Een spin, kopi en tempels

Ik ben zo blij dat we naar Uma Kutuh zijn vertrokken, echt een geweldig verblijf. Ik heb goed  geslapen, ondanks de ruzie die ik met de klamboe had. Als we voor onze kamer gaan zitten om wakker te worden, komt meneer Uma gelijk aan met een heerlijk ontbijtje, geniaal. 

 

Om half negen staan we klaar om met hem op tour te gaan. De vorige dag hebben we gevraagd of hij ons wat plekken wil laten zien, geen probleem! Hij rijdt ook een stuk relaxter dan Edy the Chicken Killer.

 

 De eerste stop is... een sarong winkel... We maken een vrouwtje heel blij door vier stuks bij haar te halen. "First money is lucky money" zegt ze lachend. Dit zullen we nog wel vaker horen in Azië. Met onze sarongs om gaan we in de auto zitten. Meneer Uma komt niet meer bij, we zijn al bij de eerste tempel, we moeten gewoon verder lopen. De sukkeltjes. 

 

 

Goa Gajah

Allereerst komen we uit bij een vijver met fonteinen. Het wat sneu, de vissen moeten hier op hun zij zwemmen omdat ze anders niet helemaal onder water komen. Arme diertjes. 

 

Even verderop in de 'olifantengrot'. Deze is zo genoemd door de mannen die hem hebben 'herontdekt'. Zij dachten dat het een olifantenhoofd was, dat is uitgehouwen uit de rotsen. Maar eigenlijk is het een monsterhoofd, dat met zijn handen de grot open houdt. 

 

Binnen is het pik donker en met onze mobieltjes proberen we onze weg te vinden. Echt heel boeiend is het niet. Er staan wat gezichtloze beelden met sarongs aan, met daarvoor een aantal offertjes. Misschien missen we wel wat... maar we kunnen niets anders vinden. 

Jungle

Als we uit de grot komen zien we een groepje mensen die een tourguide een pad op volgt, het bos in. We gaan achter ze aan en belanden in een prachtige tuin. We lopen wat rond en Gijs en ik raken Max en Nanouk kwijt. Na wat dwalen komen we bij een pad dat naar de 'jungle' leidt. Een mannetje staat met een inschrijfboek en vraagt een donatie. Nou prima, ik wil wel weten wat verderop nog te zien is. We zien dat Max en Nanouk hun namen ook in het boek staan, die komen we straks vast nog wel tegen. 

 

Het is een beetje een gek weggetje, het is smal en gaat soms dwars door de beplanting heen. Toch lopen we door... tot ik een gigantische (vind ik althans) wagenwielspin zie hangen. Ik durf niet verder en sta vijf minuten te jammeren, terwijl Gijs gewoon verder loopt. Ik wil eigenlijk terug gaan, maar dat kan ik echt niet maken. Er komt een guide voorbij, met een groepje mensen die me keihard uitlachen. "No poison" zegt hij en probeert me gerust te stellen. "No but its's still big!"... 

 

Uiteindelijk ren ik gillend onder het monster door en glij bijna de heuvel af naar beneden. Niet heel slim, maar ik vind mezelf behoorlijk dapper. We lopen door, maar ik ben niet zo relaxt als hiervoor, ik hoor overal dieren in de jungle. We spotten Max en Nanouk, die al op de terug weg zijn. We kunnen nog een klein stukje verder. 

 

We komen bij een smal en krakkemikkig trappetje die langs de heuvelwand naar beneden gaat. Glibberend op mijn slippers ga ik naar beneden. Uiteindelijk komen we bij een riviertje, echt een hele mooie plek! Ik heb de as van mijn moeder natuurlijk bij me en deze wordt gedumpt in het water. 

De terugweg gaat een stuk soepeler. Ik ben keihard, zonder te kijken, voorbij de spin gerend. Dit kost me opnieuw bijna mijn leven, ik glijd weer uit op de bemoste stenen. 

Gunung Kawi

De volgende stop is de rotstempel, Gunung Kawi. Deze tempels zouden zijn uitgekrabd door een reus... Heel gaaf, maar wat haat ik al die trappen hier, intens... Het idee dat mensen (of een reus) dit allemaal uit de rotsen hebben uitgehouwen is wel bizar, wat een werk. Overal staan offertjes en altaartjes. Het water dat langs de tempels stroomt is heilig en mag niet aangeraakt worden. 

 

We gaan nog even aan de overkant kijken, waar nog vijf van die tempels te vinden zijn. Hier komen we uit bij een watervalletje. Gijs en ik nemen een avontuurlijke route terug, over de rotswanden, langs een rijstveldje. Bij een opdringerig verkopertje, langs de trappen, kopen we een haarklem, die ik binnen een dag al heb weten te slopen.

Pura Tirta

De laatste tempel van de dag, Pura Tirta Empul, een watertempel. Het is wel tof om te zien dat alle tempels die we tot nu toe hebben bezichtigd allemaal zo ander zijn. Bij deze tempel zijn er baden met een hoop kranen, waar mensen elke kraan afgaan, zichzelf wassen en dat helemaal rein weer naar buiten gaan. Eigenlijk had ik ook het water wel in willen gaan, maar het was erg druk en ik voelde me niet helemaal oké. Helaas... 

 

Op de weg naar buiten, nadat we weer flink wat rond gelopen hebben, komen we vrouwtjes tegen met banaantjes. Ze proberen ze aan ons te verkopen, maar we weigeren beleefd. Eén oud vrouwtje pelt een banaatje en geeft hem aan me. Ik wil het nog steeds niet aannemen. "Now it's open, taste it" zegt ze opdringerig. Sjonge dan neem ik wel een hap. "You try it, you buy it" roept ze zelfvoldaan. Serieus, wat een naaistreek. We komen een tasje vol met die kut banaantjes en worden in de auto uitgelachen door meneer Uma, Max en Nanouk (die konden door ons gestuntel snel doorlopen). Heel irritant, maar wees gewaarschuwd voor de bananenmaffia!

Koffie, koffie, koffie...

We stoppen bij een plantage van koffie en kruiden, Satria A Growisata. Ze hebben hier echter veel meer. Wanneer we door de tuin lopen geeft meneer Uma ons een uitgebreid verslag van wat er allemaal groeit. We zien ananassen, papaya, peppertjes, (kut) banaantjes, durian, ginseng en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik vind het echt leuk om te zien. We komen bij een aantal kooien met dieren er in die ik nooit eerder heb gezien, of van het gehoord. Het zijn de Luwaks, een soort katvosjes, zij eten 's nachts koffiebonen, poepen deze uit omdat ze de boontjes niet kunnen verteren en deze worden door de boer weer opgeraapt en geroosterd tot koffiebonen. Kopi (koffie) Luwak is één van de duurste soorten koffie ter wereld. Ik weet niet zo goed of ik de diertjes nu zielig moet vinden of niet. Achteraf heb ik wel een hoop nare verhalen gelezen... 

 

Meneer Uma brengt ons naar een hutje, waar een klein, oud vrouwtje bezig is met het roosteren van de bonen. Ze heeft volgens mij een oogje op Gijs en zit de hele tijd met haar tandeloze lach naar hem te kijken. We proeven een boontje, meneer Uma blijft maar snoepen, en stampen met een grote vijzel wat bonen tot poeder. Het is heel fijn om te zien hoe het spul, waar ik het meest verslaafd aan ben, gemaakt wordt. 

 

Uiteindelijk komen we uit bij een paar picknickbanken waar we worden neergezet, met een fantastisch uitzicht. Hier krijgen we het één en ander te proeven. We krijgen het hele assortiment voorgeschoteld, met daarbij een hele uitleg van waar het allemaal goed voor is. Ginseng thee "for the honeymooners", Rosella thee tegen maagklachten en hoge bloeddruk, Saffraanthee tegen menstuatieklachten en ga zo maar door. De chocolade is erg lekker! Natuurlijk proberen we ook nog even de kopi Luwak (Cat Poo Chino), waar je wel extra voor moet betalen, maar deze is wel erg lekker. Een beetje een aarde smaak, ik weet niet hoe ik het anders kan omschrijven. 

 

Na ons proeverijtje kopen we ook nog eens het hele winkeltje leeg...

 

Lang na ons bezoek kreeg ik berichten te horen over de wreedheden waarmee de plantages de 'Luwaks' behandelen. Ze vormen een bedreiging voor de civetsoort. Onderzoek voordat je gaat op wat voor plaats je terecht kom. Kijk verder dan je neus lang is. Mocht je ergens, waar dan ook, toch misstanden tegenkomen, schrijf erover, meldt het, doe iets!

Sawa's

Eigenlijk waren we er al best klaar mee, we zijn gesloopt. Toch hebben we nog één stop, de mooiste rijstterrassen, of sawa's van Bali. Echt net als in de films, zo bizar! 

 

Die avond eten we bij een veganistisch restaurant, waar je het moet vermelden als je vlees wilt eten. Dit was voor Gijs best fijn, die zat al vanaf dag 1 aan de spinazie in water en GadoGado...

Reactie schrijven

Commentaren: 0