Intens & Rebels is een blog over de avonturen van Gijs en Mandy. We houden er van om de wereld te verkennen. Of dit nu dicht bij huis is of wat verder weg. Hier vertel ik over onze belevenissen en ergernissen, maar ook over onze stommiteiten. Misschien vind je hier en daar nog wat handige tips! 

 

Het is niet zo dat ik de halve wereld gezien heb of de meest bijzondere reizen heb gemaakt. Nee, ik vind het leuk om te schrijven en leuk om te reizen, dus waarom niet combineren?

uitgelicht:


Nieuwste Artikelen:


Viva Valencia

Dag 6: Dinsdag 31 december 2020

Nadat Gijs vannacht bijna dood is gevroren van de airco en ik badend in het zweet wakker lag zitten we nu niet zo vredig aan het ontbijt bij Gabby’s Bed & Breakfast. We discussiëren knorrig over ons plan van aanpak voor die dag, maar laten het bij “we lopen wel gewoon naar de jeepney terminal”. Zo gebromd zo gedaan... We lopen richting de locatie die Google aangeeft, zodat we daar een kleurrijk busje naar het stadje Valencia kunnen pakken, dat even buiten Dumaguete ligt. 

 

We vinden een terminal met een hoop prachtige voertuigen en een bankje vol rimpelige oude mannetjes. We vragen of hier de jeepney naar Valencia vertrekt, maar ze schudden druk met hun hoofd. Ze proberen uit te leggen waar we dan moeten zijn, maar dit kan ik niet helemaal ontcijferen dus volgen we de richting van hun handgebaren. 

 


  Ons humeur wordt er niet beter op als we lang in de zon lopen zonder enig uitzicht op een andere terminal. Dan ben ik het zat en laat een tricycle stoppen. Ik vraag of hij ons naar de bushalte wil brengen, maar hij biedt aan om ons gelijk naar Valencia te rijden. Alhoewel ik eigenlijk heel graag in een jeepney had willen gaan, ben ik onze vertraging nu wel zat. Ik spreek af dat de vrolijke chauffeur ons voor 200 pesos meeneemt en iets opgewekter zit ik naast hem in de zijspan. 

 

Het windje doet ons goed en langzaam trekken we weer wat bij. We genieten van het uitzicht onderweg en Gijs vergelijkt dit terecht met Santo Antao, diepe groene dalen afgewisseld met heuvels. De drie eilanden die we tot nu hebben gezien lijken wel echt een andere persoonlijkheid te hebben. De chauffeur weet ons om te praten en ons voor nog eens 100 pesos naar Forest Camp te brengen. Geen idee wat  het is, maar ik neem aan dat een bewoner toch het beste weet wat tof is om te zien. 

 

Niet veel later, ik gok zo een twintig minuten, staan we op een parkeerplaats. Blijkbaar is Forest Camp een resort, waar je voor 120 pesos per persoon mag komen chillen. We lopen wat rond en het is echt wel heel tof! Er zijn ontzettend veel zwembaden, grote en kleinere, en je hebt er makkelijk eentje voor jezelf! Het is prachtig met de baden langs een riviertje tussen de begroeiing. We kiezen een pittoresk exemplaar uit en poedelen daar wat in rond. Dan drinken we natuurlijk nog even een biertje voor we terug gaan naar chauffeur Randy. 


 

Voor we de tricycle weer in gaan spreken we af dat hij ons voor 1000 pesos in totaal de hele dag zal gaan rondrijden door Valencia en omstreken. Ik heb gewoon geen zin meer om nu nog een andere chauffeur te gaan zoeken. Wij blij en Randy blij. Onze eerste stop is de Smoking Mountain. Dit zal wel als een verrassing komen, maar het is dus een rokende berg! 

 

Langs de weg ziet Gijs ineens kleine pluimpjes rook en damp uit de berg komen. Randy stopt de tricycle en we waggelen wat heen en weer langs de grote gele hekken. De geur van rotte eieren dringt mijn neus binnen, maar ik vind het niet zo smerig als ik had verwacht. Ik verwonder me er eerder over. We turen naar de kleuren van de berg en de belletjes die in de plasjes met heet water omhoog komen borrelen. Ik hou van dit soort gekke natuurverschijnselen. 

 

 


 

 

 

Next stop: Red Rock Hot Springs! Opnieuw is het tijd om het water in te gaan. Onderweg rijden we al langs rode rotsen waar de naam van de attractie vandaan komt. Midden tussen deze rotsen lijkt onze tricycle opeens te overlijden. Hij sputtert, valt uit en maakt geluiden die ik nog niet eerder uit het wagentje heb horen komen. Ik kijk Gijs bezorgd aan, maar Randy krijgt het ding toch weer aan de praat (nadat Gijs de wagen een berg op heeft geduwd) en zet ons af voor de ingang van de Hot Springs. 

 

Voor 60 pesos per persoon stappen we het kuuroord in, dat ooit is opgericht door een familie om te ontspannen, maar nu ook voor toeristen open is. Het is helemaal niet druk, wat ik eigenlijk wel had verwacht. We kleden ons om en gaan het water in. Het is serieus heerlijk! We doberen (ja alweer) wat in het warme water en proberen te ontspannen. Dit lukt op zich aardig, maar ik ga me helaas nog al snel vervelen. Als ik ga douchen merk ik dat ik onder de rode vlekken zit… de mineralen in het water geven behoorlijk af! Gijs zijn zwembroek is ook verkleurd (na een keer of 80 met de hand wassen is het er nog niet helemaal uit). 

 

Tip #6: Let op welke badkleding en handdoek je meeneemt naar Red Rock Hot Springs.

Als ik me zo goed mogelijk onder de handdouche heb weten af te spoelen komt Gijs naar me toe. Hij heeft Randy gesproken en de tricycle is dus toch overleden terwijl wij hier lagen te chillen. Dat voelt wel rot, niet alleen voor ons maar ook voor Randy die vanavond met Oud & Nieuw zou gaan werken. Snel kleed ik me aan en gaan we samen terug naar het stuk schroot en onze chauffeur. 

 

Tip #7: Neem geen tricycle naar Red Rock Hot Springs, dan kunnen die dingen helemaal niet aan! Zorg dat je een sterker exemplaar huurt in Valencia, of een auto pakt!

 

Randy geeft aan dat hij geregeld heeft dat een vriend ons op komt halen. “Is okay to go on motorcycle?” vraagt hij bezorgd. Nou, ik heb wel vaker achterop een motor gezeten dus dat is op zich geen probleem, maar ik hoop dat er ook een helmpje meegebracht wordt, denk ik op dat moment nog. Uhm… dat was een beetje naïef. Ongeveer een half uur later komt er een motor aangereden, waar ik er drie had verwacht (ja… serieus). Ik kijk nog eens goed zie dat het achterstuk van de motor is verlengd met een soort zitje van metalen buizen. 

 

Het blijkt dus dat we met vier!!! personen op deze motor gaan. Ik snap nog steeds niet waarom, maar ik ben gewoon achterop gestapt. Ik ga achter de chauffeur zitten, Gijs achter mij en tot mijn verbazing gaat Randy bijna op schoot bij de chauffeur zitten. Hij schuift in een soort amazone-zit op de tank (of iets daar voor) tussen de armen van de bestuurder. Echt bizar… 

 

Eenmaal op weg houdt ik de eerste tien minuten mijn ogen stijf dicht, ik ben zo bang! Ik voel het achterste wiel met enige regelmaat wegglijden door de los zittende stenen die op het stoffige pad liggen. Waarom doe ik dit? Denk ik voor de tweede keer deze vakantie. Gijs maakt er ook een potje van en houdt zich naar mijn begrippen niet stevig genoeg vast en ik voel hem bij elke keer dat we remmen half naar achteren storten, of althans in mijn beleving. Het is pure horror, maar uiteindelijk doe ik toch mijn ogen maar weer open. Dan rijden we wel op een verharde weg en dat voelt toch wat beter. Behalve dan dat ik met vier mensen op een crappy motor, zonder helm en in mijn shorts en shirt zit. 

 


Ergens wil ik vragen of we kunnen stoppen, dan pak ik verder wel een tricycle, maar aan de andere kant doen mensen dit hier de hele dag en elke dag. Hele gezinnen en boodschappen voor een maand worden op deze dingen van hot naar her gereden, waarom zou het nu juist mis gaan. Toch verschijnen die krantenkoppen ook in mijn hoofd: ‘Twee domme Nederlandse toeristen overleden door ongeval met motor’. Tussendoor vraagt Randy nog even hoe het gaat. ‘It’s fucking scary!’ krijs ik in het oor van onze bestuurder. 

 

Afijn, aangezien je dit leest blijkt wel dat we heelhuids zijn aangekomen bij Gabby’s Bed & Breakfast. Okay niet helemaal ongeschonden, want ik mijn opluchting hops ik nogal enthousiast van de motor af en brand ik me aan de uitlaat. Lekker typisch weer… We bedanken Randy en de bestuurder en nemen afscheid. 

 

Even opfrissen en vieren dat we nog leven, het is oudjaarsavond! We zoeken ons rot naar een restaurant dat open is en ook nog eens iets zonder vlees of vis serveert. Na meer dan een uur lopen we naar binnen bij Neve’s Pizza waar ze nog hysterisch druk bezig zijn om volgens mij heel Dumaguete te voorzien van pizza’s. Het duurt dan ook verdomd lang voor we onze pizza’s hebben en nog langer voor we onze limonade hebben, echt belachelijk. Zo snel als we kunnen rennen we hier ver vandaan en strijken neer bij Hayahay aan de boulevard. 

 

Het is hier al een gezellige boel, maar ook hier zijn ze weer, die dikke, oude, witte mannen die we overal weer tegen het lijf lopen. Ik kan mijn ogen er op de één of andere manier niet vanaf houden. Zij en hun veel te jonge Filipijnse vrouwtjes en ladyboys intrigeren me. Ik probeer niet te veel te staren als ik samen met Gijs de ene na de andere Red Horse biertjes weg werk. 

 

We blijken een top locatie uitgezocht te hebben om het nieuwe jaar in te luiden, rond elf uur gaan de personeelsleden van Hayahay druk aan de slag om de hele boulevard vol vuurwerk te zetten. Volgens mijn telefoon en die van half Dumaguete is het al vijf minuten eerder 2020 dan hier bij Hayahay en dat zorgt ervoor dat we zelfs twee keer juichen, springen en iedereen een gelukkig nieuwjaar wensen. We staan onder de exploderende vuurpijlen en zien ook aan de overkant van het water allemaal vuurwerk de lucht in gaan. Het is echt supertof om te zien! Ik stuur al mijn lievelingsmensen berichtjes en gaan nog even los, voor we rond twee uur afdruipen terug naar het verblijf. Wat een dag! 

 

 

 

Manigong Bagong Taon!

 

0 Berichten

Duma-get-me

Dag 6: Maandag 30 december 2019

Met pijn in mijn hart neem ik afscheid van Native River House, Loboc en Bohol. We stappen in een taxi (die om Filipino tijd aankomt, dus een half uur te laat) en worden naar Tagbiliran gereden. Daar staan we weer bij de haven, om de ferry naar het volgende eiland te pakken: Negros.

 

Deze keer heb ik wel tickets en vol trots sluit ik aan in de rij om de haven binnen te komen. Hoezo had ik gedacht dat het zo makkelijk zou gaan? We worden weer terug gestuurd, we moeten eerste inchecken. Daar staat natuurlijk ook weer een rij. Ik begin er bijna aan te wennen. Het duurt gelukkig niet zo lang en we hebben expres ruim de tijd genomen. Even denk ik dat we nog een rij moeten pakken voor om één of andere harbour fair of iets te betalen, maar dat blijkt al in onze ticketprijs inbegrepen te zijn. 

 

We staan opnieuw in de rij om door de controle en naar binnen te mogen. Opnieuw worden we geweigerd. We hebben onze bagage nog niet ingecheckt. Het is is bijna grappig, maar nee, ik raak hierdoor best gefrustreerd. Het is ook zo onduidelijk wat er van je wordt verwacht... Maar goed we komen weer in rij (ik denk dat dit het meest voorkomende woord zal zijn in de artikelen over de Filipijnen) en geven onze grote rugtassen af. Nu hoef ik in ieder geval niet opgevouwen in de ferry te zitten. 

 

Poging drie lukt, we mogen door de controle en de wachtruimte in. Daar kun je weer wat drinken of snacks kopen. We halen wat bananenchips en vreten bijna de hele zak in één keer leeg, het is echt zo lekker! Dit gaat op de lijst om in Nederland ook in te slaan! Ineens zie ik mensen naar de muur wijzen, achter het 'winkeltje'. Er loopt een gigantische, en dan ook echt GIGANTISCHE, bruine spin over de muur. Dit is oprecht de meest reusachtige die ik ooit gezien heb. Zo ranzig dat ik er niet eens een foto van heb gemaakt. Het vrouwtje achter de balie haalt haar schouders op en glimlacht wat ongemakkelijk, maar laat zich niet wegjagen door het MONSTER. Maar even serieus, ik was echt onder de indruk van het gevaarte, hij was zeker zo groot als mijn hand, als het niet nog groter was. 


 

Even later mogen we de ferry op. Het is precies dezelfde soort als die van Cebu naar Bohol.  Vanmorgen was het prachtig weer, maar tijdens het wachten in de haven is dit omgeslagen. Storm is een groot woord, maar er zijn behoorlijk hoge golven. Ik ben altijd een beetje bang dat ik zeeziek, terwijl ik dat nog nooit ben geweest, het slaat echt nergens op. Ook dit keer heb ik nergens last van, maar ik heb het idee dat de mensen naast ons toch een beetje groenig worden. 

 

Ik kijk naar de film die op de tv speelt, Aladin, en val af en toe in slaap. Na twee uur hotsen en klotsen komen we aan in de haven van Dumaguete en nog steeds beweegt de boot als een malle. We lopen naar de uitgang, maar nu voel ik me toch beroerd worden. Gelukkig mogen we van de boot af. We  moeten wel geholpen worden aangezien de kade soms ineens een meter hoger ligt door de golven. Ik ben blij dat ik op het land sta en ik maak geen grap, het klaart direct weer op. We hebben serieus geluk met het weer deze vakantie. 

 

Een paar meter  verderop liggen onze rugtassen op ons te wachten. Gijs wil geen taxi pakken, maar op zoek naar een tricycle. Deze staan net even buiten de poorten van de haven te wachten op passagiers. En nu maken we voor het eerst echt een foutje... 


 

We geven de man het adres van Gabby's Bed & Breakfast, wat niet heel erg ver van de haven ligt, maar ik heb geen zin om met de tas te gaan lopen. Ik heb al het idee dat hij omrijdt, ik heb de kaart op zich in me opgenomen. Na een kwartier rijden zie ik straatnamen die ik herken, nu moeten we in de beurt zijn en inderdaad staan we ineens voor het verblijf. Meneer vraagt om 300 pesos! Dat is net zo veel als een rit van anderhalf uur in Cebu City in de spits! Het slaat echt nergens op. Hij geeft als reden dat de tassen ook plek in beslag nemen... 

 

Voor de eerste keer (en de laatste) zijn we vergeten om vooraf een prijs af te spreken als er niet op de meter wordt gereden. Tip #5 dus: Spreek altijd van te voren al een prijs af! De chauffeurs van de tricycles rekenen al tig keer zo veel voor toeristen als voor lokale bewoners en dat vind ik echt geen enkel probleem, maar laat je niet nog meer 'oplichten' dan nodig is. 

 

Gabby's Bed & Breakfast ziet er wel gelijk al leuk uit, al kreeg ik een ander beeld als ik naar de foto's op Booking.com keek. Het restaurantje ligt direct aan de weg en als we zijn ingecheckt bij de receptie gaan we met een trap naar boven, waar het hostel zelf ligt. 


 

Boven is een grote gemeenschappelijke ruimte met stoelen, tafels en meerdere banken en het ziet er super chill uit. Het is wel rustig, maar misschien ligt dat aan het moment van de dag. We lopen een lange gang door en vinden daar ons kamertje. Het is klein en we hebben twee aparte bedden,  dat was ik even vergeten. Je hebt bijna geen ruimte om te lopen of om je tassen kwijt te kunnen. 

 

Dat vind ik allemaal niet echt een probleem (wel een beetje jammer), maar wat ik echt zwaar kut vind is de badkamer. De schuifdeur gaat gewoon niet dicht en het toilet zit recht voor de deur. Totaal geen privacy...en weer lekker awkward. We blijven niet lang hangen en lopen terug naar de haven, wat ongeveer een kwartiertje duurt, dus hoe de tricycle zo lang over de rit heeft gedaan is me nog een raadsel. 


Bij het restaurantje Casablanca gaan we zitten langs de boulevard. Het eten is goed, althans ik heb de goede keuze gemaakt met mijn Oostenrijkse spätzle. De Filipijnse keuken heb ik een beetje opgegeven... Gijs heeft één of andere saaie curry.  Ik zit hier wel lekker en we drinken nog wat biertjes na het eten.

 

Het enige vervelende is dat er hier wel aardig wat bedelaars zijn die regelmatig aandacht komen vragen. Inmiddels ben ik een stuk beter geworden in het afwijzen van deze mensen. Ik blijf het moeilijk vinden, want het is vaak natuurlijk gewoon sneu. Maar mijn nieuwe trucje is ze aankijken en botweg nee zeggen. Met pijn in mijn hart, maar dan lopen ze wel door. Ik probeer nog ergens wel wat verontschuldigend te kijken, maar door de bedelaars geld te geven help je ze niet.

 

Vooral de kinderen moet je echt nooit iets geven, hoe tegenstrijdig dat ook voelt. Ze zien er zelf vaak niets van terug en worden door hun ouders ingezet om geld in te zamelen, in plaats van hen naar school te laten gaan. Ik hou maar in mijn gedachte dat ik ze eerder help door niets te geven. 


Als we besluiten terug te lopen naar het verblijf slaan we de verkeerde weg in. Ineens zijn er geen zijwegen meer en kunnen we nergens afslaan om weer op de goede route te komen. We keren weer om en lopen dezelfde weg weer terug. Ik moet ook enorm nodig plassen, dus we belanden weer in de buurt van de haven bij El Amigo. Het is een vage tent, met vieze toiletten, maar ik ben blij dat ik mijn blaas kan legen. Dan doen we nog maar een biertje voor we poging twee ondernemen. 

 

De tweede poging gaat een stuk beter en we komen veilig en wel weer bij Gabby's Bed & Breakfast aan. Gijs wil de smaak van de saaie curry wegwerken en bestelt een portie churros in de vorm van wafels met chocolade saus. Het is hier tot een uur of 11 open en er blijven ook gezinnetjes komen voor bordje wafels. We drinken nog wat bij de veranda op de bovenverdieping en duiken daarna onze eenpersoonsbedjes in. 


0 Berichten

Tricycle Tour

Dag 5: Zondag 29 december 2019

Het is tijd om meer van ons nieuwe favoriete Filipijnse eiland te zien. We regelen een tricycle (die ik stug tuktuk blijf noemen) en laten ons het eiland overcrossen. Het is krap, maar niet oncomfortabel. 

 

Onze eerste stop is de Tarsier Sanctuary. Onze gastvrouw heeft ons verteld dat er blijkbaar meerdere zijn en de ene is beter dan de ander. Ze zal zorgen dat wij naar de goede gaan. Maar wtf is nu eigenlijk een tarsier? 

 

Een Tarsier is een bijzonder primaatje dat voorkomt op een aantal eilanden in Indonesië, Maleisië en de Filipijnen. Het is een nachtdier en heeft enorme oogballen in vergelijking met zijn hoofd. De oogballen zijn net zo groot of soms zelfs groter dan zijn brein. De ogen kunnen niet bewegen, maar daarentegen kan hij zijn hoofd 180 graden draaien, exorcist-stijl. De Tarsier heeft een lange staart zodat hij zijn zware hoofd weer in balans kan brengen. Als je een Tarsier in gevangenschap houdt, dan zal hij proberen zelfmoord te plegen. Onder goede omstandigheden kunnen ze een jaartje of 25 worden. Bron: Wikipedia en de Tarsier Sanctuary


 

Na een kort ritje in de tricycle worden we door de chauffeur afgezet bij de ´goede´ sanctuary. Deze is bij het stadje Corella! Bij de kassa rekenen we 2 x 60 pesos af en krijgen vervolgens een briefing met wat informatie over de dieren. Ik zal eerlijk bekennen dat ik nerveus ben, straks vermoord ik zo een beest! Ik durf ook geen foto´s met mijn mooie nieuwe camera te nemen uit angst dat zo een diertje de boom uit pleurt en ik de dood van de bijzondere tarsier op mijn geweten heb...

 

Ondanks dat anderen dit wel doen en hun halve telescoop inzoomen op de wezentjes, hou ik het bij mijn crappy telefoon (maar ik ben wel een beetje jaloers op hun 'lef').  Bij voorbaat dus mijn excuses voor de slechte foto's, maar dit in het belang van de geestelijke gezondheid van mij EN van de tarsiers.

 

We betreden het gedeelte van de sanctuary dat is opgesteld voor publiek. Hier zien we een stuk of vijf beestjes, maar in de hele sanctuary zitten er een iets van honderd.  Er staan een aantal medewerkers die goed in de gaten houden wat er allemaal wat uitgespookt. Regelmatig klinkt er dan ook een 'sssst' als er toch gesproken wordt door de gasten, die toch duidelijk is gezegd dat ze hun waffel moesten houden zodat de tarsiers konden rusten, aangezien het nachtdieren zijn. 

 

Ik verwonder me over de grootte van de beestjes. Ze zijn zo veel kleiner dan ik me had voorgesteld. Echt niet groter dan je vuist. Verstopt tussen de bladeren en zich vastklampend aan een tak met hun lange fragiele vingertjes, zorgen ze dat ik heel hard 'awwww' en 'agossie' roep, maar wel alleen in mijn hoofd, zodat ik ze niet laat schrikken. Gijs en ik kijken elkaar regelmatig aan en proberen telepathisch aan elkaar te vertellen hoe awesome we ze vinden.

 

We blijven niet heel lang hangen, het is toch een beetje ongemakkelijk als je weet dat je de rust van de tarsiers kan verstoren. Natuurlijk werpen we een blik in de souvenirwinkel, maar ik mag van Gijs niet eens een fantastische tarsier pet kopen, zo flauw!


We komen hyper en high on tarsier weer bij onze tricycle aan. Onze volgende stop zijn de bekende chocolate hills, iets wat niet per se op mijn to do list staat, maar ach als we er dan toch zijn... Het is best een eindje rijden en Bohol is echt een super mooi, groen eiland. Bij een drukke parkeerplaats worden we gedropt door de tricycle man, hij gaat hier even chillen terwijl wij het laatste stuk omhoog lopen. Maar natuurlijk moeten we eerst langs een 'kassa'. Per persoon betalen we 100 pesos bij een chaotisch hutje en ik krijg een velletje zegels in mijn handen gedrukt. Ik begrijp niet gelijk wat het is en vraag dit aan de verkoper. Dit irriteert hem schijnbaar zo dat hij de zegels weer uit mijn handen pakt en aan Gijs geeft. Die stelt geen vragen en een beetje verbaast lopen we verder. 


Het begint behoorlijk warm te worden als wij de berg op moeten. Langs ons rijden busjes die wel omhoog kunnen rijden. Gelukkig is het een kwartiertje lopen en hebben we ook vanaf hier uitzicht op de maffe heuveltjes. 

 

Volgens geologen is het een verschijnsel dat voortkomt uit de verwering van kalksteen en erosie. Nee, ik heb geen idee wat daarmee wordt bedoelt. Maar de lokale mythen vertellen dat het de tranen zijn van een reus, die intens verdriet had om de dood van zijn geliefde vrouw. Beter toch? 

 

Als we eenmaal boven zijn is het een grote chaos. Busjes rijden rond, overal staan mensen, verkeersregelaars proberen wat orde te scheppen, maar het is niet te doen. We beklimmen de laatste trappen omhoog en komen bij het plateau met het mooiste uitzicht. Ik moet toegeven dat ik het toch niet had willen missen. Het is echt een maf gezicht. 

 

We moeten een beetje vechten voor een plekje langs het hekwerk om ook wat foto's zonder mensen hun kruin te maken, maar op zich valt het gedram mee en zijn de mensen geduldig. Dat is een nieuwe ervaring! Meestal geven we het op en knip ik de mensen maar van mijn foto's af... 

 


Even tussendoor, check het verschil in kleur tussen de eerste foto (van mij) die genomen is met mijn oude toestel en de kleuren van mijn nieuwe awesome wannabe-bakbeest!!

Zoals wel vaker probeert onze chauffeur ons onderweg nog allerlei andere plekjes te laten zien. 'Butterfly garden? Wildlife park? Ziplining?'. Meestal is het antwoord nee, maar deze keer hoor ik mezelf keihard 'yes' zeggen op de laatste optie. Ik weet niets van deze zipline, ik heb niet kunnen googlen hoeveel mensen er naar beneden zijn gestort, helemaal niets. Maar op de één of andere manier ben ik niet eens nerveus, en als je me in het 'echt' kent dan weet je dat ik normaal gesproken drie weken van tevoren al hysterisch zou zijn. 

 

We slaan af naar het Loboc Ecotourism Adventure Park. Het park is op tripadvisor te vinden, maar ik heb niet echt een eigen website kunnen vinden. We kopen de kaartjes voor 490 pesos per persoon halen we een kaartje, krijgen een nummertje en lopen de heuvel op naar de 'wachtkamer' waar een stuk of twintig mensen voor ons zitten te wachten. Het wachten gaat best snel. Ik ben een sukkel en vergeet mijn camera mee te nemen en kijk jaloers naar de mensen die een gopro in hun hand hebben. Die gaat toch maar op mijn verlanglijstje. 

 

Na een kwartiertje zijn wij aan de beurt. Onder het gezang van kerstliedjes,  terwijl kerst toch echt voorbij is, krijgen we een helm op en een harnas aan. 'Drop' roept een medewerker tegen me. Ik snap hem niet en kijk verdwaasd. 'Are you scared?' vraagt hij aan me. Ondertussen beginnen die zenuwen eindelijk te gieren en ik kan volmondig ja zeggen. Met 'drop' wordt blijkbaar bedoelt dat ik door mijn knieën moet en me voorover moet laten vallen. 

 

Gijs wordt naast me aan zijn eigen lijntje vast geklikt. Ineens ziet de zipline er fucking lang uit. Op mijn buik bungelend wacht ik tot we weg zoeven en ineens zie ik Gijs al gaan. Een paar seconden later schiet ook ik vooruit. De helm zakt steeds over mijn ogen. 'Waarom doe ik dit?' denk ik bij mezelf als een soort mantra, tussendoor afgewisseld door'Dit is best gaaf, oh wat mooi!'. We zippen hoog boven de bomen in een dal en ineens zie ik de blauw/groene Loboc rivier. Dat is wel echt gaaf! 

 

Als we bij de overkant aankomen worden we hard afgeremd. Bij mij gaat het goed, maar bij Gijs ging het wel heel erg hard en zijn hals doet wat zeer. Best dom, maar ik kom er nu pas achter dat we ook nog eens terug moeten zippen. We hadden ook met het kabelbaantje kunnen gaan, maar ik weet niet of ik me daar beter bij had gevoeld. Met niet al te veel nervositeit gaan we weer in de korte rij staan. Deze keer zien we ook de river cruise bootjes over de Loboc River glijden, heel gaaf! Het kutst is de helm, die is zo groot dat ik moet voor mijn ogen weg moet houden...


Dan worden we door de tricycle man weer bij River Native House gedropt. We besluiten nog een keer hier te eten. Nu nemen we ook loempia's. Die zijn goddelijk, ik zweer het! Het zijn de lekkerste die ik ooit heb gegeten en ik baal dat ik er nu pas achter kom. Anders had ik als ontbijt, brunch, lunch, tussendoor, diner, late night snack loempia's gegeten. We kletsen wat met de eigenaresse, die samen met haar duitse vriend de boel hier allemaal regelt. Dan is het tijd om onze spullen weer in te gaan pakken, want morgen gaan we hier weer weg. Gelukkig heb ik net de ferry tickets voor de toch van Bohol naar Negros ontvangen via 12Go Asia. 

 

Ik ben benieuwd naar Negros en de stad Dumaguete, maar ik vind het ook heel jammer om al weg te gaan van Bohol. Als ik alle tijd van de wereld had gehad, dan had ik ook het strand wel willen zien. Alona beach bijvoorbeeld op het eiland Panglao en dan gelijk even kijken bij de Hinagdanan Cave. Of Anda beach,  Al heb ik ook gehoord dat die laatste is overspoeld door vakantie vierende Koreanen. 

 

Op Bohol was ik in ieder geval nog niet uitgekeken en het was een verademing na Ceby Shitty City! Dus hierbij tip #4: Neem de tijd op Bohol. Er is zat te doen! 

 

 


0 Berichten