Hiken naar de kerk

Dag 6, Stepantsminda

Deze ochtend trek ik mijn roze lompe wandelschoenen aan. Het is tijd voor een hike. Ik voel me niet optimaal, ik heb goed geslapen, maar ben toch beroerd. Heel erg balen, maar het is niet anders. We hebben enorm veel geluk met het weer. De lucht is helderblauw en we hebben een prachtig uitzicht. We halen bij de supermarkt een heerlijke puri (het brood dat gebakken wordt door het tegen de zijkant van een oven te plakken) en een paar snickers, zodat Gijs niet in een diva verandert. 

 

Langs de hoofdweg, over de brug en naar de overkant van het riviertje. We lopen door het dorpje waar ze druk bezig zijn met verbouwen. Ik heb het idee dat het hier over een paar jaar veel meer hotels, restaurants en ander toeristisch vermaak zal zijn. Ik ben er niet over uit of dit nu goed of slecht is... 

Op naar de kerk

Als we het eind van het dorp hebben bereikt weten we niet helemaal hoe we nu verder moeten. In de eerste 100 meter weten we al te verdwalen. Ik denk dat dit wel een record is. Gelukkig schreeuwen een paar hard werkende dorpelingen waar we heen moeten. We lopen onder een hefboom door en volgen het grindpad. 

 

Het begint gelijk goed. We passeren een ruïne van wat ooit een imposante toren moet zijn geweest. Het stijgt snel en ik moet mijn best doen om mijn ademhaling onder controle te krijgen. Ik ben nog niet opgeknapt en voel me eigenlijk alleen maar misselijker worden. Door in mijn hoofd een nummer van The Interrupters af te spelen weet ik mijn ademhaling onder controle te krijgen en heb ik niet meer het idee dat ik van mijn stokkie ga. Ik neem me voor om echt iets aan mijn conditie te gaan doen. Voor nu is het te laat en zal ik gewoon door moeten stappen. 

 

Beneden stroomt een beekje en lopen wat paarden los. Het is echt een idyllisch plaatje. Na een uur of twee (volgens veel internetsites is de tocht 3 uur) komen we aan bij de Gergeti Holy Trinity Church (De Heilige Drievuldigheidskerk vind ik toch niet zo mooi klinken). Het is een bouwwerk waarvan geschat wordt dat het in de 14e eeuw is neergezet. Het is net als de andere Georgische kerken toch net even wat anders dan andere kerken. Voor het kerkje staat het vol met de auto's die mensen naar boven rijden. Ik vind dit zo zonde. In sommige gevallen begrijp ik dat je het stuk niet kunt lopen, maar het verpest wel een klein beetje de sfeer. Er is zelfs een rijke Aziaat die zich met een helikopter rond laat vliegen. 

We gaan de kerk binnen, die op 2170 meter hoogte aan de voet van de strato-vulkaan Kazbeg ligt. De kerk zelf mag je betreden, wel weer onder de gebruikelijke voorwaarden. Vrouwen moeten een rok aan. Ik zie hier geen hoofddoekjes en ook de andere dames gaan zonder naar binnen. Als ik de kerk in ga, waan ik me ineens in de middeleeuwen. Het is donker en er branden kaarsjes die een heftige geur afgeven. De priesters of monniken (sorry) staan voor de altaren in hun zwarte gewaden. Het is indrukwekkend, maar ik voel me een indringer. Ik heb het idee dat we niet gewenst zijn. Ik maak geen foto's, kijk snel even om me heen en maak weer dat ik weg kom. Buiten lijkt het een andere wereld, met alle toeristen, de auto's en op de achtergrond de rode helicopter. Het onderste deel van de kerk is niet toegankelijk voor toeristen, hier zijn de privé vertrekken van de bewoners. 

De meeste mensen gaan weer naar beneden, maar ik ben nog niet klaar met wandelen. Ik dacht dat de loop naar de kerk al veel langer zou duren en ik wil sowieso nog meer foto's schieten. We struinen een steile heuvel op. Achteraf hadden we beter het pad kunnen nemen dat langs de heuvels liep, maar nee wij moeten weer avontuurlijk doen. Hier hebben we eigenlijk het landschap voor onszelf, we hebben misschien met een handje vol mensen het pad gedeeld. 

 

Zoals ik al zei, ik voel me nog steeds niet goed en op één van de heuvels plof ik neer in het gras en eet wat van het brood. Ik spot een raar insect en hou een fotosessie met het dier. Ondertussen is Gijs aan het ijsberen door het gras en geniet van het uitzicht. Of dat denk ik althans... 

Sukkel

Ik ben me toch een partij misselijk en zeg dat ik niet heel veel verder meer wil lopen. "Dan moet het maar nu, maar ik had eigenlijk tot boven willen wachten" zegt Gijs tegen me. Waar gaat dit nou weer over, denk ik terwijl ik denkbeeldig met mijn ogen rol. Hij graait in zijn zak en gaat op één knie in het gras zitten. Het lampje gaat bij mij nog niet branden. Maar dan zie ik het witte doosje. De arme jongen heeft niet eens de kans gehad om het aanzoek af te maken. Ik gris het doosje uit zijn handen en maak het open. Ik duw hem om en zie een ring. "Sukkel!" gil ik en ik hoor het bijna echoën in de bergen. Na zes jaar zeuren ben ik dan EINDELIJK verloofd. Ik zag het totaal niet aankomen, geen enkel vermoeden dat dit ging gebeuren. Gijs had het doosje verstopt in een van zijn schoenen. "Ik weet zeker dat je daar niet vrijwillig in de buurt komt" verklaard hij. Dat kan ik beamen, daar zou ik nooit in de buurt komen. 

Ik heb, als ik van de shock ben bijgekomen, wel nieuwe energie. Ik voel me nog niet lekker, maar ik wil nog wel verder lopen. We hebben een vreselijke weg gekozen. Ondertussen zie ik links van onze weg een heerlijk geleidelijk oplopend pad, terwijl ik de ene heuvel na de andere beklim. Na nog een paar uur kan ik echt niet meer. Ik ga op een gegeven moment bijna over mijn nek en ga op een groot rotsblok zitten en eet zelf maar een snickers aangezien ik me nu als een diva gedraag.

 

Gijs loopt nog wat verder om te zien of we niet iets missen dat net achter de volgende heuvel ligt. Dat blijkt niet zo te zijn, maar ondertussen zie ik wel een adelaar vliegen! Ik probeer hem nog op de foto te zetten, maar hij is te ver weg en mijn camera misdraagt zich. 

 

Eenmaal thuis heb ik nog even opgezocht of we nu echt iets gemist hebben. Wij waren namelijk in de veronderstelling dat er een gletsjer zou zijn. Ik kan er niet heel veel over vinden. Er zijn wel gletsjers, maar van wat ik begrepen heb liggen deze erg hoog en zijn lastig te bereiken. Ze zijn ook klein, omdat de hellingen van de Kazbek erg steil zijn. 

We dalen weer af en gaan even terug naar het verblijf. Hier trekken we frisse kleertjes aan en gaan naar een restaurantje dat me de dag ervoor al trok. Het heet Shorena's en lijkt op een herberg. Binnen staan er lange tafels met banken en het doet me denken aan een chalet in Oostenrijk. De bediening is razendsnel, dit ben ik niet gewend. Al snel proosten we met een koud biertje en staat het eten na een kwartier al voor onze neus. We delen een tomaat-komkommer salade. Die kun je hier overal halen. Vooral die met walnotendressing is fantastisch. Alle porties in Georgië zijn trouwens gigantisch. Als je niet barst van de honger kun je beter een gerecht nemen dat je kunt delen en we zijn geen kleine eters. 

 

Op een gegeven moment komt er een groep binnen, maar er is niet echt meer plaats. De ober vraagt of ze aan onze reuze tafel mogen zitten. Natuurlijk er is echt plek zat. Het blijken Nederlanders te zijn. Normaal vind ik het altijd wat irritant, maar na het standaard praatje van hoe lang zijn jullie hier en wat hebben jullie gedaan worden we met rust gelaten. Wat ik wel leuk vind is dat ze helemaal onder de indruk zijn dat wij het stuk gelopen hebben naar de kerk. De oudjes hebben zich laten rijden. Dan voelt het toch wel als een prestatie, terwijl het eigenlijk niet zo veel voorstelde. 

 

We sluiten de avond weer af op het dakterras, waar we met dekentjes en truien wat biertjes nuttigen voordat we onder de wol gaan. Ik hoop dat ik me morgen beter voel. 

Er is een andere weg die je naar de kerk kunt nemen. Deze route is makkelijker en loopt door het bos. Ik zou niet weten hoe je er moet komen, maar op Wanderlush hebben ze de route beschreven. Ik weet niet of ik de route zelf zou willen lopen, ik vond onze hike prachtig, maar qua conditie kan het misschien fijner zijn. 

Reactie schrijven

Commentaren: 0