet voor de gasten met een buiging, regelt een taxi voor ons. De heen weg had ons 20.000 Kyat gekost, terug naar het vliegveld kost ineens maar 9.000 Kyat... Laat je niet belazeren! Deze taxi was wel een stuk smeriger, er ligt een fles drank naast de chauffeur en in mijn deur liggen uitgekauwde blaadjes van de betelnut. Door de chauffeur worden we afgezet bij de Domestic Terminal.

 

Onze balie is nog dicht en we gaan maar even bij een eettentje buiten zitten. Inmiddels is het namelijk alweer tijd voor de lunch. Hier bestel ik een ijscappuccino, wat mijn verslaving van de vakantie zal gaan worden. 

 

We moeten best lang wachten, maar kletsen wat met een Canadees die ons heel dapper vind. Waarom is me niet helemaal duidelijk, maar blijkbaar kan hij alleen overleven in hotels en wanneer hij al zijn tickets al heeft geboekt. Zo dapper zijn wij niet, ik heb het meeste van onze reis gewoon uitgestippeld. Ik word nerveus als ik niet weet waar ik zal gaan slapen en ik vind het echt knap als mensen zonder iets te boeken naar een land vertrekken. 

Proppelors

Uiteindelijk zijn we ingecheckt, wat best rommelig ging. Met vijf man zijn ze alles aan het uitpluizen en aan het brabbelen in het gekke taaltje. Hierdoor krijg ik even het idee dat het niet goed geregeld is, maar het is oké en we krijgen een mooie sticker van Yangon Airways opgeplakt. Geen idee wat het doel ervan is. Deze maatschappij heeft trouwens wel een beetje een gekke slogan, You're save with us. Dan ga ik toch een beetje twijfelen, als dit zo benadrukt moet worden. 

 

We hebben nog een uur en gaan voor de terminal op een trappetje zitten. Gijs wijst me er even op dat alle rode vlekken die ik zie zitten, spuug zijn van mensen die op de betelnut kauwen. Heel fijn, hier had ik niet bij stil gestaan, ik dacht dat het iets van verf was...

 

Bij de security word ik keihard uitgelachen, de douane wil mijn naam uitspreken, maar het lukt hem niet. Als ik het hem voordoe, ligt hij helemaal dubbel, heel komisch. Na een half uurtje worden we een bus ingeladen, Gijs past niet in de kleine stoeltjes! Maar hij is wel heel blij als hij ons vliegtuigje ziet. Hij loopt altijd te piepen dat hij in een proppelor vliegtuig wil, nou hier staat er één voor ons klaar! 

Nyaung Shwe

We landen al snel op Heho Airport, wat vlak bij ons volgende eindpunt ligt, Nyaung Shwe. Op het vliegveld moeten we even wachten op onze bagage, die los de aankomsthal in wordt gebracht. Gijs en ik wachten geduldig, terwijl alle andere haastig hun spullen weg grissen. Ik snap niet waarom iedereen altijd vooraan moet staan bij dit soort dingen, maar goed. Met de tas op onze rug lopen we het kleine vliegveldje uit en worden overspoelt door schreeuwende taxichauffeurs. We kiezen de rustigste en die brengt loodst ons uit de drukte. 

 

De taxichauffeur is een kletskous die ons van alles vertelt over de omgeving. Als Gijs vraagt of er veel dieren in de omgeving zijn geeft hij aan "Nee niet veel dieren wel veel mensen. Vooral veel mannen. En de vrouwen die er zijn, die zijn nog lelijk ook! Let maar op!". Ik moet bekennen dat dit me niet is opgevallen, het waren gewone mensen en volgens mij evenveel mannen als vrouwen. We stoppen bij een mooi uitzicht punt, er zijn hier veel heuvels en het is totaal anders dan de omgeving van Yangon. Bij een soort grenshutje moeten we toegangspassen komen om het gebied in te mogen. Ik weet niet of dit nou oplichterij is, maar de chauffeur geeft aan dat het ten goede komt van de scholen, ziekenhuizen en kloosters in de buurt. Ik hoop het maar...

 

De chauffeur vraagt of hij even langs zijn broer mag rijden, die heeft een bedrijf dat boten verhuurt op Lake Inle. Dit grapje kennen we al van Indonesië, maar we doen enthousiast en nemen zijn kaartje aan. We geven aan dat we nog niet kunnen boeken omdat we nog niet weten wanneer we het meer op willen. Dit is prima en zo hebben we de man snel afgewimpeld. 

Aquarius

Onderweg zien we al een hoop toeristen, althans vergeleken met Yangon. Je ziet nog steeds meer lokale bevolking dan dat er toeristen rondlopen. Ons volgende verblijf komt in zicht, Aquarius Inn. Wanneer de taxi stopt komt er gelijk een stel jonge meiden aanrennen die onze tassen, die ongeveer zo groot zijn als de meisjes zelf, uit de kofferbak sleuren. We rekenen af met de vriendelijke chauffeur en volgen de dames het terrein op. De tuin is supermooi, met veel groen en overal zitjes. We worden naar het hoofdgebouw gebracht, wat volgens mij ook de woonkamer van het gezin is. Er loopt een baby rond en een omaatje zit tv te kijken.

 

Voordat we naar onze kamer gaan, worden we op het terras neergezet. We krijgen een welkomstdrankje, een bord fruit met honig en wat onbekende nootjes. Het is een soort kruizing tussen een pinda en een pistache nootje. Als we meer dan genoeg gegeten en gedronken hebben laten ze ons de kamer zien. Het is relatief netjes, de badkamer is wat verouderd en lijkt hierdoor vies. Ik word er een beetje ongemakkelijk van, maar ik zal het ermee moeten doen. De bedden zijn keihard, maar heel ruim.

 

We gaan een rondje lopen door het stadje en het doet me een beetje denken aan het wilde westen. Het is heerlijk rustig en al snel komen we in een straatje met wat restaurantjes en cafés. We kiezen er eentje met uitzicht, maar daar zijn we wel de enige. Tegenover het terras op de eerste etage ligt een rolschaatsbaan, heel erg grappig. Alle stoere jongens van het dorp zijn hier te vinden. Sommige halen truukjes uit, andere staan langs de kant sigaretjes te roken. Eén heel stoer jochie rookt er wel twee tegelijk. Komisch, hier vermaken we ons wel.

 

Met een biertje en grappig uitzicht komen we een beetje tot rust. Ineens valt overal de stroom uit. Hier had ik al over gelezen. De serveerster, die volgens mij geboren is als een jongen, rent de trap af. Er klinkt een hard gebrom en getik en het licht gaat weer aan. Ze heeft een generator aangezet. Overal hoor je de generatoren loeien en gaan de lampen weer aan. Uiteindelijk drinken we misschien toch één biertje te veel.

 

Terug bij de guesthouse gaan we nog even bij één van de zitjes hangen. Een graatmagere kat, die ik al snel Graatje noem, komt bij ons zitten. Ze is heel aanhankelijk en ik kan het niet laten haar gewoon te aaien. Ik vrees dat ze onder de vlooien en andere smerige dieren zit, maar ze is zo hard aan het spinnen en zo aandoenlijk, dat het me niet boeit.

 

Als ik niet veel later in bed lig, heb ik eindelijk het idee dat de vakantie echt begonnen is! 

0 Berichten

Welcome to the Golden Land

Om een uur of zes zijn we geland in Singapore, waar we moeten overstappen op een vlucht naar Yangon. We hebben een goede aansluiting en hoeven niet lang te wachten. We mogen van onze terminal met een skytrain naar de volgende terminal. Dit gaat lekker snel. 

 

Deze vlucht doe ik erg mijn best om te gaan slapen, maar het lukt niet echt. Ik heb nog steeds last van maagkramp van het vliegtuigvoer. Vlak voordat we gingen landen werd ik wakker en kon de gouden pagoda's al onder ons zien liggen. Wat een uitzicht!

 

Bij de immigratie moeten we lang wachten en wat werd ik hier nerveus van. Je zal maar tegen gehouden worden en terug moeten gaan naar Nederland! Van te voren heb ik via een website onze visums geregeld. Er is in Nederland geen ambassade, dus je moet kiezen, of naar Brussel, of via internet. Natuurlijk komen we gewoon door de controle, anders was het een kort verhaal geweest. 

Domestic Flight

We lopen gelijk door naar de pinautomaat, waar we Kyats uit de muur trekken. Het maximum is veel lager dan we verwacht hadden, maar 300.000 Kyat wat neer komt op 200 Euro. Ach het zal vast goed gaan komen. We struinen over het vliegveld en gaan naar de Domestic terminal, waar we tickets proberen te kopen voor de volgende dag. Dan willen we doorvliegen naar Heho om naar Lake Inle te gaan. Het is er donker en druk. De verschillende balies zijn van karton, wat best lachwekkend is als je net uit het luxe International Terminal deel komt.  Ze zijn niet heel erg behulpzaam, ze proberen het wel, maar er blijkt best een taalbarrière te zijn. We besluiten naar het hotel te gaan, misschien kunnen zij ons helpen. 

 

We worden overspoelt door schreeuwende taxi chauffeurs, daar heb ik zo een hekel aan, maar het is niet anders. Snel kiezen we er eentje uit (iene miene mutte) en deze neemt ons mee naar zijn wagen. Een jong jochie gaat achter het stuur zitten en verteld ons onderweg over de stad. Ik kan het allemaal nog niet helemaal in me opnemen. Yangon is prachtig, de kleuren van de koloniale gebouwen, de planten die hier tegen op groeien en de gouden torens van de pagoda's die overal te zien zijn. Ik had dit niet verwacht. Ik had me voorbereid op een soort Jakarta, met een miljoen scooters en saaie gebouwen. Druk is het wel, maar dat is eigenlijk de enige overeenkomst. 

 

Een half uurtje later staan we voor ons hotel, Bond. We zijn wat te vroeg, onze kamer is nog niet klaar en we moeten nog even wachten. We gaan zitten voor het hotel, onder het kleine afdakje en kunnen nu wel een beetje relaxen. Er komt altijd zo veel op je af als je op een nieuwe bestemming aankomt. Ik word er altijd een beetje kribbig van. Het begint keihard te regenen en hele stromen lopen er over de straat. 

 

Onze kamer is klaar, het is erg netjes, maar er is geen raam, waardoor je wel een beetje een opgesloten gevoel krijgt. De badkamer is schoon en we hebben een tv met HBO, wat een luxe. Ik verwacht niet dat we het heel laat gaan maken. We nemen snel een douche. In eerste instantie lukte het me niet om de douche aan te krijgen, ik loop te prutsen en te mopperen als Gijs de deur open trekt. Ineens gaat het onding toch aan en ben ik zeiknat. Nu heeft hij nog iets waar hij me om kan uitlachen... 

 

Bij de receptie staat een jongen en we vragen hem of hij ons wil helpen met de tickets naar Heho. Geen probleem, een half uur later hebben we plekken op een vlucht de volgende dag. We moeten alleen wel contact betalen, dit kan niet met de creditcard. Daar gaan al onze Kyats. Gijs weet dat er bij de Schwedagon Pagode een ATM zou zitten. Op de kaart lijkt dit niet ver. Het is gestopt met regenen en we besluiten er heen te lopen, zo krijg je ook het meeste mee van de stad zelf. 

 

De stad is echt wel heel tof, overal zijn buitenkeukens en zitjes, het is duidelijk dat de miljoenen inwoners niet in hun huis leven, maar dat het leven in Yangon zich voornamelijk op straat afspeelt. 

 

Ik heb nog wel veel last van mijn buik en moet soms zelf even gaan zitten. Het is benauwd en ik word nu al kriegel van de taxichauffeurs die om de vijf meter naar ons toeteren. Ik snap dit echt niet, als we een taxi willen dan roepen we vanzelf wel! Ik ben gewoon een beetje chagrijnig. Ik denk ook steeds dat ik apen hoor, heel vreemd. Ik wist niet dat die hier rond liepen. Dit blijkt later ook niet zo te zijn! De kraaien hier schreeuwen de hele dag en het klinkt als de roep van een aap. Hier word ik wel weer een beetje vrolijk van en de schreeuwende vogels zijn al snel omgedoopt tot Krapen.