Honeymoon op Kaapverdië

Gepost op 31 oktober 2019

Op 11 januari zijn Gijs en ik getrouwd en dus is het tijd voor onze HONEYMOON. Okay eigenlijk is het gewoon een goed excuus om er weer even uit te zijn.

 

Deze keer wilden we een 'rustige' bestemming. We hebben lang gezocht, we wilden ook wel graag naar de Azoren, maar dat schijnt niet te doen te zijn als ze zelf geen auto kan rijden. Het openbaar vervoer is er gewoon kut. Ook Gambia stond hoog op de lijst, eigenlijk hadden we deze reis al helemaal uitgestippeld. Maar we waren bang dat er toch te weinig te doen zou zijn en dat we elke dag aan het strand moesten gaan hangen. Dan was ik het na een dag of twee al zat geweest. Uiteindelijk zijn we uitgekomen bij Kaapverdië, een bestemming die ik nooit eerder in het vizier heb gehad, maar waar ik wel erg benieuwd naar ben. 

Kaapverdië is een eilandengroep voor de westkust van Afrika. Het is lang in Portugese handen geweest. Lang waren de eilanden onbewoond, tot de Portugezen in 1462 besloten dat het een mooie plek was om een kolonie te starten en een goede locatie voor slavenhandel. Vanaf 1975 is Kaapverdië onafhankelijk.

Op 21 januari moeten we vroeg op, om 3 uur gaat de wekker. We zijn veel te laat naar bed gegaan, maar ik heb geen moeite met wakker worden. Alle spullen staan al klaar, we hoeven alleen wat laatste dingetjes in te pakken. We drinken een kopje koffie en wachten op de taxi. Om 4 uur wordt er geklopt en sprinten we naar beneden. Het is rustig op de weg en de enige andere weggebruikers lijken vrachtwagenchauffeurs te zijn. Bij Schiphol is het wel een bezige boel, ik denk niet dat het ooit stopt. Ik moet Gijs uit dromenwereld helpen als het tijd is om uit te stappen. 

 

Het gaat allemaal heel vlot deze keer. De backpack mag niet door de zelfcheck heen en moeten we bij een dame achter een balie afgeven. De dames van TUI zijn oprecht vriendelijk en opgewekt. Dat is ook wel eens leuk voor de verandering. 

In de gate halen we ontbijtje. Volgens de zeurende vrouwen achter ons kunnen we beter een ontbijtje bij de Aldi scoren, maar die optie hebben we hier niet, althans ik heb hem niet gezien. Ons vliegtuig moet nog ijsvrij gemaakt worden, dus we moeten nog even wachten. 

 

Als we eindelijk naar binnen mogen, blijken we helemaal achterin te zitten, bij de toiletten. Dit wil ik dus nooit meer. Er staan de hele vlucht mensen in de rij naast mijn stoel en elke keer ruik je de doordringende urinelucht als de deur open gaat. Heel hinderlijk. 

 

We hebben een hele leuke crew, ze zijn vrolijk en hebben volgens mij zowaar plezier in hun werk. Volgens mij is het leuk om voor TUI te werken. 

Na 7 uur in de lucht komen we aan op het eiland São Vicente. De landing is nogal turbulent door de harde wind. We krijgen makkelijk een visum (als je na januari 2019 hebt geboekt heb je als Nederlander geen visum meer nodig). We hebben nog nooit zo snel buiten het vliegveld gestaan. We pinnen wat geld en grijpen een taxichauffeur bij zijn lurven. Ons eerste verblijf ligt in de stad Mindelo, net buiten het centrum en we betalen de chauffeur 1000 escudo om ons er heen te brengen. 

 

De omgeving is zanderig en rotsachtig. Ik heb nog nooit eerder zulke natuur gezien en ik probeer het goed in me op te nemen. Als we in Mindelo rijden moet de taxichauffeur even zoeken naar ons verblijf, maar uiteindelijk vinden we het. We verblijven in Casa Laginha, een mooi verblijf met fijne terrasjes en een prima locatie. 

We moeten even puzzelen om de deuren van het slot te krijgen . Per e-mail heb een aantal codes toegestuurd gekregen voor het slot op de buitendeur en een van een kluisje aan de muur waar onze kamer sleutel in zit. Het voelt net alsof we in een escape room zitten en ik loop heel dom te giechelen. In de kamer hangt een briefje over de veiligheid in de omgeving. Ze raden af om in het donker vanaf het centrum naar Casa Laginha te lopen. Er schijnen nogal wat berovingen te zijn geweest. Eerlijk gezegd heb ik me hier geen moment onveilig gevoeld. 

 

Als we ons hebben opgefrist gaan we de omgeving verkennen. We komen al snel uit bij Plaia Laginha, waar ons verblijf zijn naam aan te danken heeft. Wat een ontzettend mooi strand, echt één van de mooiste die ik ooit heb gezien. Het zand is spierwit, het water turquoise en in de verte zie je een ander eiland liggen. 

We slenteren wat over het strand en koelen onze voetjes af. We drinken een biertje bij een strandtent en eten een pizzatje als lunch. Op ons gemak lopen we naar het centrum, het is een minuut of 20 van het strand vandaan als je langs de zee loopt. 

 

We pinnen nog een keer en strijken neer bij Nautilus, een gezellig terras waar je geen last hebt van de mensen die je continu willen aanspreken. Ik ben daar een beetje allergisch voor. 

 

Aangezien we nogal vroeg op moesten vallen mijn ogen ondertussen al dicht. We gaan langs de supermarkt en slaan wat in voor bij het verblijf. Aangezien het nog niet donker is gaan we dit gewoon lopen. We hangen wat op één van de terrasjes rond het verblijf en kletsen met Helvio, die bij het verblijf werkt. Rond 9 uur val ik in slaap.

0 Berichten

São Vicente

Gepost op 7 november 2019

Na bijna 12 uur slaap wordt ik wakker, voor de verandering heb ik ook nog eens goed geslapen. Het is vandaag een feestdag in São Vicente, het is 557 jaar geleden dat het eiland is ontdekt, op de dag van Sint Vicente (vandaar de naam van het eiland). Er schijnt feest te zijn, maar daar merken we nog weinig van. We ontbijten bij Kalimba Beach Club, een strandtent bij Praia Laginha. Het eten is prima, we gaan voor de omelet, omdat er niet veel vega opties zijn. De cappuccino is op zich okay, maar het heeft wel wat weg van oploskoffie. 

 

Na het eten gaan we op zoek naar het fort dat op een heuvel vlak bij het verblijf zou moeten liggen. Na een speurtocht door allerlei gore steegjes vol condooms, ben ik het een beetje zat. Ik vind het niet zo fijn om hier op mijn slippertjes tussen te lopen en een 'fort' ontdekken we niet. 

We struinen verder door de stad als we een ventje tegen komen die ons vraagt schoolboeken voor hem te kopen. Ik vertrouw het niet helemaal, maar ach we hebben toch niets op onze to-do-list staan voor vandaag. We lopen met hem mee naar een boekenwinkeltje, dat heel toevallig gesloten is. Hij wil ons wel naar een andere brengen, een kwartier verderop. Daar heb ik geen zin in, we geven hem wat escudo's en laten hem lekker zelf zijn boeken halen. Of eten, of drugs, ik heb geen idee. Wij gaan in ieder geval chillen op een terrasje. 

 

Wel heb ik van de jongen geleerd dat je op Kaapverdië  niet meetelt als op je 30ste geen kinderen hebt. Zijn broer heeft er maar liefst 8 bij 3 verschillende vrouwen... 

Er zijn een hoop bedelaars in de stad. De ene maakt een praatje en vraagt vervolgens om geld, de volgende probeert simpele armbandjes te verkopen (die Gijs ook nog koopt) en vervolgens komt er een club schoolkinderen hun handjes ophouden. Een beetje jammer. 

 

 

We blijven dan ook niet zo lang hangen op dit terras. We lopen een rondje door het centrum, wat een beetje tegen valt. Er is niets te beleven en we hebben het al snel gezien. Ik had gehoopt dat Mindelo een bruisend stadje met veel terrasjes zou zijn, maar ik heb het niet kunnen ontdekken. Dan maar weer terug naar Nautilus, die wat meer verborgen ligt en geen terras direct aan de straat heeft. 

Het is tijd om toch een duik in het heldere water bij Plaia Laginha te nemen. Snel kleden we ons om en zoeken een plekje op het heerlijk rustige strand. We hebben wat biertjes bij ons en snacks, het lijkt bijna een picknick. 

 

Het water is heerlijk, maar helaas is het inmiddels wel wat meer bewolkt. We dobberen wat en letten vervolgens op de spullen van een Poolse chick die in haar eentje is. Als we een beetje zijn opgedroogd gaan we terug naar het verblijf. Hier nemen we een korte douche om het zoute water van Canal de Vicente van ons af te spoelen. 

 

Die avond eten we wat bij Ote Level aan het strand. Hier kunnen we op een bovenverdieping zitten, wat ik ondertussen een voorwaarde van een restaurant hier vind. We tikken piña colada achterover en verorberen een pizza voor we terug gaan naar het verblijf.

0 Berichten

Santo Antão

Gepost op 14 november 2019

Vandaag reizen we verder naar het volgende eiland Santo Antão, het meest westelijke eiland van Afrika. We pakken de spullen weer in en gaan naar de ferry haven, die maar een klein stukje lopen is. Met heel wat moeite halen we een ticket, maar pakken een latere boot. We eten wat in het centrum en voor de zekerheid gaan we nog even langs de pinautomaat. Ik heb al te vaak meegemaakt dat we ineens toch niet konden pinnen, terwijl internet zei van wel. 

 

Rond 14.30 staan we te trappelen voor de hekken bij de haven. Samen met een hoop andere mensen, waaronder een meisje die een kitten met zich mee neemt in een plastic tasje. Een beetje vreemd en ik wil er liever niet naar kijken. We zoeken een plekje op het dek, even uitwaaien. Als we eindelijk vertrekken vind ik het plekje op het dek toch niet zo fijn. Ik heb geen last van zeeziekte, maar dit schip gaat behoorlijk heen en weer. Ook waait het als een malle. Na de overtocht van een uur meren we aan bij Porto Novo. We sluiten achteraan bij alle mensen die enorm staan te drammen. Als de halve boot is voorgedrongen mogen ook wij de trap af en onze tassen uit het bagagerek halen. In de terminal ziet het er netjes uit, er is een barretje en er staan meer bankjes dan bij de terminal in Mindelo. We pakken de roltrap naar boven en worden begroet door een hoop schreeuwende mensen. Opeens zien we per toeval een man met een bordje van Black Mamba, ons hotel. 

Het torentje was ons verblijf, zie het hartjesraam.
Het torentje was ons verblijf, zie het hartjesraam.

Samen met een Amerikaanse dude stappen we in het busje van de chauffeur. Hij wacht nog even af of hij meer mensen kan meenemen, maar niemand wil meer naar Black Mamba. Dan maar een oude dude die een paar dorpen verderop wordt afgezet. 

 

Het landschap is in het begin niet echt indrukwekkend. Soms heb ik het idee dat we door Afghanistan rijden, maar dan zie je ineens de kliffen en groene valleien tussen al die rotsen, wat wel weer heel gaaf is. We rijden door kleine dorpjes vol kleur en bizarre rotspartijen. 

 

Voor we het weten zijn we in het dorp Paul en worden we naast het zanderige voetbalveldje afgezet. Deze transfer kost ons 300 escudo. De Portugese eigenaresse was net bezig met een lesje tae bo en begroet ons terwijl het zweet nog van haar af druipt. We krijgen de tofste kamer (vind ik) van het verblijf in het torentje. Vanaf het terras op de eerste verdieping ga je met een ladder naar boven en door een luik. Dan kom je in het 'woon' gedeelte met een douche, toilet en wastafel. Er zit een houten trap naar de volgende verdieping. Ik besluit gelijk een luikje voor een raampje open te doen. Blijkbaar kun je hierdoor naar de kamer van de buren kijken. Natuurlijk krijg ik deze vervolgens niet meer dicht... Boven aan de trap zit de slaapkamer. Als je de gordijntjes open doet heb je rondom uitzicht en heel belangrijk, één van de raampjes is in de vorm van een hartje! 

We besluiten om het stadje nog even te gaan verkennen. Het stelt niet veel voor en ik heb het idee dat ik iets mis. Volgens internet, en internet liegt nooit, zouden hier best wat restaurantjes enzo moeten zitten, maar ik kan ze niet vinden. We lopen langs het water en genieten van de woeste zee die tegen de zwarte keien beukt. 

 

Als we heen- en weer zijn gelopen langs de weg bij het water gaan we terug naar Black Mamba. Gelukkig zit hier een restaurant bij en kunnen we onszelf hier volproppen met pasta en bier. We nemen er een paar mee naar het terras onder onze kamer en hangen hier nog wat rond. De volgende dag willen we een hike maken, dus heel laat gaan we het niet maken. 

Previous: São Vicente

Next: Cova de Paul


0 Berichten

Cova de Paul

Gepost op 20 november 2019

Heel leuk hoor slapen aan de zee, maar die mooie zee maakt wel een hoop lawaai. Daar had ik niet over nagedacht. Uiteindelijk ben ik heel vroeg wakker en lig ik uren te lezen tot Gijs ook eindelijk opstaat. Het is nog steeds vroeg en ik hoor dat ze beneden de tafels dekken voor het ontbijt. Super chill, we rollen onze kamer uit en kunnen gelijk aanschuiven. Het ontbijt is uitgebreid en ik kan echt niet alles op krijgen. Ik ben niet echt fan van het yoghurtje dat er bij zit, met iets van papaja ofzo er door heen, maar ik wil het ook niet laten staan. 

 

De Amerikaan waar we gisteren mee naar Black Mamba reden zit ook aan het ontbijt. Hij vraagt of we vandaag een hike gaan doen. Dat is wel de bedoeling, maar we hebben eigenlijk nog niet bepaalt welke route we gaan doen. We besluiten het lekker makkelijk voor onszelf te maken en met hem mee te rijden naar het beginpunt van de route Cova de Paul - Ribeira Paul via de Paul-vallei. 

 

Als Gijs zichzelf heeft opgefrist wachten we onder het genot van een potje voetbal op het transfer busje. De Amerikaan en de eigenaresse stappen ook in. Het is best een eind rijden. Eerst komen we bij het grotere plekje Ribeira Grande en daar stapt de eigenaresse uit om inkopen te doen. 

 

 

De route is ook wel gaaf, door hoge bergen met groene valleien die zo weer kunnen veranderen in het Afghanistan landschap dat we van de dag ervoor al kennen. We stoppen zo nu en dan om foto's te maken. 

 

Uiteindelijk worden we afgezet bij een oude krater, op 1100 meter hoogte. De wolken stromen over de rand van de krater als een waterval, het is zo tof om te zien. In de kratervallei liggen wat boerderijtjes, maar het is er heel stil. Af en toe hoor je een koe luid loeien, maar verder niets. 

 

We spreken met de Amerikaan af dat wij eerst gaan lopen en dat hij nog even rond blijft hangen om te voorkomen dat we continu elkaar tegen komen. Ik vind het prima, maar ik denk dat wij sowieso een stuk sneller lopen, dat is een beetje een afwijking. 

Ondanks dat de route zichzelf zou moeten wijzen weten wij in de eerste vijfhonderd meter al de verkeerde afslag te pakken. Gelukkig wijst een norse boer ons weer naar het juiste pad. We worden in de gaten gehouden door alle koeien en ezeltjes en wat zijn ze schattig. Ik ben wel een beetje bang voor het imposante exemplaar dat vlak langs het pad staat en nogal indringend aan het staren is, maar hij blijft braaf staan. 

 

Het stenen pad slingert langs de bergwand naar beneden. Helaas is het bewolkt, dus het mooiste uitzicht zien we niet. Toch heeft dit ook wel wat. Het pad gaat behoorlijk steil naar beneden en je kunt snel last krijgen van je voeten als je niet de juiste schoenen aan hebt. Ik ben toch wel weer blij met mijn roze wandelschoentjes. 

Opeens komen we onder de wolken en kunnen we eindelijk genieten van het uitzicht. Het is best gaaf, je kunt zelfs Paul in de verte zien liggen aan het einde van de vallei. Het wordt ook gelijk een stuk warmer en we zijn nog lang niet beneden. Langzaam komen we tussen de boerderijtjes en gewassen. We zien suikerriet, papaja, koffie, bananen en zo kan ik nog wel even doorgaan. Bij één van de boeren kopen we een zak koffiebonen, die ik nog de rest van de vakantie zal ruiken als ik mijn tas open doe, maar het ruikt heerlijk! 

 

Het continu afdalen is best vermoeiend, maar ik heb dit 10 keer liever dan omhoog lopen. Gijs denkt daar anders over en begint last van zijn knieën te krijgen. Ik heb het EINDELIJK eens makkelijker. 

We lopen door wat minder boerderij-achtige omgeving en ook hier is het weer prachtig. Je ziet er veel van het dagelijks leven en het is weer anders dan de dingen die we op andere plekken gezien hebben. Ik begin het lopen wel een beetje zat te worden. Ik kan ook niet goed inschatten hoe ver we nog moeten lopen, het zou een tocht van ongeveer zes uur zijn, maar we hebben er altijd een flink tempo inzitten. Op het moment dat ik serieus aan het overwegen ben om een taxi aan te houden (die zie je af en toe nog wel voorbij komen met uitgeputte wandelaars) verandert de omgeving. De huizen worden groter en ik heb het idee dat we Paul naderen. Het laatste stuk heb ik echt wel vermoeide voeten en ik begin te sloffen. Als we aankomen in Paul kan ik niet wachten om mijn schoenen uit te doen. We hebben er bijna 4 uur over gedaan om terug bij het verblijf te komen. Best knap!

Gijs heeft hoofdpijn en gaat even liggen. Ik ga even de wandeltocht van me afspoelen onder de douche en ga maar weer wat lezen. Als we weer wat zijn opgeknapt dalen we de trap af naar het restaurant van Black Mamba en bestellen een vega pizza. Op zich best lekker, maar ik ben niet zo een fan van de Kaapverdische kaas. Ik laat Gijs een Malta drankje proberen, wat we overal in advertenties zien staan. Het is toch goor!! Een soort stroperige karameldrank. Ik schrik er gewoon van hoe vies ik het vind. 

 

Ver na het eten en best wat biertjes later komt de Amerikaan pas binnen. Hij was verdwaalt en heeft uren tussen de boerderijen gelopen. Arme jongen... 

Meer zien van Cova de Paul? Klik hier voor de fotogallerij...

Previous: Santo Antão

Next: 7 jaar in as


2 Berichten

Hiken langs de kliffen

Geschreven op 25 januari 2019

Ik ben weer veel te vroeg wakker, maar dat komt omdat er 's avonds zo weinig te doen is dat we super vroeg in ons nest liggen. Mijn spierpijn valt mee, ik heb wat gevoelige bovenbenen, that's it! 

 

Op ons terras wordt een mega ontbijt klaar gezet, nog lekkerder dan gisteren. We proppen ons vol als de Amerikaan aanschuift. Opnieuw vraagt hij wat we gaan doen vandaag, en weer antwoorden we dat we het nog niet weten. Hij wil weer een taxi delen voor een andere hike, van Fajansinha langs Fontainhas naar Ponto do Sol. Natuurlijk willen we dit! Niet veel later zitten we weer in het busje, samen met een Belgische dame. Ik schrik als ik haar ineens Vlaams hoor spreken. Ik heb haar al een aantal keer gezien en dacht dat ze Portugees was. Ik schaam me diep, want we hebben zelfs een beetje over haar geroddeld... 

Onderweg komen we weer langs indrukwekkende uitzichten en ik ben verbaasd dat dit eiland zo veel verschilt van São Vicente. Bij de kleurrijke begraafplaats van Fajansinha laten we ons afzetten. Volgens mij is er niets in dit stadje te vinden, behalve een startpunt om te gaan wandelen.

 

Even staan we te dralen, we willen niet met de anderen lopen en aan hun tempo te zien, zij ook niet met ons. De Belgische dame trekt bijna een sprintje om bij ons weg te komen. De Amerikaan gaat een paar minuten na haar op weg en wij laten ze uit ons zicht verdwijnen voordat wij beginnen te stappen. 

 

Al vanaf het begin is het een prachtig gezicht, we lopen door duinen en kijken uit op de kliffen in de verte. Soms vangen we een glimp op van een dorp dat bijna in de zee lijkt te liggen. 

Het is een redelijk makkelijke route en zelfs met spierpijn heb ik er geen moeite mee. In ieder geval nog niet. Bij een mooi stuk strooi ik weer eens wat van de as van mijn moeder is de donkere zee. 

 

Af en toe vangen we een glimps op van de Amerikaan, maar de Belg zien we de hele route niet meer terug. Na een uur of 3 (schat ik) komen we aan bij het dorpje Formiguinhas . We krijgen ook nog eens gezelschap. En wat voor een gezelschap. De schattigste puppy ooit komt ons tegemoet en loopt met ons naar het dorp. Hij is echt te snoezig! Even serieus, zoom in op zijn blije hoofdje en durf te beweren dat je niet op slag verliefd bent! 

 

Als we uit zijn geknuffeld gaat de pupper zijn eigen weg en wij dus ook. We strijken neer bij een café voor een biertje. 


We slenteren weer verder en ik begin nu toch wel last van die spierpijn te krijgen. Ik wil niet klagen, maar ik heb wel behoorlijk last van zelfmedelijden. Ik maak er gelukkig niet zo een drama van als bij de Hel van 2016 in Myanmar, waar ik kapot ging toen ik een heuvel moest beklimmen... 

 

We komen aan bij een volgend dorpje, waar je eventueel ook terecht kunt voor een drankje. Wij hebben deze stop overgeslagen, maar het is wel pittoresk. Ik heb de naam niet kunnen ontdekken helaas. Het dorpje ligt in tussen twee van de kliffen in. Via een zigzaggend weggetje ga je naar beneden terwijl je uit wordt gelachen door een ezel. 


Gijs maakt nog een enorm leuke opmerking over een klif die we moeten beklimmen, en wat helaas ook nog blijkt te kloppen. Ik ben best gepikeerd, maar gelukkig staan er om de zoveel meter een soort katholieke motivatie bordjes. "Jezus had het veel zwaarder dan jij nu, doorlopen met die donder-dijen". Ik heb het even niet zo naar mijn zin, maar de Amerikaan geloof ik nog minder. Samen sjokken we naar boven, badend in het zweet. Ik neem me voor de zoveelste keer voor echt iets aan mijn conditie te doen... Eenmaal boven is het uitzicht heel gaaf. De 'piek' van de klif is een platte schijf die rechtop staat. Een heel vreemd gezicht. We puffen even uit en genieten van de omgeving. Even verderop zien we het idilische dorpje Fontainhas al liggen. Het is meer een straatje dat op de rug van een klif gebouwd is. De pastelkleurige huisjes lijken gevaarlijk op de rand te balanceren. Ook hier dump ik weer wat van de as.  

Na Fontainhas komen we bij een laatste 'klim', die is gelukkig niet zo stijl als de vorige en ik kan hem redelijk makkelijk opkomen. De Amerikaan blijft een beetje achter en we hebben geen zin om te wachten. We zien in de verte Ponto do Sol, ons eindpunt, al liggen. 

 

We komen bij een een jonge man tegen die ons vraagt om wat te geven voor de studenten van Ponto Do Sol. We zijn weer eens vrijgevig en geven hem wat centjes. 

 

Aan de rand van het dorp komen we bij varkensstallen, ik vind het naar om te zien hoe ze in de hitte staan in hun betonnen kamertjes. Het lijkt wel een luguber varkensmotel. En toch denk ik dat deze varkens het misschien nog beter hebben dan de dieren bij ons in Nederland. 

We komen de Amerikaan weer tegen aan de rand van Ponto Do Sol. We besluiten samen op zoek te gaan naar een tent om een biertje te drinken en onze toch te vieren. Ponto Do Sol lijkt een beetje een spookstad. We zien terrasjes, maar deze zijn allemaal gesloten. Als we bij het verlaten vliegveld komen geven we het op. Volgens mij is Ponto Do Sol gewoon dood. We gaan naar een supermarktje en kopen daar wat drankjes. Dan gaan we op zoek naar een taxibusje om terug naar Paul te gaan. Dit lukt gelukkig wel vrij snel. 

 

Er stapt ook een vervelende dude in, die volgens mij dronken is. Hij kletst tegen me en ik knik braaf. Het enige dat ik versta is dat hij uit Sinagoge komt, een dorp tussen Paul en Ribeira Grande. Sinagoge werd vroeger vooral door Joodse inwoners bewoond, wat ik toch een gekke gedachte vind hier in Afrika.  

Uiteindelijk zitten we met onze biertjes op het terrasje bij Black Mamba. We hebben een uur of 5 over de tocht gedaan. Als we fris en fruitig zijn is het tijd voor pizza in het restaurant beneden. Ik kies voor de Vegetariana, maar die blijkt veel te machtig, vooral door de kaas. Gelukkig heb ik Gijs bij me.

 

Ineens stapt er een man het restaurant in en er hangt gelijk een rare sfeer. Dat gevoel heeft de restaurant-hond ook en die rent blaffend en grommend naar de man toe. Die begint als een gek om zich heen te slaan. Ik schrik zo van het tafereel dat ik niet weet wat ik moet doen. De eigenaresse komt aanrennen en jaagt de man naar buiten. De hond blijft waakzaam en gromt af toe als hij door het raam naar buiten kijkt. Niet veel later komt er een politieman of beveiliger die voor de deur blijft staan. Ik vraag me nog steeds af wat er gaande was... 

0 Berichten

Ribeira Grande

Natuurlijk ben ik weer eens veel te vroeg wakker, maar Gijs ligt nog lekker te tukken. Zachtjes pak ik onze tassen in, het is tijd om Paul te verruilen voor Ribeira Grande. Ergens vind ik het jammer om Black Mamba achter ons te laten, maar ik ben die ladder  naar de kamer eigenlijk wel een beetje zat. Vooral nu ik toch wat last heb van spierpijn in mijn benen zie ik er tegen op om telkens dat onding te beklimmen. Het doet me een beetje denken aan mijn oude slaapkamer... daar had ik ook het fantastische idee om mijn bed op een zolder te zetten en dan elke avond een ladder op en af te gaan. 

 

Een uurtje later is ook Gijs klaar om het bed uit te komen. Beneden krijgen we weer een giga ontbijt, met tosti, kokosbrood, fruit en de yoghurt die ik niet weg krijg. 

 

We moeten nog afrekenen, wat ideaal is, alle dinertjes, biertjes en taxi-ritjes zijn bij elkaar opgeteld en kunnen we in één klap afrekenen met de creditcard. Eenmaal buiten wachten we op een busje, die regelmatig langsrijden. Nog geen vijf minuten later kunnen we meerijden. De tassen worden op het dak gegooid, zonder vast te binden. Ik kijk af en toe angstig achterom om te kijken of ze niet van een klif afrollen de zee in. 

 

Aan de rand van de stad worden we afgezet, met tas en al. Ons volgende verblijf Luatur moet hier vlak bij liggen. Door mijn schuld (altijd hetzelfde) lopen we eerst verkeerd, maar als we de weg gaan vragen blijken we er recht voor te staan. Het verblijf staat niet echt duidelijk aangegeven. We checken in bij een meisje dat nauwelijks Engels spreekt. We mogen kiezen uit twee kamers. Ik ga voor degene die het dichts bij de uitgang ligt. 

We besluiten onze nieuwe omgeving te gaan verkennen. We drinken een biertje bij 3D, een simpel restaurant dat naast ons verblijf ligt. Aan de overkant van de straat ligt een markt, waar we nieuwsgierig naar binnen gluren, maar deze heeft maar weinig sfeer. 

 

We lopen verder, maar de stad kan me niet boeien. Bij een half verlaten restaurant Natur eten we een bordje patat.  We proberen nog gezelligheid te vinden, maar we worden behoorlijk teleurgesteld. We halen wat veel te dure biertjes en gaan chillen op ons dakterras tot de restaurantjes om een uur of 5 open gaan. 

 

Op tripadvisor hebben we zo waar een restaurant met vegan opties ontdekt. Het is sinds een half jaar geopend en wordt gerund door een Frans koppel. 

Stipt om 5 uur staan we voor de deur  van Boca Fina. We drinken wat biertjes en eten een broodje met hummus. We hoopten op een dinerkaart, maar we krijgen alleen een borrelkaart. Ik ben een beetje in de war, maar het brood vult op zich goed. 

 

We gaan maar weer terug naar het verblijf. Ik heb een beetje spijt dat we niet in Paul zijn gebleven. We kijken wat tv, maar ook daar is niets aan. 

 

Die nacht slaap ik zo ontzettend slecht. Onze kamer is aan de straatkant en blijkbaar is het midden in de nacht zo gezellig voor onze deur dat er uren achter elkaar kneiterhard geschreeuwd moet worden. Als je hier verblijft, kies dan geen kamer aan de straatkant!

0 Berichten

Groeten uit Xôxô

Na een behoorlijke rotnacht vol schreeuwende mensen, kuilen in het matras en een kussen dat eigenlijk geen kussen genoemd mag worden sta ik weer veel te vroeg naast mijn bed te trappelen. In het restaurant 3D naast het verblijf wordt het ontbijt geserveerd. Een heerlijk mango sapje, thee en een omelet met toast worden voor ons gezet en zonder iets te zeggen gaat het serveerstertje weer terug naar binnen. Volgens mij is Kaapverdië toch best toeristisch, maar aan de bediening is dit nergens te merken. Ik vind ze soms bijna onbeschoft... 

 

Na het ontbijt maken we ons klaar voor een hike (alweer ja!). Verder is er toch niets te beleven. We kiezen voor een makkelijke route, die eigenlijk gewoon langs de autoweg loopt richting het binnenland van het eiland. 

De weg loopt zo langzaam omhoog dat je er maar weinig van merkt. We kletsen wat en bekijken de huisjes die we onderweg tegenkomen. De omgeving is weer heel gaaf met begroeide bergen. Onderweg stoppen we voor een biertje. 

 

Het laatste stuk blijkt korter dan dat ik had verwacht. Ik ben blij dat we er zijn, maar dan zegt Gijs dat hij verder wil lopen. Het is ontzettend warm, maar we beginnen weer een heuvel te beklimmen. Ik heb nog steeds spierpijn van de vorige twee tochten en heel eerlijk gezegd een beetje cranky. 

 

Toch loop ik volgzaam achter die vervelende man aan, zonder al te veel geklaag. Het uitzicht is heel gaaf, dat moet ik toegeven! 

We klimmen door tot het eerste dorp na Xôxô, maar dan ben ik er echt klaar mee. Het komt bijna aan op een scheiding, maar uiteindelijk is Gijs het er toch "mee eens" dat we terug gaan lopen. 

 

De terugweg voelt een stuk langer aan. Wel gaat het snel omdat we nu omlaag lopen. Het laatste stuk hebben we behoorlijk last van vermoeide benen, zelfs Gijs. 

 

Als we weer in het doodse Ribeira Grande aankomen nemen we weer plaats op het dakterras en drinken meer bier. Onderweg hebben we nog gezocht naar een terras maar ze bestaan gewoon niet in dit dorp. 

Ondanks de tegenvallende ervaring van de avond daarvoor besluiten we toch weer naar Boca Fina te gaan. Ik zou gewoon niet weten wat we anders zouden moeten doen. Deze keer is het een succes. Ik denk dat er gisteren gewoon een misverstand was. Deze keer kregen we een meer uitgebreide kaart, met ook echt de vegan gerechten die tripadvisor ons heeft belooft!

 

Ik ga voor de chili en Gijs neemt risotto. Het is echt wel een aanrader en we nemen zelfs nog een nagerecht, appelcake en chocolademousse van amandelmelk. 

 

We drinken nog wat biertjes om te vieren dat we toch iets hebben gevonden in Ribeira Grande. 

2 Berichten

Terug naar Paul

Ik ben wel een beetje klaar met Ribeira Grande. Vandaag besluiten we terug te gaan naar het kleinere, maar gezelligere Paul. We ontbijten snel bij de bar naast Luatur en pakken een collectivo busje. We gaan op zoek naar de Grogue distilleerderij, het nationale drankje van Kaapverdië. We konden vrij weinig vinden over de brouwerij op internet en hebben tijdens ons eerdere verblijf in het dorp ook niets van Grogue voorbij zien komen. Maar ach, een speurtocht in Paul is beter dan nog een saaie dag in Ribeira Grande. 

 

We besluiten onze zoektocht te beginnen met een biertje bij bar Atelier. De chagrijnige meisjes hier hebben niet echt zin in klanten en na dat ene biertje vertrekken we dan ook weer. We lopen langs het strand om te kijken of we vanaf hier de distilleerderij kunnen ontdekken, helaas zien we niets. 

 

 

Op de site van Lonely Planet staat dat de distilleerderij langs het water zou moeten liggen en dat er een groen met wit uithangbord zou hangen. Erg specifiek, maar ik zie het toch echt niet. Ik raak hier een beetje door geïrriteerd en we besluiten wat meer door Paul te gaan wandelen, misschien vinden we daar nog aanwijzingen. Bij Casa Maracujá eten en drinken we wat. Waarom hebben we deze restaurantjes de vorige keer gemist??

 

We lopen nog maar een rondje, maar weer zonder resultaat. Dan beklimmen we de rots naar het grote beeld maar. Ben ik verdomme weer aan het klimmen. Het idee is dat we vanaf dit hoge punt de distilleerderij misschien kunnen zien liggen. Goed plan, maar ook zonder resultaat. We worden er gek van. Mensen die we vragen weten ook van niets. Ze kijken ons aan alsof ze Grogue zien branden... 

Uiteindelijk gaan we maar weer wat drinken (en nog meer patat eten). We hebben we wat val Paul gezien, maar het voelt wel als een nutteloze en verspilde dag. We besluiten nog een laatste poging te doen. We gaan bij een bruggetje staan, dat is volgens ons het drukste punt van de stad. Binnen vijf minuten hebben we beet. Iemand weet wat we bedoelen, eindelijk! 

 

We staan voor een poort die we vandaag en de rest van de week al duizend keer voorbij zijn gelopen. Er staat nergens aangegeven dat hier überhaupt een bedrijf zit, dus het is compleet onherkenbaar. We kijken of we naar binnen kunnen, de poort is in ieder geval open. Als we inderdaad de molen zien waarmee de suikerriet wordt vermalen, weten we zeker dat we goed zitten. Echter worden we door de mensen binnen genegeerd. Het enige dat ik kan vertellen over de distilleerderij is dat het werktuig al 400 jaar gebruikt wordt en dat de ossen de balk draaien waardoor het suikerriet vermalen wordt. De distilleerderij ligt ergens tussen Black Mamba en de drukke brug waar alle taxi's staan. 

Ondanks dat de Grogue distilleerderij voor ons voelde als een aanfluiting, zou ik het toch aanraden. Puur omdat het me gewoon leuk had geleken om wel een rondleiding te krijgen. Misschien was de distilleerderij gesloten, ik heb geen idee. Door het gebrek aan informatie, of erkenning van je bestaan, zijn we zonder veel gezien te hebben weer weg gegaan. 

 

We pakken weer een collectivo terug naar Ribeira Grande en strijken maar weer neer bij ons nieuwe favoriete en nog steeds enige ontdekking in het stadje, Boca Fina. 

 

Morgen gaan we Santo Antão weer verlaten. We gaan terug naar São Vicente. Ik vind het niet heel erg moet ik eerlijk zeggen...

0 Berichten

Las Rochas

Ik heb een rot nacht gehad. Vandaag zou mijn moeder 57 zijn geworden en met dat soort dagen heb ik gewoon wat last van issues. We pakken onze spullen in en maken ons klaar om Santo Antão te verlaten. De auto die ons naar de haven zal brengen in Porto Novo is stipt op tijd, maar de chauffeur moet nog wel even wat andere mensen ronselen voordat we naar de haven kunnen rijden. De chauffeur geeft aan een minuut of vijf nodig te hebben. Als we de weg naar Ponto do Sol pakken heb ik hier al mijn twijfels bij. We rijden een aantal hotelletjes af en uiteindelijk zijn we drie kwartier verder voor we überhaupt naar de haven rijden. Gelukkig hebben we geen haast. Echter zit er een behoorlijk gepikeerd Frans dametje dat zich enorm zit op te winden, terwijl we uiteindelijk echt heel ruim op tijd aankomen voor de Armes boot van 10 uur (deze Armas boten varen inmiddels niet meer tussen São Vicente en Santo Antão). 

Als we zitten te chillen in de terminal horen we ineens geschreeuw. Je ziet mensen opspringen en rennen om te kijken wat er aan de hand is. Het is één of andere hysterische dame en de beveiliging is er niet erg van onder de indruk. Rond 9.45 uur mogen we naar de boot toe. Ik wil niet meer op het dek zitten, dus zoeken we een plekje in het oude, vochtige en beschimmelde ruim. Ik vrees dat dit nog oncomfortabeler is, vooral als een chick om de haverklap moet kotsen. Ik ben blij als we er weer af mogen. 

 

Als we de haven uitlopen worden we opgewacht door een massa schreeuwende chauffeurs. Zoals altijd manoeuvreren we tussen hen door en kiezen een minder opdringerig type. In een grote pick-up worden we voor 300 escudo naar ons laatste verblijf van deze vakantie gebracht: Las Rochas

We checken in bij een dude met zulke blauwe ogen dat het wel lenzen lijken. Onze mastercard wil niet betalen, maar visa doet gelukkig niet moeilijk, ik krijg hier zo een stress van elke keer. Ik krijg flashbacks naar ons dagje op een resort in Myanmar... 

 

Het is een net verblijf met een binnenplaats vol planten waar je kunt chillen. Ons verblijf is schoon en ruim. Ik ben blij met onze eigen keukentje, zodat ik zelf in ieder geval wat kan fixen als we geen zin hebben om uit eten te gaan. 

 

Wat ik wel vervelend vind is dat er alleen Wifi op de openbare plekken is, op de kamer heb je echt totaal geen bereik. Ook voelt het wat gek als jij in je luxe verblijf uitkijkt op een armoeiig stuk land. Het verschil is ook zo groot. 

We hadden het plan om eigenlijk het verblijf niet te verlaten, maar het restaurant blijkt niet open te zijn voor het diner ennnn het zwembad is heul koud. Dan vragen we toch maar om een taxi om naar het centrum van Mindelo te gaan. Voor 250 escudo worden er heen gebracht in een krakkemikkig wagentje. 

 

We strijken neer bij Taverna, drinken bier en eten pizza en pasta. Wat ik vervelend blijf vinden zijn de bedelaars die langs de terrasjes lopen. Ik heb moeite ze te negeren, waardoor ze nog langer blijven hangen. Dan maken we nog een tripje langs de supermarkt om de avond door te komen en gaan we terug naar Las Rochas. 

0 Berichten

"Oh Donderboom, Oh Donderboom"

We zijn weer enorm vroeg wakker, maar ik heb heel goed geslapen. Voor 660 escudo nemen we in het restaurant beneden een ontbijt. Het is een beetje awkward, er is niemand en we worden aangestaard door het personeel. Gelukkig begint hun soap snel en staan ze met zijn drieën naar het tv-scherm boven het buffet te kijken voor 660 escudo. Het buffet is prima, eieren, brood en een eigenwijze zwerfkat die continu het restaurant weet binnen te glippen. De cappuccino is fantastisch en gelukkig mag je hier onbeperkt van genieten. We doen lekker rustig aan en pakken in de middag de taxi naar het 'centrum'. We willen nog wat souvenirs halen. 

 

Het souvenir-shoppen is niet echt een succes. We komen aan op de markt, waar je volgens alle reiswebsites over Mindelo helemaal los zou moeten kunnen gaan. De koopwaar is top, ik zie zo 100 dingen die ik in mijn rugtas mee naar huis zou willen nemen. Maar er is blijkbaar niemand die iets wil verkopen. We zien wel mensen lopen, maar als we vragen hoeveel iets kotst is de kraam ineens van iemand die er niet is. Ze weten ook niet wanneer de eigenaar terug komt. Een rondje lopen heeft geen zin, dan is de verkoper er nog niet. Heel jammer, maar ik heb ook geen zin om 3 uur te wachten tot iemand besloot iets te gaan verkopen. We struinen door de stad waar ik nog steeds geen fan van ben. We pakken wat terrasjes om wat te eten en te drinken en werken ons zo een weg naar de sportsbar  Simpatico

Als we aan ons zoveelste biertje zitten spot Gijs opeens Reggie, de schooljongen die schoolboeken van ons probeerde af te troggelen, maar de winkel was toevallig gesloten. Hij is druk bezig met twee nieuwe geldschieters. Op de één of andere manier kan ik het wel waarderen. Hij doet er in ieder geval goed zijn best voor en ik hoop dat hij goede dingen doet met het geld dat hij krijgt. 

 

We kletsen wat met een man uit Australië die hier aan is komen waaien en nooit meer is vertrokken, een lokale bewoner die goed met hem bevriend is, en een stel uit Utrecht. We hebben het wel naar ons zin, tot er opeens een bizar geluid klinkt. Ik kan niet bevatten waar het vandaan komt, het lijkt wel alsof er een gebouw instort. Opeens zie ik dat er een boom op de straat is gevallen. Voordat ik me kan beseffen of ik  iets moet doen is Gijs er al heen gesprint om te kijken of er iemand gewond is. 

 

Wonder boven wonder is iedereen okay, wel geschrokken maar ongedeerd. Er is ook weinig schade, de boom is precies tussen de auto's ingevallen. Als onze hartslag weer wat omlaag is gegaan kunnen we de Kaapverdische bomenopruimdienst aanschouwen, die met een kettingzaag en een handzaag druk aan de slag gaan om de troep op te ruimen. Ze gaan aardig soepel aan de slag dus ik heb het idee dat het vaker gebeurt. Maar wat een kabaal geeft dat, zo een omvallende boom... en wat een sensatie!

De rest van de dag is wat blurry maar ik meen me een stuk of 15 toasts te herinneren met het hele terras over hoe dankbaar we moesten zijn dat de boom niet op ons is gevallen... Oh ja en een trip naar de supermarkt om rum te halen, wat achteraf suikerriet siroop bleek te zijn! 

 

De dag erna ben ik zo beroerd (niet van de suikerriet siroop) dat we in het hotel blijven. We kijken Al Jazeera documentaires en lezen. Ik had toch niets meer op mijn Mindelo to-do-list staan, dus ik vind het niet heel erg. 

Adeus Kaapverdië

De terugreis is weer aangebroken, maar ik vind het niet echt erg. Kaapverdië was leuk, maar er was voor mij te weinig te beleven. Misschien had ik meer eilanden moeten bezoeken, of in ieder geval meer verschillende steden. Ik had gerekend op meer gezelligheid, meer terrasjes, restaurantjes en dat soort geneuzel. We pakken in ieder geval onze tassen weer in en nemen afscheid van hotelkat Bubbles, terwijl Gijs nog even wat download voor in het vliegtuig. 

 

Op het vliegveld eten we wat kaas sandwiches en kijken naar de mensen. Vooral een stel dat blijkbaar hun paspoort in het hotel vergeten is zorgt voor vermaak. Hysterisch worden de koffers leeg getrokken en gaat manlief terug naar het hotel, waar de paspoorten bij de receptie blijken te liggen. Het lijkt me zo kut als dat je overkomt. Gelukkig is Gijs altijd geobsedeerd door de tickets en paspoorten, tot het irritante aan toe (15 keer per uur vragen of IK alles wel bij me heb...). Als de rust weer terug is gaan we door de douane, waar Gijs natuurlijk weer grondig gecontroleerd wordt. 

We krijgen te horen dat er vertraging is, maar gelukkig blijkt dit mee te vallen. Hoogstens 20 minuten later dan gepland stappen we het kleine, maar nieuwe vliegtuig in. Het TUI personeel is hier nogal verrukt over en kondigt luidkeels aan wat er allemaal verbetert is aan dit nieuwe toestel. 

 

Een aantal dagen later stort één van deze exemplaren, de Boeing 737 Max, neer in Ethiopië, waarop de modellen weer aan de grond moesten blijven. Wat een bizar idee... 

 

In het vliegtuig zitten al mensen, die als eindbestemming Sal hebben. Dit zorgt natuurlijk voor verwarring, omdat mensen niet op hun aangewezen stoel kunnen zitten. Er wordt 100 keer gezegd dat ze na Sal op hun 'eigen' stoel kunnen plaatsnemen, maar het kwartje valt niet. 

 

Na een vlucht van volgens mij nog geen half uur landen we alweer op het platte, zanderige Sal. Ik denk dat ik ook hier niet heel erg gelukkig was geworden, maar toch speelt mijn FOMO op en had ik het toch willen zien. 

0 Berichten